Reservoir adoptiekinderen raakt uitgeput

Het aantal kinderen dat uit het buitenland wordt geadopteerd neemt af, terwijl de vraag naar adoptiekinderen nog steeds toeneemt. Een continue spanning tussen de wens van de adoptieouder en het welzijn van een kind.

Op het Haagse kantoor van Vereniging Wereldkinderen komen ieder jaar honderden verzoeken binnen van mensen die graag een kindje zouden willen adopteren. Maar voor steeds meer wensouders zal dat verlangen niet in vervulling kunnen gaan. Adoptie uit het buitenland wordt steeds moeilijker, zegt Jan Heerkens, woordvoerder van Wereldkinderen, de grootste adoptiebemiddelaar in Nederland. Bij Wereldkinderen daalde het aantal adoptiekinderen de laatste jaren met ruim 15 procent tot iets onder de 500 per jaar. Dat is ongeveer de helft van het totale aantal adoptiekinderen dat jaarlijks vanuit het buitenland naar Nederland komt.

Wat zijn de oorzaken van de afname? Heerkens: ,,Het aantal adoptiekinderen loopt terug, terwijl de vraag alleen maar toeneemt. Een van de redenen van die toename is dat mensen hun kinderwens uitstellen, waardoor de kans op een eigen kind aanzienlijk afneemt. De wens om te adopteren is daarmee duidelijk veranderd: het gaat om gezinsvorming en veel minder om gezinsuitbreiding.'' Het idealisme om een kind te adopteren lijkt daarmee minder geworden en het eigenbelang dus groter.

Het aantal kinderen dat ter adoptie wordt afgestaan neemt de laatste jaren echter af. De wachttijden kunnen volgens het ministerie van Justitie zelfs oplopen tot vijf jaar. Heerkens: ,,Bij ons loopt het ook terug. Vorig jaar hebben wij maar 493 keer kunnen bemiddelen en dat is bij ons alleen al ruim honderd minder dan de afgelopen jaren.''

Dat het aantal ter adoptie aangeboden kinderen stokt, heeft verschillende oorzaken. Eén daarvan is dat het sociaal-economisch gezien in veel landen beter gaat. Vooral in India speelt dat een rol. Dat betekent dat de belemmeringen om een kind zelf op te voeden kleiner worden. Daarnaast verandert de binnenlandse politiek in veel landen ten goede van het kind: taboes worden doorbroken. Een jonge, alleenstaande vrouw wordt niet langer verbannen als zij alleen haar kind wil opvoeden.

Ook gaan landen zelf strengere regels stellen ten opzichte van adoptie. Zo heeft China besloten een beperking te stellen aan het aantal adopties, omdat de betrokken instanties het aantal dossiers niet meer aankonden. In 2001 waren er nog maar 181 aankomsten uit China, terwijl dat in de jaren ervoor bijna het dubbele was. Ook het aantal kinderen uit Colombia nam af, omdat er weinig ouders waren die oudere kinderen wilden adopteren.

Daarnaast heeft ook Wereldkinderen zelf de koers gewijzigd. Heerkens: ,,Wij stellen namelijk nog duidelijker dan vroeger dat een kind het beste tot zijn recht komt in zijn eigen omgeving. Deze stelling komt voort uit het internationale Adoptieverdrag (dat geldt sinds 1998, red.), waarin staat dat opvang eerst in het land van herkomst geregeld moet worden voordat wij er aan te pas komen. Wij beschouwen buitenlandse adoptie als the second best. Dus dragen wij er als organisatie zorg voor dat kinderen in eerste instantie lokaal worden opgevangen of geadopteerd. En dat is inderdaad een koerswijziging. Dat doen we door middel van dertig nieuwe hulpprojecten op het gebied van pleegopvang, dagopvang en gezinsherplaatsing. Adoptie is een middel om te helpen, maar lokale projecten zijn dat ook. En dan niet een waterput graven in Ethiopië, maar een pleeggezin vinden voor een straatkind. Geen school neerzetten, maar opvang voor eenoudergezinnen.''

In landen als India bijvoorbeeld is sinds 1998 ook veel meer aandacht voor opvang in het eigen land. Wereldkinderen steunt deze ontwikkeling, zegt Heerkens: ,,Als het kind er maar beter van wordt. Dan kom je weer tot de conclusie dat we er zijn voor de kinderen en niet voor de adoptiefouders. Dat is een continue spanning: ouders willen dat wij doen wat zij zeggen, maar wij zijn wel hun en ons eigen geweten.''

Het teruggevallen aanbod van adoptiekinderen is ook een gevolg van het feit dat de Vereniging Wereldkinderen afgelopen augustus het adoptieprogramma met Korea heeft beëindigd. Zonde? Heerkens: ,,Natuurlijk, want er kwamen zo'n zestig kinderen per jaar uit Korea. En dat valt nu weg. Wij hebben als regel dat degene met wie we contact hebben in het buitenland, inzichtelijk, transparant en redelijk moet zijn. Daar begon het te botsen met Korea. Ons verzoek om inzicht te krijgen in de boekhouding bleef na aandringen onbeantwoord. En jaarverslagen en accountantsrapporten bleven achterwege. Na anderhalf jaar onderhandelen vinden we het onverantwoord om door te gaan. Helaas. Afgelopen week zijn de laatste vijf kinderen naar Nederland gekomen en daarmee houdt die stroom op.''

Heerkens benadrukt dat het zogenoemde Rootsprogramma, waarbij Koreaanse adoptiekinderen op zoek gaan naar hun biologische ouders, wel gewoon doorgaat. Dat organiseert Wereldkinderen in samenwerking met Korean Social Services (KSS). Eind juli is er een groepje Koreaanse geadopteerden met hun families naar Korea gereisd, waarbij zij door KSS zijn ontvangen. Op verzoek van de geadopteerde kinderen werd in sommige gevallen ook de biologische familie gevonden. Het aantal Koreaanse adoptiekinderen dat naar Korea gaat, is het afgelopen jaar fors gestegen. Volgens Heerkens is de stijging maar door één gebeurtenis te verklaren: het overweldigende succes van het Koreaanse voetbalelftal van Guus Hiddink doet twintigers enthousiast (terug) naar Korea gaan.