SCHOOLHOOFDEN VREZEN DE MENTALITEIT VAN HUN BESTUUR

Hij kent schoolbesturen, daar griezel je gewoon van! ``Eigengereid, slecht geïnformeerd over nieuwe regels.'' Directeur J. Kieft van christelijke basisschool De Wegwijzer in Nieuwleusen ziet het geregeld misgaan bij scholen. ``De directeuren weten het beste wat er leeft op school, maar worden bij belangrijke beslissingen overruled door het bestuur.''

Scholen hoeven zich steeds minder aan te trekken van de Zoetermeerse regelzucht. Demissionair minister Van der Hoeven zet vaart achter haar plannen om de zogeheten lumpsum-financiering in te voeren in het basisonderwijs. Vanaf 2005 moeten scholen dan zelf beslissen of zij het overheidsgeld besteden aan bijvoorbeeld een nieuw lokaal, meer computers of een extra leraar.

Meer vrijheid, wie kan daar tegen zijn? De schooldirecteuren zélf, zo bleek eerder deze week uit een enquête van de Protestants-christelijke Schoolleiders Organisatie (PCSO) onder 700 directeuren van protestants-christelijke en rooms-katholieke basisscholen. Ongeveer 40 procent van de ondervraagden zegt onder een schoolbestuur te werken dat niet capabel genoeg is om met de grotere speelruimte in het onderwijs om te gaan.

Het ontbreekt deze besturen, zegt voorzitter Emil Veldhuis van de PCSO, aan professionaliteit en gevoel voor het onderwijs. ``De meeste directeuren vinden dat zij de aangewezen persoon zijn om te beoordelen waar dat geld naartoe gaat.''

Minister Van der Hoeven heeft, vooruitlopend op de invoering van de lumpsum, scholen met het zogeheten `schoolbudget' al meer bestedingsvrijheid gegeven. Hiermee kunnen zij een gedeelte van het overheidsgeld al naar eigen inzicht besteden. Maar die ruimte krijgen niet alle schooldirecties, blijkt uit de enquête. Ongeveer 10 procent van de directeuren zegt geen enkele inspraak te hebben bij de besteding van overheidsgeld. Veldhuis: ``Een manager van een supermarkt heeft veel meer vrijheid om een eigen beleid te voeren dan een directeur op school.''

Schoolbesturen, met name de kleine, zijn vaak niet capabel genoeg, zegt de PCSO. Al onder minister Ritzen (PvdA) werd begin jaren negentig een bestuurlijke schaalvergroting in gang gezet. Scholen mochten meer vrijheid krijgen, vond hij, maar de voorwaarde was wel dat de besturen professioneler zouden werken. Door die fusiegolf daalde het aantal besturen tussen 1995 en 2001 van 3.446 tot 2.078. Minder dan de helft van de schoolbesturen is nog `eenpitter', bestuurt dus maar één school.

De kwaliteit van de besturen is de afgelopen jaren dan ook verbeterd, zegt medewerker G. Huis van de protestants-christelijke Besturenraad. Bij deze vereniging zijn de besturen van 2.500 scholen aangesloten. ``De meeste zijn vakkundig, zonder zich met alle details van de dagelijkse schoolpraktijk te willen bemoeien. Vroeger belde een bestuurder een bevriende klusjesman als er een deur gerepareerd moest worden op school. Maar omdat zij over steeds meer scholen gaan, beslissen zij met name nog over hoofdlijnen.''

Professionalisering of niet, feit is dat de schoolbesturen steeds minder weten van de dagelijkse onderwijspraktijk, zegt schooldirecteur Kieft. ``Dat kan er soms toe leiden dat zij niet op de hoogte zijn van nieuwe wetgeving. Een leraar ontslaan, bijvoorbeeld, dat kan in het onderwijs bijna niet door al die ingewikkelde regels. Een directeur weet dat, maar bij veel bestuurders gaat dat er niet in. Het zijn vaak mensen uit het bedrijfsleven met een eigen mentaliteit.''

Mogelijk, zegt Kieft, is het onderwijs er dus niet mee geholpen als besturen de toegenomen speelruimte alleen zelf benutten. ``Zij gaan heel anders met budgetten om. Extra geld wordt niet voor het onderwijs ingezet, maar gebufferd.'' De leraren en schooldirecteuren moeten daarom ook profiteren van de grotere speelruimte in het onderwijs, vindt ook directeur A. van Duijvenbooden van christelijke basisschool De Elshof in Den Haag. Hij heeft het geluk dat de directeur van de Stichting christelijk onderwijs Haaglanden, waar zijn school onder valt, zelf leraar is geweest. ``Dat maakt heel veel verschil. Mijn bestuur weet dat een onderwijsinstelling niet alleen goed op het geld passen betekent, maar ook het overdragen van kennis.''

Volgens de Besturenraad nemen inderdaad nog niet alle schoolbesturen voldoende afstand. Huis: ``Het komt nog steeds voor dat besturen de scholen niet betrekken bij hun beleid. Een bestuurder moet zich bemoeien met de grote lijnen van het personeelsbeleid, maar moet niet in de sollicitatiecommissie gaan zitten. Helaas komt dat nog wel voor.''

Vóór 2005 moeten in ieder geval de kleinere besturen bijgeschoold zijn over het leiding geven aan een school, vindt voorzitter Veldhuis van de PCSO. Ook moeten besturen meer opgaan in samenwerkingsverbanden, waarin zij van elkaar kunnen leren. Veldhuis: ``En daarbij willen de directeuren gewoon serieus genomen worden door hun bestuur.''

    • Guus Valk