Soeplezingen en gezond verstand

Wetenschap heeft weinig status bij Kamerleden en het gaat om taaie dossiers. Om te voorkomen dat onderzoek het aflegt gaat Hein Meijers namens nwo bij ze langs op het Binnenhof.

Toen hein meijers, directeur communicatie van NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek), zich anderhalf jaar geleden als lobbyist voor de wetenschap op het Binnenhof in het gebouw van de Tweede Kamer waagde, waren de reacties verbaasd. `Hoe bent u binnengekomen?', vroeg een parlementariër met tien jaar ervaring. `Kun je echt zomaar een pasje krijgen?'

``Ja dus'', zegt Meijers in zijn werkkamer in het NWO-kantoor aan de Laan van Nieuw Oost-Indië in Den Haag. ``Wat me opviel was de rust in dat grote gebouw. Er waren natuurlijk Kamerleden en fractiemedewerkers maar die hebben het erg druk met vergaderingen. Mensen zoals ik, die daar rondlopen om Kamerleden persoonlijk aan te spreken, zie je nauwelijks. Blijkbaar gaan veel contacten van bovenaf, via partijen of fractievoorzitters. Ik zoek Kamerleden gewoon op hun werk op en praat wat met ze.''

Het gaat om een nieuwe functie bij NWO. Meijers: ``Je kunt het lobbyen noemen, of public affairs: ik behartig een publieke zaak. In verkiezingsprogramma's staat weliswaar veel moois over wetenschap, maar als er dan vervolgens in de Kamer gekozen moet worden, zijn andere zaken urgenter. Van de voornemens om de wetenschap te versterken komt op het niveau van het politieke handwerk nog te weinig terecht. Het blijkt erg lastig daadwerkelijk iets tot stand te brengen. Sterker, zelfs in de vette jaren kwamen de meeste plannen erop neer dat er op wetenschap moest worden bezuinigd. En dat terwijl in Lissabon is besloten dat Europa, om in het spoor te blijven van Amerika en Japan, veel meer zou moeten investeren in onderzoek.''

Om de contacten aan te halen is NWO eerst op werkbezoek geweest met de vaste kamercommissie voor onderwijs, cultuur en wetenschap. Meijers: ``Die stond toen nog onder voorzitterschap van Maria van der Hoeven, de huidige minister. We zijn naar Finland en Zwitserland geweest, landen waar Nederland zich mee zou moeten meten. Dat was erg verhelderend, ook voor ons. In die landen steekt de overheid beduidend meer geld in de wetenschap dan hier het geval is, aangezien die investering zich op termijn terugbetaalt. Dat gaat gepaard met een voortdurend constructief overleg van de politiek, het bedrijfsleven en de sector wetenschap en onderwijs. Wij streven ernaar zoiets ook in ons land van de grond te krijgen en het gaat de goede kant op. Aansluitend aan die werkbezoeken had de vaste kamercommissie duidelijk meer belangstelling voor het onderwerp. Daar zijn we op ingesprongen.''

In zijn contacten met Kamerleden stuit Meijers op drie problemen. ``Om te beginnen heb je te maken met de positie van specialisten binnen hun fractie. Dat zijn hele gevechten. Die mensen willen ook carrière maken, het is potje wisselen. Onderwijs en onderzoek is een lastig en nogal theoretisch dossier, niet het populairste ook. Het vereist een lange adem en je scoort er niet snel mee. Dat maakt het voor Kamerleden met wetenschap in hun portefeuille niet makkelijk om zich binnen binnen eigen kring te profileren.''

Ook zoeken Kamerleden sterker dan vroeger aansluiting met de kiezer. Meijers: ``De kracht van Pim Fortuyn zaliger is dat hij dat punt heeft benadrukt. Het impliceert dat de politiek meer naar de burger zou moeten luisteren. Dat doe je niet via één-op-één contacten in het café maar door op werkbezoek te gaan en met maatschappelijke organisaties te praten. Die tendens noodzaakt NWO óók beschikbaar te zijn, om helder te maken wat het gevoelen van de wetenschappers in het land is.''

gedetailleerd

Maar het grootste probleem is dat het voor geen enkel Kamerlid doenlijk is de dossiers waar hij mee te maken heeft zelfs maar te lezen. Meijers: ``Complete departementen met tientallen ambtenaren schrijven vanuit hun ervaring lijvige verhandelingen die zeer gedetailleerd zijn. Van de Kamerleden heeft de helft nauwelijks ervaring met die onderwerpen. Van die mensen kun je dus niet verwachten dat ze al bij voorbaat een uitgebreide dossierkennis hebben. In lastige gevallen richt men zich op makkelijke punten en volgt men de minister zonder veel weerwerk te leveren. Wetenschap geldt als een lastig dossier, net als onderwijs. Je praat over investeringen die zich niet in een jaar, of zelfs binnen een regeerperiode, uitbetalen. Er gaat veel meer tijd mee heen.''

Aan Hein Meijers de taak om namens NWO Kamerleden bij te staan. ``Vanuit alle fracties merk ik een sterke behoefte om op adequate wijze bijgepraat te worden over waar het in de wetenschap nu eigenlijk over gaat. De kleine fracties komen daar zelfs nauwelijks aan toe – de ChristenUnie stuurde vorig jaar september een e-mail dat ik deze maand februari welkom ben. In het woud van documenten treed ik informerend en commentariërend op, ik geef ze onbezoldigd advies, beantwoord hun vragen, zorg dat ze greep krijgen op deze omvangrijke en weerbarstige materie. Je moet niet iedere dag over de vloer komen maar op momenten dat de wetenschap wordt geattaqueerd, zoek ik Kamerleden die er toe doen op. Dat werkt.''

Zoals afgelopen november tijdens de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer van Verkeer en Waterstaat. Meijers: ``Vlak voor het weekend kregen we te horen dat het CDA een motie had ingediend, mede ondertekend door de coalitiepartners VVD en LPF, om een aantal infrastructurele projecten in Overijssel en Limburg bij voorrang te realiseren. Ter financiering was voorgesteld een deel van de ICES-KIS gelden, die voortvloeien uit de aardgasbaten, niet te bestemmen voor kennisinfrastructuur maar over te hevelen. Het ging om 360 miljoen euro, voor de wetenschap een enorm bedrag. Het ministerie van OC&W was daar nogal ongelukkig over en lichtte ons in. Dat weekend hebben ontzettend veel mensen gebeld met Kamerleden, het was een absolute schok. Ook Economische Zaken, dat over ICES-KIS gelden gaat, zat er mee in zijn maag. Grote malheur alom.''

Meijers kiest in zo'n crisis voor een zakelijke aanpak. ``Het rumoer gebruik ik om tot een oplossing te komen, doomsday-verhalen zul je mij niet horen verkondigen. Mijn rol is dat ik de logica, de common sense, erin hou. Je kunt wel verdrietig zijn, en boos, maar je moet het probleem oplossen. Ik kijk hoe het spelletje werkt. Mijn tactiek was: zorg dat de Kamermeerderheid voor de overheveling verdwijnt. Ik ben bij alle fracties langs gegaan om de zaak uit te leggen. Dat ze het protest serieus moesten nemen, dat OC&W erg verdrietig was, dat die 360 miljoen al goeddeels gereserveerd was ter besteding in tal van wetenschappelijke projecten, dat je als parlement best kan besluiten de ICES-KIS gelden anders te besteden maar dan niet tijdens de behandeling van de begroting voor Verkeer en Waterstaat.''

Het CDA was verdeeld. De onderzoeksdeskundige zat met de motie in zijn maag, maar legde het kennelijk af tegen de verkeersdeskundige die de motie had ingediend. De VVD aarzelde, men was naarstig op zoek naar alternatieve financiering maar een garantie dat het goed kwam was er niet. Intussen was wel de stemming in de Kamer uitgesteld. Uiteindelijk was het de LPF die bereid was om dwars te gaan liggen door zijn steun aan de gewraakte motie in te trekken. Woordvoerder van die partij was Vic Bonke, oud rector-magnificus van de Universiteit Maastricht en ondervoorzitter van de vaste Kamercommissie. `De wetenschap kan op mij en op de LPF rekenen', liet hij Meijers weten. `Dit zal niet gebeuren.' Waarna de Kamer besloot de waterstaatkundige werken via een extra bezuiniging op de begroting van Verkeer en Waterstaat te financieren. Meijers: ``Ons verweer heeft succes gehad, ik heb daar een rol in gespeeld, maar ook anderen hebben zich ingespannen.''

Een tweede aanslag op de wetenschap die mede dankzij de inspanningen van Hein Meijers verijdeld lijkt te zijn, vormen de voorgenomen bezuinigingen op Zon-Mw, een aan NWO gelieerde organisatie waarin het medisch onderzoek en het zorgonderzoek zijn samengebracht. Meijers: ``Volksgezondheid had bedacht dat het budget van Zon-Mw, waarover afspraken waren gemaakt, minder kon. Zo'n twintig programma's liepen gevaar. Ook nu was mijn rol scherpzinnig te kijken en er met betrokken kamerleden in alle redelijkheid over te praten. Waar gaat het eigenlijk over? Hoe slecht is het als het onderzoek uitblijft? Acties laat ik aan het veld over. De Kamer is daar trouwens veel gevoeliger voor dat ik dacht. De bezuinigen op universiteiten, afgesproken in het regeerakkoord, waren aanvankelijk helemaal geen item in de Tweede Kamer. Maar zodra studenten in Amsterdam protesteerden – omdat Deetman ze op het Malieveld niet wou hebben – wisten alle politieke partijen: dit is een slecht plan.''

Een tweede strategie om het Binnenhof over wetenschap te informeren is het instituut `Soeplezing'. Tijdens zo'n bijeenkomst, aan het eind van de middag in Nieuwspoort met een stevige kop soep, vertellen geleerden van naam, al dan niet verbonden aan NWO-onderzoeksprojecten die politiek actueel zijn, over hun werk. Meijers: ``Inmiddels zijn deze lezingen een vast onderdeel van het activiteitenpakket van de vaste kamercommissie. Het hele Binnenhof is welkom. Overbevissing is aan bod geweest, de objectiviteit van de rechterlijke macht, risico-analyse, en nog zo wat. Voor een Kamerlid bijzonder leerzaam. We maken geen politiek maar kunnen wel aangeven wat de laatste inzichten zijn. Met het presidium van de Tweede Kamer hebben we – tot nu toe tevergeefs – overlegd of het niet zinvol zou zijn voor nieuwe Kamerleden een cursus te organiseren die helder maakt wat onderzoek in feite is, hoe de sector werkt, etcetera. Alles ingebed in het bestel: we hebben geen behoefte buitenstaanders te zijn die Kamerleden bestoken. NWO heeft een maatschappelijke functie. Er gaat een smak geld om in wetenschap en dan kan het geen kwaad te communiceren met de kringen die de besluiten nemen.''

kennisstrategie

Meijers ziet uit naar het komende regeerakkoord. ``Dat zal ongetwijfeld beter zijn dan het vorige, daar kwam het woord wetenschap überhaupt niet in voor. Dat minister Van der Hoeven bij de bezuinigingen NWO vervolgens heeft ontzien is erg aardig en siert haar, maar de komende regering zal aanzienlijk meer moeten investeren in wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Wat Nederland node mist is een kennisstrategie. Er is dringend behoefte aan een push op dit terrein. Het gaat om fundamenteel onderzoek, om toegepast onderzoek, maar de kern is dat je je krachten moet bundelen, moet investeren – zoals de Finnen dat met Nokia en het academische onderzoek in hun land deden. Nederland investeert in onderzoek en onderwijs eenderde minder dan de rest van Europa. Er gaat al zoveel geld aan op, is de redenering. Maar wie geen nieuwe spullen koopt, zich geen nieuwe inzichten verschaft, kan straks internationaal niet langer meekomen.''

Het gaat erom dat je het land scherp en gezond maakt, vindt Meijers. ``Dat is een taak van de overheid. Het gaat om een basisvoorziening, de human capital van het land. Op het spel staat de internationale positie van Nederland als kennisland. Het regeerakkoord zal zich daar over moeten uitlaten. Laat je de zaak opnieuw op zijn beloop, dan zul je zien dat na vier jaar voortkabbelen onze omgeving veel slimmer is dan wij. Dan heeft Nederland een groot probleem. Gelukkig zie ik na anderhalf jaar mijn best doen in de Tweede Kamer meer politici die voor die redenering gevoelig zijn – jammer dat Vic Bonke niet in de Kamer terugkeert. Maar een sterker gevoel van urgentie kan geen kwaad.''