Texas en Amerika's fundamentalisme

Eens was de politieke denker Michael Lind een Texaanse neo-conservatief die op Reagan stemde. Nu vindt hij president George Bush een gevaar voor Amerika. Hij schreef er een boek over: `Made in Texas', een poging om het wereldbeeld van Bush te verklaren uit zijn Texaanse wortels. `Bush is echt, zijn buitenlandpolitiek waanzinnig.'

Wat maakt George W. Bush zo zeker van zijn zaak? Wat inspireerde hem dinsdag in zijn jaarlijkse State of the Union-toespraak tot die bevlogen oproep om ten oorlog te trekken tegen de Hofleverancier van het Kwaad? Welk Amerika vertegenwoordigt hij?

Dat soort vragen dringt zich op naarmate de kans toeneemt dat hij binnenkort het startsein geeft tot de eerste grootschalige oorlog van de 21ste eeuw. Natuurlijk is Saddam Hussein een dictator van de ergste soort, maar wat onderscheidt de Amerikaanse president van zo veel collega's in de rest van de wereld die de trekker nog niet willen overhalen?

Een nuttige hand vol antwoorden komt van Michael Lind, een in militaire geschiedenis geschoolde Texaan die net veertig is geworden. Hij is een van Amerika's meer prikkelende denkers over buitenlands beleid en de kwaliteit van de binnenlandse democratie. Zijn vroegere compagnons in de neoconservatieve supportersbanken van de huidige regering verwijten hem alles wat men een overloper voor de voeten kan werpen.

Lind vindt George W. Bush gevaarlijk voor Amerika, maar sinds hij in 1996 Up From Conservatism: Why the Right is Wrong for America publiceerde, is hij geen Democratische partijganger geworden, noch een rabiate linksist. Hij noemt zichzelf een Kennedy- en Johnson-Democraat die in 1988 op Ronald Reagan stemde, omdat hij voorstander is van een gespierde buitenlandse politiek om gevaarlijke staten in toom te houden. Lind is verbonden aan de jongste denktank van Washington, de New America Foundation. Met Ted Halstead, de president van die stichting, publiceerde hij vorig jaar The Radical Center, the future of American politics.

Vorig jaar hield Lind in The Financial Times een scherp pleidooi voor de in Nederland en menig ander land weinig gewaardeerde aanval van de regering-Bush op het Internationaal Strafhof in wording. Grote staten moeten beschermd worden, anders kunnen zij niet functioneren op het wereldtoneel, was zijn redenering. ,,Dat zal de Zweden, de Nederlanders en de Belgen niet bevallen'', schreef Lind, ,,want het degradeert hen tot kleine naties aan de zijlijn. Maar de bijdragen van zwakke landen bieden minder hoop op een beschaafde wereld dan samenwerking tussen de grootmachten. De regels van een club die alleen toegankelijk is voor olifanten, zullen de muizen waarschijnlijk niet bevallen.''

Lind is niet op zijn mondje gevallen en trekt niet altijd ten strijde tegen George W. Bush. Dat neemt niet weg dat de buitenlandse politiek die zich de laatste maanden heeft afgetekend in Washington, hem als `waanzinnig' voorkomt. In zijn nieuwste boek Made in Texas: George W. Bush and the Southern Takeover of American Politics doet Lind een originele poging het complex van sentimenten en waarheden waar de president de wereld mee verrast, te verklaren uit diens wortels.

Anders dan veel mensen in Europa veronderstellen, is Lind ervan overtuigd dat George W. Bush echt is. Een echte Texaan, een echte zuidelijke protestantse fundamentalist die is opgegroeid in een cultuur van landeigenaren en landarbeiders, van olie- en gaswinning met weinig zorg voor het landschap. Veel van de politieke instincten en prioriteiten van deze president-directeur van de wereld zijn er op terug te voeren.

Michael Lind vermoedt dat de authenticiteit van Bush extra moeilijk te geloven is voor buitenlanders, omdat hij diens Texaan-zijn zo dik aanzet. ,,Deze president wordt zo veel mogelijk weggehouden van de pers, omdat zijn spindoctors bang zijn dat hij iets stoms zegt. Daarom laten zij hem graag optreden in zijn Hollywood-boerderij in Crawford, wat in werkelijkheid gewoon een suburb is van Waco, Texas. Daar vinden ze altijd wel een paar mensen die bereid zijn zich aan te kleden zoals zij denken dat boeren er bij lopen. De president staat 's zomers altijd kreupelhout te dunnen bij 37 graden Celsius, op cowboylaarzen en met een cowboyhoed op. Ik heb een boerderijtje in midden-West-Texas, en ik kan u verzekeren dat echte ranchers er zo niet uitzien. Die dragen een petje en kijken er wel voor uit in de zomer te gaan dunnen. Die wachten tot het najaar als het kouder en minder vochtig is.

,,Het mooiste is als de president wetten tekent in het schooltje van Crawford, met een paar mensen om zich heen die op strobalen zitten. Ik zeg vaak tegen mijn vrienden: wij in Texas wisten tot 1975 nog niet wat een stoel was. Het is wat je noemt boerenbedrog, maar kennelijk werkt het voor zijn aanhangers op het platteland. Het is een signaal: `Ik ben één van de uwen.' Bush is goed in het bespelen van zijn specifieke publiek. Net als Reagan, die altijd op luchtmachtbases liep te salueren. De mensen vonden het prachtig.''

De Amerikaanse president Lyndon Johnson, die in Linds boek wordt beschreven als een vertegenwoordiger van het andere Texas – moderner, socialer, minder religieus – keek wel uit te worden betrapt op werken met zijn handen als hij bezoekers ontving op zijn Texaanse ranch. De vice-president die na de moord op John F. Kennedy opeens president werd, reed zijn gasten steevast per auto over het land. Lind: ,,Dan dronk hij bier en schoot op wild door het open raam van zijn Lincoln convertible. Dat is wat echte Texanen doen. Het hele idee dat je de leider van de vrije wereld in zijn schaarse vrije tijd primitieve 18de-eeuwse boerenkarweitjes laat doen, omdat iemand dat heeft gezien in een film over The Frontier is natuurlijk een belediging van het gezonde verstand.''

Burgeroorlogje spelen

Lind verklaart dit gedrag uit George W. Bush' neiging tot `overidentificatie' met zijn Texaanse buurjongetjes. Nadat hij met zijn ouders als driejarige naar West-Texas was verhuisd, kwam Bush terecht in een omgeving waar 96 procent bestond uit blanke, zuidelijke, upper middle class protestanten. De resterende 4 procent waren `yankees', zoals de familie Bush, die uit Connecticut kwam. ,,Ik denk dat hij zich geneerde. Zijn ouders hadden een gek accent en zij waren niet zoals andere ouders. George W. deed waarschijnlijk veel moeite om te bewijzen dat hij geen yankee-jongetje was.''

Zelfs in de relatief vooruitstrevende stad Austin, waar Lind opgroeide, was het altijd moeilijk om burgeroorlogje te spelen: ,,Niemand wilde yankee zijn. Waar je opgroeit bepaalt wie je bent, meer dan een oom en tante die je een keer per jaar ziet, of je grootvader Prescott Bush, die een progressief senator uit New England was. Je buurjongens, de school, de kerk – die maken je. Ik denk dat Bush een echte West-Texaan is.''

Dat wil ook zeggen dat de godsdienstige verwijzingen van de huidige Amerikaanse president in Linds ogen authentiek en diep gevoeld zijn. Hij herinnert aan de openingszinnen van een ander recent boek over George W. Bush van diens vroegere speechschrijver David Frum. Frum kwam 's morgens vroeg op zijn eerste werkdag in het Witte Huis en kreeg van een collega de vraag waar hij was tijdens de bijbelkring. Michael Lind: ,,Die worden heel vroeg op de dag gehouden buiten bereik van enige camera. Ze zijn niet voor politieke consumptie, een uiting van de belangrijke rol die het geloof speelt in dit Witte Huis. Terwijl God in grote delen van Europa en de Verenigde Staten dood is, worden de Verenigde Staten geregeerd door een president die een wedergeboren christen is.''

George W. Bush heeft meer dan eens verteld dat hij op zijn veertigste is gered door gesprekken met dominee Billy Graham die hem hebben bekeerd (1986). Volgens Lind waren George H. en Barbara Bush gewone `high church' protestanten: ,,Zij voelden zich ongemakkelijk in gezelschap van typisch zuidelijke, rechtse, baptistische predikers. Hun zoon werd bekeerd tot een fundamentalistisch soort protestantisme. `Jezus opende mijn hart', zegt hij. In de lokale, tribale cultuur waarin George W. opgroeide, wordt de bijbel letterlijk genomen en nooit tegengesproken. Je stelt geen vragen. Net als in het deel van de moslimwereld dat ten strijde trekt tegen heidenen en dat de joden als bron van alle onheil ziet. Ik heb familieleden in Texas die ook tot deze kring behoren. Daar kun je heel goed gestudeerd hebben, bankdirecteur zijn en toch een christenfundamentalist zijn.

,,De religiositeit van het Amerikaanse Zuiden was eens de norm in de hele Engelssprekende wereld. Nu is het een fossiel dat alleen nog in het Zuiden is te vinden. Ik ben er zo hard over, omdat het mijn eigen achtergrond is. De christelijke leiders uit deze hoek aarzelden na de aanslagen van 11 september niet om te zeggen dat het Gods straf was voor Amerika's tolerantie jegens abortus, homoseksualiteit en dergelijke. Het is het wereldbeeld van Bin Laden, die gelooft dat Satan achter het Westen, de Verenigde Staten en de communisten in Afghanistan staat. Dominees als Jerry Falwell en Pat Robertson meenden dat God Al-Qaeda gebruikte om ons te straffen.

,,Ik ken deze cultuur, ik kom er vandaan. Het is alles of niets. Het gaat om een strijd tussen de seculiere wereld en het geloof. Voor vrijzinnige protestanten is geen plaats. Voor compromissen evenmin. Volgens de islam moeten de handen van een dief worden afgehakt. Wat doe je met een boek als de bijbel: je verwerpt het of je past het toe. Ik denk dat het protestants fundamentalisme in de Verenigde Staten aan de verliezende hand is. Het komt in deze vorm alleen nog voor in het Zuiden. Het Zuiden heeft nog de onversneden Angelsaksische cultuur van vóór de Amerikaanse Revolutie [1774-1783]. De latere Europese immigratie is aan het Zuiden goeddeels voorbijgegaan. Ik verwacht dat dit alles in de loop van deze eeuw zal verdwijnen. De immigratie van Latino's doet zijn werk. Florida is al goeddeels Latijns-Amerikaans.''

Zonder uitdaging mijnerzijds verklaart Michael Lind bijna plechtig: ,,Ik ben niet tegen het Zuiden. Er komen heerlijke gerechten vandaan, de folklore en tradities zullen overleven. Ik wil alleen niet dat de primitieve instincten die door gebrek aan contact met de buitenwereld in het Zuiden zijn blijven hangen, in hun doodstrijd de binnenlandse en buitenlandse politiek van mijn land naar de knoppen helpen. Deze mensen moeten niet langdurig greep krijgen op het federale regeringsapparaat.''

Hoe kan het Zuiden de landelijke politiek domineren als de daar heersende opvattingen een overblijfsel zijn uit andere eeuwen? Door de wonderen van het Amerikaanse kiesstelsel, is Linds stellige overtuiging. Hij klaagt dat de Amerikaanse pers zelden of nooit schrijft over de steeds verdergaande vertekening ten gunste van de minst bevolkte staten van de VS. Elk van de vijftig staten heeft twee senatoren: Wyoming met bijna 500.000 inwoners en Californië met 34,5 miljoen ook.

Toen de Grondwet in de 18de eeuw werd opgesteld, wilden de dunbevolkte staten voorkomen dat zij werden weggestemd door de grote, volle staten. De invloed van de burgers in de volkrijke staten werden daartoe in de Senaat achtergesteld bij die van de inwoners van de kleine staten in een verhouding van 19:1. Tegenwoordig is die verhouding 70:1.

Lind: ,,Alleen in Brazilië is de ongelijke vertegenwoordiging absurder dan in de Verenigde Staten. Het wordt alleen maar erger, omdat bijna alle immigranten naar Californië en een enkele andere grote staat komen. Midden deze eeuw heeft misschien 5 procent van de bevolking, of zelfs één procent de meerderheid in de Senaat. De overwinningen van de Republikeinen in 2000 en 2002 zijn mede gebaseerd op de maximale uitbuiting van deze aberratie. Bush had nooit gewonnen als hij alleen maar het Zuiden beheerste. De Democraten hebben daar veel, maar niet alle aanhang verloren; zij heersen in de grote steden. De strijd ging om de voorsteden die eindigde onbeslist.

,,Het knappe van Bush is geweest dat hij de spaarzaam bevolkte prairiestaten in het Westen en de Rocky Mountainstaten heeft losgeweekt uit het Democratische kamp. Dat deed hij door goed in te spelen op de zorgen van de blanke arbeidersklasse, die het niet breed heeft en zich door de Democraten in de steek gelaten voelt. Kort geleden reikte Bush die mensen weer de hand door zich te verzetten tegen de rassenquota in het toelatingsbeleid van de universiteit van Michigan. Die mensen zien niet waarom de zoon van een recentelijk geïmmigreerde Zuid-Amerikaan voorrang krijgt boven hun hardwerkende dochter zonder geld.''

Pessimisme

Het verbluffendst voor de rest van de wereld is misschien wel de rolvastheid van president Bush in een buitenlands beleid dat, vooral sinds de aanslagen van 11 september, Amerika een zeer dominante rol in de hele wereld geeft. De stelling die Lind in zijn boek uitwerkt in een hoofdstuk met de titel `Armageddon' is dat die rampspoed de president noch het beleid wezenlijk heeft veranderd, maar alleen de bestaande tendensen heeft versterkt en versneld.

De Bush-doctrine is volgens Lind in werkelijkheid de Wolfowitz-doctrine, een diep pessimistisch wereldbeeld dat ervan uitgaat dat een vreedzaam samenleven van grote mogendheden niet mogelijk is. Wolfowitz, nu onderminister van Defensie, bepleitte tijdens de regering van de eerste president Bush begin jaren '90 al (met dezelfde op het Pentagon georiënteerde hoofdrolspelers van nu: Rumsfeld, Cheney, Perle en Feith) een `unipolaire overheersingsstrategie'. Die notitie lekte voortijdig uit en werd door Bush I van de hand gewezen.

Deze noordoostelijke beleidsactivisten hebben niet de zuidelijke wortels van de zoon Bush, maar zijn winst in 2000 gaf hun tien jaar vergeefs uitgedragen leer een tweede kans. Ook nu was er tegenspel van de Atlantici, de multilateralisten, belichaamd door minister van buitenlandse zaken Colin Powell en medestanders van president Bush I, zoals Brent Scowcroft en Lawrence Eagleburger. Naar Linds overtuiging zijn vader en zoon Bush het grondig oneens vorige zomer konden Powell en de entourage van Bush senior, geholpen door Tony Blair, de president er ternauwernood van overtuigen dat de wereldopinie ertoe deed.

Lind: ,,Wolfowitz is een briljant intellectueel en een begenadigd diplomaat. En hij heeft nauwe banden met Israël. Zijn doctrine van unipolaire dominantie is een serieuze theorie, gebaseerd op een lezing van de geschiedenis. Het is geen rationalisatie voor platte zakenbelangen. Wolfowitz en nu dus de regering-Bush zijn ervan overtuigd dat de Tweede Wereldoorlog is veroorzaakt door het ontbreken van één dominante wereldmacht die niemand durfde uitdagen. Als het Britse rijk sterker was geweest in 1900, 1914, 1939, dan hadden de Duitsers, Italianen, Japanners, en later de Sovjets niet gedurfd de Britten aan te pakken. De Britten waren echter zwak, we leefden in een multipolaire wereld, met alle ellende van dien.

,,Als je deze lezing van de 20ste eeuw accepteert, dan zouden de Verenigde Staten nu de vroegere rol van Groot-Brittannië als dominante handels-, zee- en luchtmacht moeten overnemen. Het idee is dat het bestaan van één macht die zich specialiseert in veiligheid, leidt tot wereldvrede. Alle grote Europese en Aziatische landen, Rusland en dergelijke worden dan, net als Duitsland en Japan na de Tweede Wereldoorlog, in wezen gedemilitariseerde cliëntstaten zonder eigen buitenlandse politiek.

,,Bush heeft het in zijn toespraak op de militaire academie West Point vorig jaar en elders gezegd: Amerika doet het politiewerk in de wereld en de andere landen concentreren zich op productie en handel. Het is een legitieme strategie. Een waanzinnige, denk ik, maar het is een visie. Het is niet wat de meeste Amerikanen verwachtten na de Koude Oorlog, waarin zij zich al die extra defensie-uitgaven moesten getroosten. Daarna zou het weer normaal worden. Het tegendeel is nu het geval.''

Naar de overtuiging van Michael Lind heeft deze visie van een kleine groep neoconservatieve denkers uit het noordoostelijke establishment zo'n weerklank bij Bush' zuidelijke, blanke protestantse basis, omdat juist daar de cultuur zeer militaristisch is en argwanend jegens internationale organisaties en allianties. De religieuze overtuiging van de christelijke fundamentalisten geeft het Israël van Sharon bovendien ruim baan. ,,Wij moeten als gezegend land onze roeping niet vergeten'', was een van de vele bijbelse verwijzingen tijdens de State of the Union van dinsdag. Lind meent dat ,,Wolfowitz de vooroordelen van het landelijke, militaristische Zuiden bekwaam heeft uitgebuit''.

Dit traditionalistische, zwart-wit denkende Zuiden is de invloedrijke onderbuik van Amerika geweest, die decennialang veel sociale wetgeving heeft tegengehouden, meent hij. Eerst waren het voornamelijk conservatieve Democraten die via commissievoorzitterschappen de Senaat en het Huis van Afgevaardigden naar hun hand zetten. Tegenwoordig zijn het vooral Republikeinen.

De fundamentalistisch-religieuze dominantie zal afnemen, omdat de aanhoudende toestroom van Latino's het systeem op zijn kop zet. ,,Texas zal over tien, twintig jaar een gouverneur van Latijns-Amerikaanse herkomst hebben. Dan zal het Zuiden sociaal nog wel conservatief zijn, maar met minder effect op het buitenlands beleid.''

Om de greep van het Zuiden, die nu in Washington zijn hoogtepunt beleeft, te illustreren, zegt Michael Lind: ,,Het Zuiden is een derdewereldland, dat wordt bestuurd door een zeer reactionaire elite. Stel je voor dat Honduras een derde van de oppervlakte van Duitsland zou beslaan en iedere hervorming zou tegenhouden. Het is een structureel probleem. De Verenigde Staten zouden meer op Denemarken, Groot-Brittannië, Duitsland of Frankrijk lijken, en een sociale markteconomie zijn, als het Zuiden die remmende rol niet zou vervullen. In de jaren '30, '40 en '50 heeft het Zuiden de New Deal gedwarsboomd en gelijke burgerrechten voor alle Amerikanen geblokkeerd.

,,De Amerikaanse Oost- en de Westkust zijn een modern land dat om een bananenrepubliek zit geklemd. En het vervelende is dat we één regering delen, maar niet hetzelfde waardensysteem. Mij is verweten dat ik in mijn boek te scherp ben en niet genoeg respect toon, maar ik weet waar ik het over heb. Mijn tante is in de Woolworth van Austin, Texas, nog gearresteerd, omdat zij zat te eten met zwarte vrienden. Mijn oma heeft de Klu Klux Kan nog kruisen zien verbranden.''

    • Marc Chavannes