Ziek van de snelweg

Wie langs een drukke autoweg woont, loopt een hoger risico op hart- of longziekten. Onderzoekers zien steeds meer gevaren van stofuitstoot.

Luchtverontreiniging door het wegverkeer veroorzaakt jaarlijks 4.000 tot 7.500 doden in Nederland, ongeveer 3 tot 5 procent van de totale sterfte. Wie in Nederland langs een drukke stadsweg of langs een autosnelweg woont overlijdt gemiddeld een jaar eerder dan mensen die een eindje van de verkeersdrukte vandaan wonen. Ongeveer vijf procent van alle Nederlanders loopt het verhoogde risico. In de steden is dat aantal hoger. Tien procent van de Amsterdammers is bijvoorbeeld at risk. Het zijn de mensen die binnen 100 meter van een snelweg, of op minder dan 50 meter van een drukke stadsweg wonen. Zij lopen een tweemaal zo hoog risico aan hart-longziekten te overlijden.

De voortijdige dood is vooral het gevolg van luchtverontreiniging door fijn stof. Uitlaatgassen van auto's met stikstofoxiden (NOx), koolstofdioxyde (CO2), onverbrande koolwaterstoffen en het ozon dat daaruit ontstaat is minder schadelijk dan stofverontreiniging. Hart-longziekten, acute en chronische bronchitis en astma zijn de ziekten die erdoor ontstaan. Het dringt langzaam door dat zelfs als de normen voor fijne stofdeeltjes in de lucht niet worden overschreden, er toch gezondheidsproblemen ontstaan.

Fijn stof is er in drie maten. Het `grootst' zijn de deeltjes van 2,5 tot 10 micrometer (een micrometer is een duizendste millimeter). Dat zijn vooral slijtagedeeltjes uit motoren en remmen en opwaaiend wegenstof. Uit de uitlaten van dieselauto's komen vooral deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Tenslotte worden, vanwege gezondheidseffecten, de deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer onderscheiden. Het onderscheid tussen deeltjes van 10 en 2,5 bestaat voornamelijk omdat ze tot verschillende diepte met de ingeademde ademlucht de luchtwegen binnendringen. Nog kleinere deeltjes stimuleren waarschijnlijk de bloedklontering, waardoor verklaarbaar is dat fijn stof ook het aantal hartziekten (hart- en herseninfarcten) verhoogt.

De groep van toxicoloog prof.dr. Bert Brunekreef van het Institute for Risk Assessment Sciences aan de Universiteit Utrecht, die veel onderzoek doet naar de gezondheidseffecten van fijn stof binnens- en buitenshuis, heeft vorig jaar de verhoogde sterftekans door stof aangetoond voor mensen die in Nederland vlak langs een drukke weg wonen. Brunekreefs medeonderzoeker Gerard Hoek liet een geografisch informatiesysteem uitrekenen of de postcode-adressen van bijna 4.500 deelnemers aan een langlopend onderzoek dicht bij een drukke weg lagen. Van de 4.500 mensen waren er in acht jaar tijd 489 overleden. En van die overledenen woonden er dus meer in de buurt van druk verkeer dan louter op grond van toeval kon worden verwacht.

De redactie van het vooraanstaande medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet vond Brunekreefs bevindingen belangrijk genoeg om ze te publiceren (19 okt 2002), maar toch, zegt Brunekreef, zijn de cijfers statistisch niet keihard. ,,De studie wordt nu uitgebreid, zodat we over enkele jaren veel preciezere cijfers hebben. Van luchtwegaandoeningen bij kinderen die langs drukke wegen wonen en naar school gaan is veel meer bekend.'' Leerlingen op scholen waar veel zwaar roetend vrachtverkeer langsrijdt, hebben bijvoorbeeld een slechtere longfunctie dan kinderen op scholen in een schonere omgeving. Kinderen op die scholen waren ook vaker allergisch.

Hoewel slechts circa een kwart van de totale jaarlijkse stofuitstoot in de lucht van het verkeer komt, is het verkeer wel een bron die het stof bij veel mensen aan huis brengt. Andere stofuitstoters zijn vaak bedrijven op industrieterreinen – gebieden waar meestal weinig mensen in de buurt wonen. De vervuiling door fijn stof is de enige waarvan ook acute gezondheidsproblemen zijn gerapporteerd. In Amerikaans onderzoek werd na een dag met hoge stofconcentraties een dag later een hogere sterfte gevonden. Dieselmotoren zijn de grootste fijn-stofproducenten. Het gebruik van dieselbrandstof is veel populairder geworden en in tien jaar tijd is – door technische aanpassingen – de fijn-stofuitstoot van dieselmotoren meer dan gehalveerd. Toch braakt een dieselauto nog steeds 15 keer zo veel stof uit als een benzineauto.

Ondanks de forse toename van het verkeer is de uitstoot van NOx door het verkeer de afgelopen 20 jaar met een kwart afgenomen. De emissie van benzeen en andere koolwaterstoffen is gehalveerd, terwijl ook de hoeveelheid fijn stof flink terugloopt. Schonere motoren met brandstofinjectie en de katalysator die uitlaatgassen oxideert hebben daartoe geleid. Alleen de uitstoot van het broeikasgas CO2 neemt nog steeds toe. In 1990 werd de norm voor de NOx-uitstoot langs 3.500 kilometer Nederlandse weg overschreden; in 2000 was dat teruggelopen tot 2.000 kilometer. De norm voor roetuitstoot werd in 1990 langs 150 kilometer weg overschreden; in 2000 nog maar langs 7 kilometer.

De cijfers staan in het rapport Verkeersgerelateerde luchtverontreiniging en gezondheid dat onderzoekers van het Institute for Risk Assesment Sciences en van TNO Milieu, Energie en Procesinnovatie eind vorig jaar hebben opgesteld in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Dat rapport becijfert ook de 4.000 tot 7.500 doden door vuile autolucht die jaarlijks in Nederland vallen.

Problematisch is het toegenomen filerijden op de in- en uitvalswegen in de steden. Stilstaand verkeer en stadsverkeer dat in opgesloten street canyons rijdt, stoot relatief veel stof uit en doet hetzelfde stof ook steeds weer opdwarrelen.

Een weg waar de Europese norm voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof waarschijnlijk wordt overschreden is de Rotterdamse Pleinweg. Dat is een drukke aan- en afvoerweg, waar per etmaal 40.000 voertuigen overheen rijden en waar bij alledrie metingen in 2001 met gemiddeld 42 microgram per kubieke meter stof van 2,5 tot 10 micrometer de norm van 40 net werd overschreden. Ook al wordt de norm op maar weinig plaatsen overschreden, het is steeds duidelijker dat de nadelige gezondheidseffecten al optreden bij waarden beneden de huidige normen. Dat geldt vooral voor fijn stof en ozon.

De Wereldgezondheidsorganisatie houdt het er op dat iedere blootstelling aan fijn stof gezondheidsschade veroorzaakt. Amerikaans onderzoek laat zien dat aantoonbare schade al ontstaat bij 2 microgram per kubieke meter lucht. En dat de schade dosisafhankelijk toeneemt. De bedoeling is dat de norm in de Europese Unie in 2010 omlaag gaat van 40 naar 20 microgram per kubieke meter.