Watersnoodramp

In de artikelen over de watersnoodramp heb ik nog geen verwijzing gezien naar het vertrouwelijke en grootscheepse sociaal-wetenschappelijke onderzoek dat kort na de ramp werd gehouden. Het Instiutuut voor Sociaal Onderzoek van het Nederlandse Volk (in 1960 opgegaan in het huidige SISWO) kreeg destijds het verzoek (en het geld) van het Amerikaanse `Committee on Disaster Studies' om dit onderzoek te coördineren. In de deelstudies werd ondermeer het wegvallen en het herstel van de communicatielijnen, de opvang van de evacués in gastgezinnen en de (des)integratie van de sociale structuur in drie plaatsen (Kortgene, Kruiningen en Zierikzee) onderzocht. Aleen het samenvattende overzicht van de hand van de latere hoogleraar sociologie Joop Ellemers (De februari-ramp. Sociologie van een samenleving in nood, 1956) verscheen echter in het Nederlands.

De studies waren niet alleen vanwege de wijze van financiering uit buitenlands wetenschapsbudget opmerkelijk. Veel meer dan toen vaak gebruikelijk hanteerden de auteurs ook theorievorming uit de VS. Dit is bijvoorbeeld goed te zien in het deel van Lolle Nauta en Piet van Strien, later hoogleraar filosofie respectievelijk psychologie, die het lokale leiderschap in Kortgene bestudeerden.

De multidisciplinaire aanpak en het gebruik van nieuwe statistische methoden op basis van kwantitatief survey-onderzoek (in de deelstudie van Cor Lammers, later ook al hoogleraar sociologie) waren eveneens opmerkelijk. De onderzoeken leverden naast veel kennis, bijvoorbeeld over de soms weinig verheffende rol van de lokale gezagsdragers, aldus een fraaie bijdrage aan de verdere ontwikkeling van de sociale wetenschappen in Nederland. De presentatie door de jonge onderzoekers, waarvan er enkele geruime tijd in het getroffen gebied verbleven, is ook na vijftig jaar nog steeds erg lezenswaardig.