Turbineliefde

De windturbine in Oostzaan wordt gesloopt. Vijf inwoners verzetten zich tegen het verdwijnen van de lelijke schoorsteen.

,,Wát zegt u, er zijn bezwaarschriften ingediend tegen de sloop van de windturbine bij Oostzaan?'' De voorlichter van Nuon kan het nauwelijks geloven. Protesten tegen de bouw van een turbine, oké, daarmee wordt standaard rekening gehouden in de planning, maar omwonenden die niet willen dat er een gesloopt wordt?

,,Mijn man is tandarts en zijn patiënten komen van heinde en ver'', zegt mevrouw Meulemans, een van de bezwaarmakers. ,,Nu hoef ik alleen maar te zeggen: `Na de molen moet u rechtsaf.' Reuze handig.'' Maar mooi vindt ze hem niet, als ze eerlijk is.

Architect Hubert Brouwer, die drie deuren verder woont en het initiatief nam tot het protest, vindt het wel een fraai ding. ,,De techniek van zo'n apparaat is fascinerend, vroeger werd hij verlicht door de stroom die hij zelf opwekte.''

Maar dat is lang geleden: vanaf de oplevering in 1988 is de windturbine geplaagd door technische mankementen, bliksem en storm. Na zes jaar was de rotor zo ontwricht dat het toenmalige Gemeentelijk Energie Bedrijf (GEB) Amsterdam besloot de wieken eraf te halen. Daarna wist de 24 meter hoge mast zich nuttig te maken als kapstok voor GSM-antennes en schotels, maar eind vorig jaar kwam ook daaraan een einde.

Sindsdien staat er alleen een romp, door wethouder Jaap van Splunter (GroenLinks) consequent `een smerige schoorsteen' genoemd. ,,De gemeenteraad wilde al jaren van die verstoring van de entree van Oostzaan af en nu hebben we de kans omdat hier een nieuw transformatorstation moet komen. In ruil hebben we toen van Nuon geëist dat de schoorsteen wordt afgebroken. De vijf bezwaarmakers gaat het ook helemaal niet om de schoorsteen, ze grijpen alles aan om het bedrijventerrein tegen te houden dat in de polder achter hen is gepland.'' Brouwer geeft toe dat hij best kan leven zonder turbine.

Begin februari gaat de mast tegen de vlakte, want de bezwaarschriften hebben geen opschortende werking. Zal er dan niemand zijn die het verscheiden van de mast oprecht zal betreuren, simpelweg omwille van de mast zelf? Toch wel. Robert-Jan Prins, de molenaar van de rietgedekte Twiskemolen, die zeshonderd meter verderop staat, vindt het een prachtding. ,,Mijn molen heeft een rendement van een procent of vijftien, zo'n turbine haalt meer dan vijftig procent. Ook zonder wieken is het een monument dat een plaatsje zou verdienen in het boek Rompen en stompen. Tot nu toe staan daarin alleen traditionele molens zonder wieken.''

Lang zal het volgens Prins niet duren voordat de nostalgie ook grip krijgt op de moderne windturbines. ,,Vergeet niet dat we begin vorige eeuw nog op grote schaal traditionele molens hebben gesloopt.'' Zijn eigen molen, een achtkante grondzeiler binnenkruier, komt uit de kop van Noord-Holland. Pas in 1974 vond die zijn huidige plaats in recreatiegebied Het Twiske. Misschien moet daar ook maar vast een plaatsje gereserveerd worden voor een nostalgische hagelwitte turbine.