PEUTERS EN DE OESO

Wat is het nut van voorschoolse educatie? Om daar achter te komen bezocht een internationale groep onderzoekers kinderdagverblijf De Dondersteen in Rotterdam.

De vergaderplek van de internationale delegatie van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) blijkt niet geheel gelukkig gekozen. Pal naast de tafel is de open keuken waar vandaag macaroni wordt gekookt voor de peuters van het kinderdagverblijf `De Dondersteen' in Rotterdam. De alledaagse geluiden van de zorg klinken dwars door de presentatie van de medewerkers van het Pedologisch Instituut, over de professionalisering van de leidsters op kinderdagverblijven en peuterspeelzalen in de wijk Delfshaven. OESO-delegatie of niet, op de Dondersteen gaat het leven gewoon door.

Van 22 tot en met 24 januari werd in Rotterdam de OESO-conferentie `Starting Strong' georganiseerd, over de financiering van `Early Childhood Education and Care' (ECEC). In de OESO zijn de 30 meest geïndustrialiseerde landen ter wereld verenigd, van de VS tot Turkije. Voor- en vroegschoolse educatie leeft in alle OESO-lidstaten. En overal wordt het weer anders ingevuld. Sinds 1998 worden alle educatieve programma's en voorzieningen voor jonge kinderen in de verschillende OESO-lidstaten vergeleken en geëvalueerd. Iedere twee jaar wordt een conferentie georganiseerd over een onderwerp in dit kader. Dit keer was dat de financiering van het beleid, met als discussiestuk een voorlopig onderzoeksrapport van Gordon Cleveland en Michael Krashinsky verbonden aan de Universiteit van Toronto.

Meer investeringen in kinderopvang maken betaald werk voor moeders aantrekkelijker, zo blijkt uit het onderzoek. En dat betaalde werk is weer gunstig voor de schatkist. Voor- en vroegschoolse educatie blijkt ook goed te zijn voor de intellectuele en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, hetgeen weer leidt tot een beter opgeleide bevolking. En echt niet alleen kinderen uit sociaal zwakke milieus plukken er de vruchten van.

Volgens de onderzoekers bestaat er inmiddels wel consensus dat de kosten van voor- en vroegschoolse educatie ruimschoots opwegen tegen de baten. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de opbrengsten zelfs zeven keer hoger zijn dan de kosten, tenminste voor specifieke veelomvattende projecten, waarin bijvoorbeeld ook de ouders cursussen opvoedingsondersteuning kregen en de gezondheid van de kinderen in de gaten werd gehouden. Of álle investeringen in voor- en vroegschoolse educatie dergelijke baten zullen genereren is nog de vraag. Duidelijk is wel dat de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie van grote invloed is op de `opbrengst'.

Wat dat betreft is een bezoek van een groepje OESO-wetenschappers aan het project `Rakkertjes' in kinderdagverblijf `De Dondersteen' een schot in de roos voor de OESO-delegatie. Het project is gericht op de verdere professionalisering van de leidsters om zo de kwaliteit van de zorg te verhogen. Leidsters leren om afwijkend gedrag bij `jonge risicokinderen' – zoals dat in jargon heet – te signaleren, analyseren en aan te pakken is ontwikkeld. `Rakkertjes' is ontwikkeld door medewerkers van het Pedologisch Instituut (PI) verbonden aan de Rotterdamse schoolbegeleidingsdienst CED-Groep (Centrum Educatieve Dienstverlening) en wordt ook door hen begeleid.

``We hebben een stappenplan ontwikkeld'', vertelt Maria van der Wiel-Krols, senior ontwikkelings- & onderzoeksmedewerker van het PI aan de OESO-delegatie. ``De eerste stap voor de leidsters is observeren en nauwkeurig omschrijven welk gedrag ze zien en horen. Daarop maken zij een plan van aanpak, met maatregelen die zij zullen nemen om het kind gewenst gedrag te laten vertonen. Dat wordt met de andere leidsters besproken en in praktijk gebracht. De volgende stap is evaluatie: werkt deze aanpak of is iets anders nodig?''

Het succes van het project wordt niet gemeten aan het gedrag van de kinderen, maar aan dat van de leidsters. ``Ik zie heel duidelijk vooruitgang bij de leidsters'', zegt Carla Gangasingh, hoofd van het kinderdagverblijf. ``Vroeger noemden ze een kind `druk' of `lastig', maar dat gebeurt nu niet meer. Ze hebben geleerd objectief te kijken en te luisteren naar de kinderen in hun groep, zonder er meteen een oordeel over te vellen. En ik merk dat soms alleen al door het observeren het afwijkend gedrag afneemt.'' Basisscholen waarmee `De Dondersteen' contacten onderhoudt melden dat kinderen zich beter aanpassen aan het groepsproces, socialer zijn, beter luisteren.

De grootste hobbel die genomen moet worden bij de handhaving en uitbreiding van voor- en vroegschoolse educatie is de politieke wil. ``Het is lastig om voor dit soort programma's financiering te krijgen'', beaamt Suzan Elmas, deelnemer aan de conferentie en financieel medewerker van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ``De voordelen die er zijn komen pas na vele jaren tot uiting. De politiek kiest toch vaak voor de korte termijn. Bovendien zijn er voordelen die niet zo eenvoudig te berekenen zijn. Bijvoorbeeld het afnemen van criminaliteit, met alles wat daarbij hoort, minder cellen, minder jeugdhulpverlening, enzovoorts.''

Opvallend is dat het hele onderwerp `financiering' niet ter sprake komt in de presentatie van het project `Rakkertjes' – sowieso worden er door delegatieleden geen kritische vragen gesteld –, maar dat dit pas aan de orde komt tijdens de informele rondleiding als het Engelse lid van de delegatie er naar vraagt. Het project, dat in totaal op tien kinderdagverblijven en peuterspeelzalen in Delfshaven draait, wordt gesubsidieerd met geld van het Gemeentelijk Onderwijs Achterstandenbeleid (waar Rotterdam in 2002 32 miljoen euro voor ontving). Het voorbestaan van `Rakkertjes' is onzeker. Bij de start in 2000 was afgesproken dat er – bij succes – een vervolg zou komen op de overige kinderdagverblijven en peuterspeelzalen in Delfshaven, maar volgens projectcoördinator Van der Wiel is dat met de nieuwe politieke wind die door Rotterdam waait op de tocht komen te staan.