Theemuts

`Hè, toe nou, niet weer.'

`Wat niet weer?'

`Zijn we eindelijk af van het gezeur over hoofddoekjes, begin jij over dat tentgedoe.'

`Je bedoelt de tentsluier, de zogeheten nikaab.'

`Inderdaad. Daar is alles toch al lang over gezegd. De jurist Erik Jurgens wist meteen al dat het niet mocht, omdat het niet alle dagen carnaval is.'

`Dat is natuurlijk onzin, niemand mag voorschrijven hoe anderen zich moeten kleden.'

`Goed, maar hoe kan iemand nou in een crèche werken als kinderen je gezicht niet kunnen zien?'

`Maar dat is dan toch nog geen reden om dat al in de opleiding te verbieden, bij het oefenen met poppen.'

`Maar ik heb gehoord dat ze dat ding thuis wel afdoen, dus geven ze daarmee aan dat ze zich op school niet veilig voelen. Een regelrechte motie van wantrouwen, zou ik zeggen. Daar zit je als school dan maar mooi mee.'

`Doe niet zo gek, het gaat om godsdienstige overtuiging. Dat mag iedereen zelf bepalen.'

`Herinner jij je hoe George Orwell de toekomst schetste?'

`Wat heeft dat er nou mee te maken?!'

`Die beschreef hoe al ons doen en laten werd gevolgd door een onzichtbare Big Brother. Communicatie zonder gezicht, gezien worden door iemand die we niet zien, dat geeft een unheimisch gevoel.'

`Maar zo'n medeleerling, daar heb je toch niks van te vrezen, dat is toch geen Big Sister?'

`Nou, ik denk dat ik het vreselijk zou vinden om naast zo'n levensgrote theemuts in de klas te moeten zitten.'

`Als je geen argumenten hebt, dan ga je maar beledigen.'

`Geen argumenten, waar heb je het over, ik doe niet anders dan argumenten geven. Maar als je daar nog niet genoeg aan hebt, vertel jij me dan eens hoe je als leraar iets kunt uitleggen als de leerlingen je niet aankijken.'

`Dat ligt dan aan jou. Ik heb in de krant gelezen van een leraar die daar helemaal geen moeite mee zegt te hebben. Hij kan dat blijkbaar dus wel.'

`Er is altijd wel iemand die er anders over denkt. Zo had ik vroeger bij de universiteit een collega die er geen problemen mee had als studenten onder college de krant lazen. Ik wil maar zeggen, dat komt ook voor.'

`Wat wil je daar in hemelsnaam mee zeggen?'

`Dat we er eindelijk eens mee moeten ophouden dit soort eigenaardigheden tot norm te verheffen, want door dit te doen hebben we de afgelopen jaren, onder het motto `moet kunnen', heel wat vanzelfsprekende gedragsregels overboord gegooid en ik geloof niet dat we daar werkelijk gelukkiger van zijn geworden. En nog minder dat dit heeft geleid tot meer verdraagzaamheid. Integendeel.'

`Jij bent dus zo onverdraagzaam dat jij studenten verbiedt onder jouw colleges de krant te lezen. En als ze dan al weten wat jij vertelt, of als jij ze niet kunt boeien, wat moeten ze dan?'

`Dan moeten ze wegblijven.'

`Maar als die studenten verplicht aanwezig moeten zijn?'

`Dan moeten ze zich zo gedragen dat ik de indruk heb dat ze luisteren.'

`Maar achter zo'n nikaab kunnen ze toch ook luisteren?'

`Ja, maar ook zitten slapen. Ooit gehoord van non-verbale communicatie?'

`Weet je, jij bent niet gevoelig voor rationele argumenten. Zoiets noemen we dom.'

`Dom? Ik?'

`Niet zo'n beetje ook. Of denk jij het beter te weten dan al die juristen en andere deskundigen.'

`Dat denk ik inderdaad, want waar het hier om gaat, heeft niets van doen met wetenschap of recht, maar alles met gevoelens. Maar voor mensen zoals jij mogen gevoelens alleen maar op de kunstpagina. In alle andere gevallen zijn het `maar emotionele reacties' of, erger nog, zijn ze afkomstig uit de onderbuik.'

prick@nrc.nl