Spontaan naar het voetbal gaan kan bijna niet

De tweede helft van de competitie in het betaald voetbal is begonnen. De neutrale liefhebber die spontaan naar een wedstrijd wil is lang niet altijd welkom.

Stel, een vader wil samen met zijn twee zonen (de een is fan van Ajax, de ander van Feyenoord) volgende week naar de topper tussen Ajax en Feyenoord. Onmogelijk. Een Haagse voetballiefhebber besluit dat hij volgende week ADO Den Haag wel eens in het Zuiderpark aan het werk wil zien tegen FC Dordrecht. Te laat. Deze man had twee weken geleden al moeten bedenken dat hij een clubkaart had moeten aanvragen. Een clubkaarthouder van FC Zwolle wil naar FC Groningen-FC Twente. Helaas, deze supporter is niet welkom.

De clubkaart mag dan misschien niet meer voor alle wedstrijden verplicht zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat iedereen zomaar voor elke wedstrijd een kaartje kan aanschaffen. Het toegangsbeleid wordt voor ieder duel in het betaalde voetbal plaatselijk bepaald in een overleg tussen club, gemeente, politie en justitie. Wedstrijden worden grofweg ingedeeld in drie categorieën: 1. Risicowedstrijd (clubkaartverplichting) 2. Enig risico (beperkte clubkaartverplichting) 3. Geen risico (vrije verkoop). Een totaaloverzicht waarbij wordt aangegeven welk regime bij welke wedstrijd hoort, bestaat niet. De communicatie wordt door de clubs afzonderlijk van elkaar gedaan via teletekst of websites.

De folders die op het bondsbureau van de voetbalbond in Zeist in het rekje stonden onder de titel `Hoe bezoek ik een wedstrijd in het betaalde voetbal' zijn al weer lang geleden bij het oud papier gezet. ,,Het beleid van 36 verschillende clubs is niet door één instantie uit te leggen'', stelt Wilfred de Rooij, directeur van KNVB Club Support. ,,Het is duidelijk dat het huidige systeem niet ideaal is, maar het blijft onze zorg dat bepaalde groepen supporters niet zomaar binnen kunnen komen. We gaan de oude schoenen niet weggooien voordat we nieuwe hebben.''

De clubkaart kent zijn oorsprong in het begin van de jaren negentig. Destijds werd de kaart ingevoerd met het idee de service voor de toeschouwers te verbeteren. Kaartjes voor voetbalwedstrijden konden zo met het plastic pasje bij honderden sigarenzaken in het hele land worden aangeschaft. In de loop der jaren werd de clubkaart onder druk van de politiek echter steeds vaker ingezet als veiligheidsinstrument.

Na de rellen van Beverwijk tussen Feyenoord- en Ajax-fans, waarbij een Ajax-supporter stierf, werd in 1998 de persoonsgebonden clubkaart voor het bezoeken van voetbalwedstrijden verplicht gesteld. Na een evaluatie door de commissie-Stekelenburg, waaruit bleek dat de clubkaart als veiligheidsinstrument had gefaald, werd die maatregel een jaar later weer teruggedraaid.

Inmiddels bepalen de clubs grotendeels zelf of ze de kaart als servicemiddel dan wel als veiligheidsinstrument gebruiken. De verschillen zijn soms groot. Zo kunnen aan de kassa's van eerstedivisieclub Helmond Sport bij veertien van de zeventien thuiswedstrijden zonder clubkaart kaartjes op de wedstrijddag worden gekocht. Dit is ook het geval bij circa negentig procent van de wedstrijden in de eerste divisie. Koploper ADO Den Haag vormt daarop een grote uitzondering. In Den Haag moeten bezoekers áltijd over een persoonsgebonden clubkaart met pasfoto beschikken. Wie echter een ADO-clubkaart aanschaft moet bedenken dat hij bij sommige andere clubs van wedstrijden wordt uitgesloten. Zo zijn bij Ajax-Groningen over veertien dagen clubkaarthouders van iedere club behalve die van Feyenoord en ADO welkom.

,,Ik weet dat ADO op zogenoemde zwarte lijsten van clubs voorkomt'', zegt Steven de Haseth, marketing manager van ADO Den Haag. ,,Zo zijn er ook acht clubs waarvan de supporters, behalve dan als bezoekende club voor het uit-vak, geen kaarten bij ons kunnen kopen. In een perfecte wereld hadden wij het liever ook allemaal anders gezien, want we lopen veel toeschouwers mis. Maar voorlopig geven wij de prioriteit aan de veiligheid van de mensen.''

De Rooij, als directeur van KNVB Club Support verantwoordelijk voor het uitgeven van de clubkaarten, beaamt dat aan het huidige systeem nog haken en ogen zitten. De Rooij: ,,Het gaat er voortdurend om de juiste balans te vinden tussen publieksvriendelijkheid en veiligheid. Het blijft heel moeilijk om bepaalde mensen uit de stadions te weren. Je kan wel stadionverboden invoeren, maar als er geen meldingsplicht is wat heeft dat dan voor zin? Ik zeg niet dat het een utopie is dat we ooit weer terug kunnen naar de vrije verkoop. Maar het hangt er wel vanaf of er excessen blijven plaatsvinden. Helaas hebben wij ook de oplossing voor het supportersgeweld nog niet gevonden.''

Jacob Bergsma, woordvoerder van Ajax, is zich ervan bewust dat met het huidige beleid soms de goedwillenden moeten lijden onder de kwaadwillenden. Bij slechts een klein aantal wedstrijden kunnen neutrale voetballiefhebbers zonder clubkaart bij de Arena terecht. ,,Het gaat er in eerste instantie om dat mensen op een plezierige en veilige wijze naar het voetbal kunnen'', stelt Bergsma. ,,Dat is voor ons een hoger doel dan ervoor te zorgen dat een gezin bestaande uit zowel Ajax- als Feyenoord-supporters samen op de tribune kan zitten. Hoe spijtig dat ook is.''