Vrouwen moeten Catshuis veroveren

Anna de Waal werd 50 jaar geleden als eerste vrouwelijke bewindspersoon aangesteld. Sindsdien zijn vrouwen mondjesmaat uitgenodigd deel uit te maken van het landsbestuur. Maar een kabinet dat zegt het contact met de burgers te willen herstellen moet alle burgers representeren, niet alleen de mannelijke helft, vindt Peter van der Heiden.

Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat Anna de Waal (KVP) werd aangesteld als eerste vrouwelijke bewindspersoon in Nederland. Zij werd staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen onder minister Cals. Waarschijnlijk zal deze mijlpaal in de politieke vrouwenemancipatie vandaag even weinig aandacht krijgen als in 1953. Enkele uren voor haar benoeming braken de dijken in Zeeland en Zuid-Holland. De aanstelling van De Waal ging kopje onder in de berichtgeving over de Watersnoodramp, net zo als deze nu ten onder dreigt te gaan in de herdenking van die ramp.

Nu heeft Anna de Waal ook niet echt een onuitwisbare indruk gemaakt in de vier jaar van haar staatssecretariaat. Velen denken dat Marga Klompé de eerste vrouwelijke bewindspersoon was. Ook is het tekenend dat De Waal als een van de weinige oud-bewindspersonen nog altijd niet is opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland, terwijl mindere goden uit haar tijd daarin al wel een plaats hebben gevonden.

Zette Anna de Waal de deur naar het kabinet voor vrouwen open, haar seksegenoten werden lange tijd maar mondjesmaat toegelaten. Het zou tot ver in de jaren zeventig duren voordat meer dan één vrouw in een kabinet benoemd zou worden. Niet in het kabinet-Den Uyl, maar in het kabinet-Van Agt/Wiegel. Overigens waren ook in dat kabinet vier van de vijf bewindsvrouwen staatssecretaris, een functie die minder aanzien geniet dan het ministerschap. Pas in het kabinet-Lubbers/Kok zou deze verhouding omgedraaid worden. Van de zes bewindsvrouwen bekleedden in dat kabinet vier het ministersambt. De emancipatoire uitschieters waren de paarse kabinetten, die beide negen vrouwelijke bewindslieden telden, vier ministers en vijf staatssecretarissen. Het kabinet-Balkenende heeft op het gebied van vrouwelijke kabinetsleden de klok teruggezet.

Een vergelijking met de landen om ons heen leert ons dat Nederland flink achterloopt. Van de veertien Duitse ministers zijn er zes vrouw, de regering van het Verenigd Koninkrijk telt ook zes vrouwen (op een totaal van 23), in Frankrijk zijn zeven van de 27 ministers van het vrouwelijk geslacht, terwijl Zweden de kroon spant met negen vrouwen op een totaal van 22. Alleen België blijft in de buurt van Nederland, met drie vrouwelijke ministers van de vijftien.

Behalve van de uitvoerende macht is ook de feminisering van het parlement een taai proces gebleken, na de laatste verkiezingen resulterend in de meest vrouwelijke volksvertegenwoordiging aller tijden, 54 van de 150. Ook in de top van het bedrijfsleven en van de wetenschap zijn vrouwen ondervertegenwoordigd. Het aantal vrouwelijke hoogleraren neemt weliswaar toe, maar hun aandeel ligt rond de drie procent. Het glazen plafond, dat vrouwen weerhoudt van het innemen van hoge functies in politiek, bedrijf en wetenschap, lijkt wel van dubbel glas.

Veelvuldig wordt deze wanverhouding verklaard vanuit verschillende `natuurlijke' aandachtsgebieden van man en vrouw. Vrouwen zouden van nature eerder geneigd zijn tot `zorgen', een hekel hebben aan politiek in het algemeen en politieke strijd in het bijzonder, en zich veel liever bezighouden met kleinschalige en concrete acties dan met grootschalige politieke projecten. Een modernere visie legt de nadruk op de seksegebonden opvoeding, waarbij vrouwen juist gestimuleerd worden om deze eigenschappen te ontwikkelen. Belgisch onderzoek toont echter aan dat vrouwen wel degelijk geïnteresseerd zijn in een politieke carrière, maar de concurrentieslag met mannen om de functies met veel aanzien verliezen. Vrouwen krijgen relatief gemakkelijk een ministerspost in de `zachte sector', en zijn ook veel sterker vertegenwoordigd in het weinig invloedrijke Europees Parlement dan in de nationale parlementen.

De onderverdeling in al dan niet aangeboren geslachtsgebonden eigenschappen doordrenkt nog steeds de wijze waarop naar vrouwelijke politici gekeken wordt. Bestuurt een vrouwelijke minister op een vrouwelijke manier een beleidsterrein dat in het verlengde ligt van haar `zorgtaken', zoals maatschappelijk werk, emancipatie of onderwijs, dan is moederlijke waardering haar deel (Marga Klompé, Maria van der Hoeven). Past zij zich echter aan aan de regels van het politieke spel, en opereert zij dus op dezelfde wijze als haar mannelijke collega's, dan is zij een kenau met haar op de tanden (Hanja Maij-Weggen, Tineke Netelenbos). Eén aspect gaat voor beide categorieën op. Zowel de `moeder' als de `kenau' wordt niet beoordeeld (laat staan gewaardeerd) als politicus, maar als vrouw.

Ook op een ander terrein worden vrouwelijke politici op een andere wijze beoordeeld dan hun mannelijke collega's: hun uiterlijk. Positief (Agnes Kant, Femke Halsema) maar ook negatief (grappen over het uiterlijk van wijlen minister Dales).

Natuurlijk gaat dit niet alleen op voor de politiek. De wijze waarop naar vrouwelijke politici wordt gekeken weerspiegelt de manier waarop in de (nog steeds mannen)maatschappij in het algemeen naar vrouwen wordt gekeken, zeker wanneer zij buitenshuis treden. Maar de politiek heeft wel een voorbeeldfuntie te vervullen. Het glazen plafond binnen de Haagse kaasstolp moet aan diggelen. Een kabinet dat het contact met de burgers wil herstellen, zal herkenbaar moeten zijn voor alle burgers, niet voor slechts de mannelijke helft. De formateur en de onderhandelaars dienen in een vroegtijdig stadium op zoek te gaan naar vrouwelijke ministerskandidaten, zodat niet opnieuw maar één vrouw naast koningin Beatrix op het bordes zal staan. In de lokale en provinciale politiek en in maatschappelijke organisaties zijn zeker voldoende vrouwen te vinden met bestuurlijke kwaliteiten, ervaring en ambitie. De Nederlandse bevolking bestaat voor meer dan de helft uit vrouwen. Het zou prachtig zijn als we dat ook van het volgende kabinet kunnen zeggen. Een meer gelijke verdeling in de politiek zal zeker een effect hebben op de verhoudingen in de maatschappij. Anna zou het zo gewild hebben.

Peter van der Heiden is freelance journalist en verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in Nijmegen.

www.nrc.nl/discussie : Vindt u dat er wettelijke maatregelen moeten komen die moeten garanderen dat er meer vrouwen in de politiek komen?