SPOEDGEVALLEN

Op de eerste hulp in het Medisch Centrum Rotterdam hebben medewerkers steeds meer last van agressieve patiënten die onmiddellijk geholpen willen worden.

Ook hier geldt de wet van de grote mond.

'Hé, verdomme, word ik nog geholpen of hoe zit dat? Hé! Horen jullie me?'

Het meisje van een jaar of achttien dat zojuist met driftige passen naar de balie van de spoedeisende hulp is gelopen, heeft er helemaal genoeg van. Al twee keer heeft ze buiten in de parkeergarage geërgerd een sigaret gerookt, en nóg is ze niet aan de beurt. Als er nu geen verpleegkundige komt, dan zal ze eens even goed stampij gaan schoppen. Wat denken ze hier wel niet!

Met haar strakke broek en korte truitje lijkt ze zo te zijn weggelopen uit een houseparty. Het moet een onstuimig feestje zijn geweest, want haar rug, armen en de linkerkant van het gezicht zitten onder de schrammen en blauwe plekken, terwijl haar neus en linker jukbeen een zwelling laten zien. Erg aangeslagen lijkt ze door de verwondingen niet te zijn. 'Hé', roept ze opnieuw met luide stem, 'komt er nog wat van?' Het is vooralsnog onduidelijk tegen wie ze schreeuwt. De balie is onbezet en de beveiligingsbeambte die er vlak naast in zijn loge zit te internetten, heeft geen zin om op het meisje te reageren. Het is haar al een paar keer gezegd dat ze op haar beurt moet wachten. Bovendien geeft het elektronische bord dat over de volle breedte boven de deuren naar de behandelkamers hangt, het nog eens duidelijk aan. 'Welkom op de spoedeisende hulp van het Medisch Centrum te Rotterdam. De volgorde van binnenkomst is niet gelijk aan de volgorde van behandeling. De wachttijd is op dit moment ongeveer 90 minuten.'

'De mensen hebben geen geduld en manieren meer', zegt de beveiligingsman, die tevens de functie van portier vervult. 'Je moet eens weten wat het personeel hier allemaal naar het hoofd geslingerd krijgt. Terwijl die patiënten er soms zitten voor de kleinste dingen. Die komen natuurlijk het laatst aan bod. Er zijn er die niet eens accepteren dat de zware trauma's voorgaan. Als je hier pas werkt, schokt het je. Maar na jaren went het. Nu ja, bij sommigen. Anderen houden er mee op. Die kunnen er op den duur niet meer tegen.' Inmiddels is het meisje weer gaan zitten op een van de stoelen in de wachtruimte. 'Pleuristent hier', zegt ze hardop.

Strottenhoofd

'Een, twee, drie. Een, twee, drie.' Hardop tellend reanimeren twee ambulancebroeders om de beurt een jonge Algerijn die zwaargewond op de behandeltafel ligt van kamer 4, de traumakamer. In zijn maag zit links een steekwond. De hals is van het strottenhoofd totaan het oor door- gesneden.

Het is druk rond de tafel. Behalve vier verpleegkundigen zijn er drie cardiologen, een radioloog en twee ambulancebroeders aanwezig. Voor de deur staan twee politieagenten. Een van de cardiologen drukt een zuurstofkap op het gezicht van het slachtoffer, terwijl een verpleegkundige de monitorkabels wat om- hooghoudt. Het lichaam van het slachtoffer oogt bleek, een gevolg van het aanzienlijke bloedverlies. Toen hij met gillende sirenes werd binnengereden, schatte het ambulancepersoneel zijn overlevingskansen op nul.

Omdat de hartstreek is geraakt, is direct de afdeling cardiologie gewaarschuwd. Mocht dat nog zinvol zijn, dan zullen ze de man onmiddellijk openmaken. Afwachten. 'Een, twee, drie', gaat het hijgend verder. Op de monitor is alleen een horizontale streep te zien. De reanimatiemachine wordt ingezet. Het lichaam schokt omhoog na elke stoot. Maar het is tevergeefs. Het hart komt niet meer op gang. De man heeft te veel bloed verloren. 'Laten we er maar mee stoppen', zegt de hoofdcardioloog. De patiënt is overleden.

Als we de 4 uitgaan, zegt een van de ambulancejongens op de gang: 'Ik heb chocolade bij me. Iemand trek?' 'Nee, met zo'n sterfgeval door geweld kan ik niet meer zitten', zegt hij, als het groepje op weg gaat naar de koffiekamer. 'Dan kan ik wel aan de gang blijven. Ik heb er afstand van genomen. Vroeger had je eens in de drie maanden een steek- of schietpartij. Nu is het wekelijkse kost. Vooral in de weekeinden. Het haalt niet eens de kranten meer. Geweld is tegenwoordig gewoon geworden.'

Buiten is het hard gaan regenen.

Grote druppels slaan tegen de ramen van de koffiekamer, en overstemmen bijna de televisie die dag en nacht voor verpozing zorgt. Het blijkt een korte, heftige bui te zijn. 'We gaan weer eens verder', zegt de ambulancechauffeur als de regen is verstomd. 'Tot ziens dan maar weer.'

De wachtkamer loopt vol. Een donkere man zit voorovergebogen met de handen tegen de maag gedrukt. Ernaast twee jongens van wie er één zijn arm omhooghoudt die met een bebloede theedoek is omwikkeld. Op de stoelenrij links van de frisdrankautomaat zitten een paar meisjes bezorgd om hun vriendin heen. De angst staat in haar ogen te lezen, haar ademhaling gaat moeizaam. 'Hyperventilatie', zegt de baliemedewerkster. En ja, naar dat opgefokte meisje van daarnet wordt nu gekeken.

Zwaaier

Uit de portiersloge klinkt Mozart over de radio, af en toe gestoord door het krakende geluid van een politiescanner. De atmosfeer lijkt weldadig rustig. Dan wordt de muziek plotseling zachter. 'Zwaaier!' (jargon voor ambulance met zwaailicht), roept portier Mesut Sagir. Hij zit voor vier beeldschermen waarop alle locaties van de afdeling en de entree van de spoed zijn te zien. 'Toegetakelde vrouw', vult hij in zijn hokje aan. 'Een Poolse. Ze heeft forse snijwonden in het gezicht. Verder schijnt ze behoorlijk geslagen te zijn. Over tien minuten is ze hier, en de politie komt mee.' Nog voor de geschatte tijd verstreken is, staat de brancard met het slachtoffer in de ruimte tussen de twee behandelgangen. Onder het ravenzwarte haar van de kleine vrouw lekt wat bloed. Maar het blijkt mee te vallen. Ze hoeft niet naar de traumakamer. 'Doe de twintig maar, want de rest zit vol', zegt de arts na overleg met een verpleegkundige. De politieagenten lopen mee naar de behandelruimte. Een heeft een polaroidcamera in de hand. 'Voor het bewijsmateriaal', zegt hij. 'Het was haar ex-vriend die haar met een mes te grazen nam. In een winkel. Beestachtig.

Misschien komt hij hier verder verhaal halen. Dat zie je soms ook nog eens.'

Een felle operatielamp maakt de verwondingen goed zichtbaar. Drie steekwonden aan beide zijden van het hoofd. 'Ik wil een spiekel', kreunt de vrouw als de wonden zijn ontsmet, en de politie de foto's en een verklaring heeft. 'Alstoeblief, mag ik in een spiekel zien?' De arts die bezig is het eerste stuk van de langste snee te hechten, knikt naar de assistent. Een handspiegel wordt boven het gezicht van de vrouw gehouden. Ze begint te huilen. 'Maar ik heb een dochtertje', snottert ze. 'Hoe moet ik haar...'

'We gaan je weer mooi maken, hoor', zegt de arts. 'Dat kunnen we hier heel goed.' Als het hechten verder gaat, begint de vrouw zacht te zingen. 'Spie dziecie spie.' 'Een Pools kinderliedje', zegt ze. 'Bij jullie... hoe heet dat? Slaap kindje slaap? Ik zing, omdat anders moet ik schreeuwen. Dat is voor jullie niet leuk.' Verpleegkundige Rob van der Bent zingt mee.

Op de gang loopt een co-assistent met een lachgascylinder naar de 18 waar de hyperventilante is gezet. 'Dat gaat lekker zo', zegt hij. 'Er komt weer een trauma aan. Verkeersongeluk bij Rhoon. Drie zwaargewonden. Eentje krijgen wij.'

Klappen tegen hoofd

Uit het patiëntenregistratieboek dat na elke afgehandelde casus wordt ingevuld. Twee dagen en twee nachten op de spoed: mishandeling, urineweginfectie, hete thee over buik, duizelig, manisch-depressief, klappen tegen hoofd, alcoholintoxicatie, snijwond, auto tegen auto, vaginaal bloedverlies, hartinfarct, auto tegen boom, maagklachten, bolletjesslikker, pijnlijke vingers, bijtwond mens, algehele malaise, nachtelijk hyperventileren, schotwond door hoofd, keelontsteking.

Blijkens gegevens van de afdeling onderzoek en statistiek van het ziekenhuis bezochten vorig jaar 25.500 personen de spoedeisende hulp. Dat zijn er iets meer dan zeventig per dag. Het aantal auto-ongelukken bedroeg 1000, waarbij 236 personen een multitrauma hadden. Dat wil zeggen dat meerdere organen beschadigd zijn, en ze op de Intensive care zijn beland, of overleden. Ernstig letsel door penetrerend geweld (steek- of schietpartijen): 125. Van de lichte letsels door geweld bestaan geen cijfers. 'Dan kunnen we wel aan het tellen blijven', zegt spoedarts en medisch coördinator Mary Janssen van Raay. 'We zetten het er ook niet altijd bij. Dan schrijven we bijvoorbeeld gewoon snijwond.' Van Raay deed eerst kindergeneeskunde en cardiologie, voordat ze op de spoedeisende hulp ging werken. 'Maar', zegt ze lacherig, 'rustig werk is niets voor mij. Ik heb een grote prikkelbehoefte. Zoals de meesten hier. Van alle afdelingen is de spoed de enerverendste. De schaduwzijde van het werk is het familieleed waar je mee te maken krijgt. Allemaal hebben we een casus gehad die is blijven hangen. En die heel soms terugkomt. Twee jaar geleden had ik het weekend voor m'n verjaardag de nacht. We kregen twee Turkse meisjes binnen. Waren hand in hand van twee hoog naar beneden gesprongen, omdat hun vader ze achterna zat. Het waren nog jonge pubers. Gelukkig hebben ze het gehaald. Dan een vrouw met een flink mes in de borst. Ze had het er zelf in gestoken, zo depressief was ze. Alsof het nog niet genoeg was, werd een man binnengebracht die zich van opzij door het hoofd geschoten had. Even later sta je dan voor de familie.

'Als je niks meer voelt bij dit werk, moet je stoppen. Hoewel veel dingen simpelweg wennen. Met agressie ligt dat anders.

Bepaalde woorden hoor je niet meer. Het kleine verbale gedoe. Maar daar blijft het niet bij. Het Erasmus mc is een binnenstadsziekenhuis. Beschaafde, intelligente patiënten zijn hier een uitzondering. Als ik in een gewone behandelkamer ben, zit ik met m'n rug naar de deur. Dan kan ik achteruitlopen. Je probeert het bewust tegen te gaan. Maar het is een automatisme geworden. Elk moment kan er iets gebeuren. Vooral als er mensen binnen zijn met een psychische stoornis. Of die als gevolg van drank en pillen uit hun dak gaan. Vroeger waren het vooral de junks die wat dat betreft voor overlast zorgden. Nu zijn het de bezopen middenstandskinderen. ''Waarom duurde dat zo lang? Wat kan mij een trauma verrotten? Schiet je op, kut- wijf!” Je kunt je natuurlijk afvragen of we iedereen moeten helpen. Steeds meer mensen beschouwen de spoed als een veredelde dokter waar je op ieder moment even langs kunt. Bijvoorbeeld na de kroeg.

'Weigeren? Het risico is te groot. Zakt er iemand om de hoek in elkaar, dan krijgen wij een claim. Nog los van het feit dat weigeren de agressie alleen maar vergroot. Niet iedereen is agressief. Maar het gebeurt vaak. Te vaak.'

Hoofdhuid

'Dit hebben we nog op de rijbaan gevonden. Honderd meter vanaf de plek des onheils.' In de hal houdt een verkeersagent een grote plastic zak omhoog. Er zit een stuk hoofdhuid in van een centimeter of tien, met het haar er nog aan. Afkomstig van het verkeersslachtoffer bij Rhoon dat nu naar boven is voor een uitgebreide scan. De collega van de agent staat er wat verdwaasd bij. Het is haar eerste grote ongeluk.

Zes dagen later vertelt verpleegkundige Marjan van der Kolk niet zonder trots dat het slachtoffer er toch bovenop gekomen is. 'Zelfs het hoofd oogt weer redelijk. Dat is het mooie van ons werk: als een ernstig trauma het zonder veel gevolgen haalt.'

Vrijdagnacht, een uur of twee. Het is kouder geworden. Voor de ingang staan een paar kleumende mensen mobiel te bellen. Sommigen zijn patiënt, anderen wachten totdat hun vriend, vriendin of familielid klaar is met de behandeling. Koude wasem begeleidt de woorden. Binnen meldt zich aan de balie een stel van rond de vijfentwintig. De man heeft zijn arm een beetje dwingend om de schouders van zijn vriendin geslagen. Achter hem de ouders met bezorgde blikken. Het zijn duidelijk mensen uit de betere klasse. 'Mijn vriendin heeft een psychose', zegt de man onzeker. 'Het is de tweede keer. We weten niet goed wat we moeten doen. Daarom zijn we direct hierheen gekomen.' De vrouw staat er lachend bij. Een verkrampte lach, en in haar vriendelijke ogen is iets vreemds te zien. Alsof ze hun waarnemingen afwisselend verrichten in twee verschillende werkelijkheden. 'Als dat maar goed gaat', zegt de baliemedewerkster, nadat de patiëntengegevens in de computer zijn geverifieerd en het viertal is gaan zitten. 'Psychiaters kunnen lang op zich laten wachten.'

'Psychiaters zijn zelf geschift', zegt de portier. 'Contactgestoord', verbetert een verpleegkundige. 'Ja, sorry hoor, zegt ze er snel achteraan. Dan heb je hier iemand die de tent afbreekt, komt de psychiater een uur later om vervolgens een half uur het dossier te gaan zitten lezen. En daarna zeggen ze nog niet veel.'

Boven de wastafel om de hoek bekijkt een arts samen met een co-assistente op de lichtbak een paar röntgenfoto's van een gebroken hand. In de verpleegkundigenruimte ernaast worden statussen afgewerkt. Dan klinkt een hoog gegil uit de wachtruimte. Het is de psychotische vrouw, die nu helemaal ontremd is. 'Zet haar maar in de triagekamer', zegt Marjan. 'Met haar vriend erbij'. Op de monitor die met een camera met het kamertje is verbonden, is te zien dat verpleegkundige Marianne de vrouw wat weet te kalmeren. Toch heeft de portier zijn handschoenen aangetrokken. 'Soms moet je ze met een paar mensen in bedwang zien te houden', mompelt hij.

Scharen en spuiten

Tegen het ochtendgloren lijkt het of de hele wereld uit de rails gelopen is. De psychotische vrouw is het kamertje uitgerend en heeft vervolgens onder luid gekrijs en met grote kracht vijf deuren van de behandelkamers dichtgesmeten. Ze rende van kamer naar kamer. Langs messen, scharen en spuiten. Toen de portier haar met zachte hand had teruggebracht, heeft ze in de deuropening haar vriend met angstige ogen ten huwelijk gevraagd. Welgemeend en lief zei hij onmiddellijk ja. Daarna is hij bij haar blijven zitten, totdat de psychiater kwam. Ze was al bijna weer rustig, en mocht met medicijnen naar huis.

Alles kan erger. Ook krijsen. Twintig minuten om je moeder gillen. Niet wegens een psychose, maar door drankmisbruik. Een zuster ernaast. Handje vasthouden en op het meisje inpraten. Twee kamers verder een jochie van zeventien, dat vanwege alcoholvergiftiging aan het infuus ligt.

'Als ze helemaal van de wereld zijn, nemen ze een paar uur een bed in beslag', zegt Mary licht geïrriteerd. Vervolgens was er nog een zwaargewonde automobilist die van de 4 naar de ic ging. Hij raakte onder invloed met hoge snelheid een paaltje langs de weg, en werd de auto uit geslingerd. Kritiek.

Ten slotte werd het hele personeel met de dood bedreigd. Door een feestganger. Hij was eerder die avond naar een discotheek gegaan. De portiers hadden hem geweigerd, omdat hij een slok op had. Of misschien omdat hij een Marokkaan is. Wie zal het zeggen? In ieder geval had hij geschreeuwd dat hij een wapen zou gaan halen. De portiers namen het zekere voor het onzekere. Ze waren in de auto gesprongen, en hadden de man expres hard aangereden.

'Foto!', klinkt het in de 4. Iedereen zonder beschermend schort verdwijnt achter de ruit. Bij de derde foto begint de man, wiens gezicht onder het bloed zit, te brabbelen. Er is niets van te verstaan, maar de toon liegt er niet om. Hij is angstig en furieus. 'Helemaal ontspannen, meneer', zegt iemand. Op de 6, waar hij even later naartoe mag, omdat uit de foto's blijkt dat geen vitale delen zijn beschadigd, gaat het allengs harder en harder. 'Meneer, wíj hebben u niet geschept', berispt Leonard de patiënt. 'Wij zijn hier om u beter te maken.' 'Jullie gaan er allemaal aan', roept de man, nu verstaanbaar. 'Allemaal! Al doe ik m'n ogen dicht, dan nog onthou ik jullie gezichten. Omdat ik Marokkaan ben, hè? De politie laat mij doodgaan!' In de gang staat een broer van de man te huilen. Dan gaat hij met grote stappen de kamer in. 'Je moet ophouden', zegt hij bevelend. 'Gedraag je. Je mag God dankbaar zijn dat ze je hier nog helpen. Ik zei het je toch? Niet drinken! Nou zie je dat je altijd naar je grote broer moet luisteren!'. Verpleegkundige Cora steekt haar duim omhoog. Sommige verpleegkundi- gen onderdrukken een glimlach, terwijl de man wat gedweëer wordt.

Misselijk

In de wachtkamer zit nog steeds iemand die een klap op zijn oog heeft gehad. 'Wanneer ben ik aan de beurt?, vraagt hij chagrijnig. 'Heeft de dokter soms longkanker gekregen?' De man ernaast die is gekomen omdat hij misselijk is, hoort het onbewogen aan.

'Het was me het nachtje weer wel', verzucht Cora in de koffie- kamer waar zojuist het ontbijt is gebracht. 'Maar er zijn nachten die nog hectischer verlopen. Dan kan de wachttijd oplopen tot drie uur, en dan krijg je nog meer grote bekken. Het spijt me dat ik het zeggen moet, maar het zijn dikwijls bepaalde buitenlanders die dwingend gedrag laten zien. In hun eigen land is dat vaak de enige manier om iets voor elkaar te krijgen. En ze voelen zich snel achtergesteld. Dat moet je hier goed voor ogen houden, anders ga je nog discrimineren.

'Maar de allochtonen zijn de enigen niet. Was dat maar waar. De Nederlanders worden ook steeds agressiever. Ik werk hier 29 jaar en ik heb het allemaal meegemaakt. Midden jaren '80 is de agressie begonnen. Waarom? Moeilijk te zeggen. Er zijn zo veel factoren. Ik denk er dit van: vanaf die tijd is het allemaal om het ik gaan draaien'. M

Roel Visser is freelance fotojournalist.

[streamers]

'Mensen hebben geen manieren meer. Je moet eens weten wat het personeel hier naar het hoofd geslingerd krijgt'

'We gaan je weer mooi maken, hoor', zegt de arts. 'Dat kunnen we hier heel goed.'

'Steeds meer mensen beschouwen de spoed als een veredelde dokter waar je op ieder moment even langs kunt.'

'Jullie gaan er allemaal aan. Al doe ik mijn ogen dicht, dan nog onthoud ik jullie gezichten!'