Over de oorlog

Het was in de vredige tijd van de Koude Oorlog, begin jaren '80. Het begin van een winteravond, lichte sneeuw. Uw verslaggever zat in de trein van Hoek van Holland naar Moskou, bevond zich ergens tussen Minsk en Smolensk. De hele dag had hij niet veel bijzonders gedaan. Bij de conducteur van zijn rijtuig, een dikke, knorrige vrouw, een glas thee gehaald; en verder voornamelijk naar buiten gekeken. Af en toe was er een houten dorpje, van het type dat de Duitsers veertig jaar tevoren bij tientallen in brand hadden gestoken, en dan weer niets anders dan de geweldige vlakte.

Als je op deze manier over de aarde rijdt, komt je bewustzijn vanzelf in een andere toestand. Je raakt onthecht, je zou gaan geloven dat je al de eeuwigheid bent ingereden. Zonder dat je het merkte hadden de spoorwegen hun eigen Nirvana voor je gearrangeerd. De verslaggever zweefde boven de geschiedenis van dit landschap. Hij zag de troepen van Hitler in opmars en afmars, en het Grote Leger van Napoleon, idem. Hij dacht aan de schoolplaat, De overtocht over de Berezina, en toen vanzelf weer aan de passage die Louis-Fernand Céline in zijn Reis naar het einde van de nacht daaraan heeft gewijd. Hij moest er alweer om lachen.

Toen dacht ik voor het eerst dat veldheren, machthebbers die iets krijgshaftigs van historische betekenis willen ondernemen, ongeacht hun politieke kleur of geloofsovertuiging, verplicht zouden moeten worden eerst een kijkje te nemen in het land waar ze het slagveld hebben geprojecteerd. Napoleon eerst per koets naar Moskou, Hitler in een Volkswagen. Zouden ze dan nog? Je weet het niet. Het brein van zulke mensen is van een andere kwaliteit, niet hoger of lager, maar wezenlijk anders.

In 1991, toen de burgeroorlogen in Joegoslavië in verregaande staat van voorbereidingen waren, heeft Velibor Vasovic, de beroemde voetballer van Feyenoord, voorgesteld om Miloševic, Karadzic, Tudjman, Izetbegovic, Mladic en dergelijke sterren in een Zwitsers stadion een partijtje tegen elkaar te laten spelen, in plaats van hun soldaten oorlog te laten voeren. Vasovic is vorig jaar gestorven; 62 geworden. Zo is hij er getuige van geweest dat ongeveer 200.000 mensen in zijn land van herkomst zijn vermoord, gesneuveld, door `de geschiedenis' vermalen. Over dat ideetje van Vasovic schudden we een beetje meewarig het hoofd. Kinderlijke voetballer.

Goed, dan iets minder kinderlijk. Barbusse, Céline, Dixon, Hirschfeld, Mailer, Pyle, Remarque, Thucydides, Zola. Na iedere oorlog moeten de bibliotheken worden uitgebreid voor de toegevoegde literatuur. Ruimte gereserveerd voor de erevelden en monumenten. Een mooie combinatie vinden we in New York, op Veteran Square: een muur waarop in reliëf citaten staan uit brieven van soldaten: Letters Home from Vietnam. Er bestaat een film met dezelfde titel. Draai die nog eens af.

Jean Norton-Cru is of was een Franse essayist van Schotse afkomst; heeft meegevochten in de Eerste Wereldoorlog, en daarover later een verhandeling geschreven, Du témoignage. Zijn stelling is dat de enige die werkelijk verstand heeft van de oorlog de soldaat is die hem zelf heeft gevochten. Veldheren, strategen, staatslieden, geloof geen woord van wat ze zeggen. Niets verrijkt je kennis van de oorlog zozeer als de ervaring dat er op je wordt geschoten. Of, voeg ik eraan toe, laat je bombarderen. Dat is voor een gewone burger die er part noch deel aan heeft werkelijk een onmisbaar avontuur. Het geluid van de vliegtuigmotoren, de plof van de bom, de stofwolk, en als je dat allemaal hebt kunnen horen en zien: het bewijs dat je er zelf levend bent afgekomen.

Ik kijk naar een journaalfragment: Bagdad, allemaal levende mensen, onbeschadigde huizen. Ben benieuwd naar de journaals van volgende maand. Ik ben het eens met Hasek's Brave Soldaat Svejk. Hij wordt met zijn kompanen in de strijd geworpen. Roept in de richting van de vijand: NIet schieten! Je zou wel eens iemand kunnen raken!

Allemaal vergeefs verzamelde wetenschap.

Begrijpen we in Nederland, vraag ik me ernstig af, wat deze `gemondialiseerde' wereld binnenkort te wachten kan staan? Zoals altijd onder zulke omstandigheden, ja, ik denk al zestig jaar, luister ik naar de radio. In de nacht van 30 op 31 januari, Blair onderweg naar Bush, Saddam in een van zijn paleizen, de soldaten in hun tenten. Is er nog nieuws? Radio 4, de nieuwslezer begint, noemt zijn naam en zegt: ,,Het stadion van N.A.C. is voorlopig gered.''

Vorige week vroeg ik me af, naar aanleiding van de dood van de Amerikaanse fronttekenaar Bill Mauldin, of president Bush als soldaat wel eens onder een lekkende boom had gezeten. Citeerde uit mijn hoofd het onderschrift bij de tekening waarop Willie en Joe onder zo'n boom zitten: This tree leaks. Moet zijn: This damned tree leaks.

Ten slotte goed nieuws: nadat Bodega Restaurant Keyzer, op 14 juli 2002 gesloten, in steeds bedroevender staat was geraakt, is deze maand de vernieuwing begonnen. Ik blijf u op de hoogte houden.