Op de vinkenbaan van Malta

Atte Jongstra ging voor de zon naar Malta. Wist hij veel. ,,Raar volk. Die jagen op kleine vogeltjes.''

Behoefte aan zon in de winter – je legt de atlas open op de Middellandse Zee, ogen dicht en prikken maar. Het werd Malta. Zo vonden wij ons terug op een klein toeristenhotelbalkon aan de haven van Sliema. Het oog op het bastion waarin Malta-hoofdstad Valetta is gebouwd, zee in zicht.

Achtentwintig december. Mijn vrouw zei: `heerlijk, zon'. Ik zuchtte:

,,Waar je niet al terecht kunt komen''.

Het gebeurt dat je in een buitenland meteen wordt overrompeld door schoonheid van landschap en bebouwing. Op Malta duurt dit langer.

Vooral de noordelijke helft van het eiland is een ware randstad van in beton en kalksteen opgetrokken blokkendozen, met aan de baaien de hoogbouw voor zonzoekers zoals wij. Ons hotel heette Le Petit Paradis – bescheiden comfort, prettige sfeer, de nachtportier spreekt vloeiend Zweeds – maar toch vraag je je na zulke geruststellende constateringen onwillekeurig af of je niet beter iets naar links of rechts op de kaart had kunnen prikken. Natuurlijk zie je de curiositeitswaarde van de gele, hoogbejaarde Bedfordbussen, je denkt na over insulaire arbeidsmoraal als je midden in de nacht vuilniswagens voorbij ziet spoeden, met enig buigen kon ik vanuit mijn raam dertien kerken tellen. Want gelovig is men op Malta, katholiek tot op het bot. Wij hadden het geluk te spreken met Jan Schaufeli, die naast onvermoeibaar touragentschap de nadelen van het fijne papendom bestreed door Malta te voorzien van een COC-afdeling.

,,Een echte missionaris dus'', zei ik.

,,Klopt'', zei hij. ,,Met de paplepel ingegoten, mijn ouders waren r.k.. En er valt hier nog heel wat te missioneren.''

Maar Malta wachtte. Er waren dus de kerken, naar grove schatting 365 stuks. Het Maltese volk spaarde kosten noch moeite om godshuizen te bouwen, het liefst zo groot mogelijk en onveranderlijk barok. In een van de vele gehuchten staat een kerk met een koepel die (na Sint Pieter en Pantheon) op nummer drie staat in de koepelafdeling van het Guiness Book of Records. Er waren gelukkig óók de Dingli-klippen, honderd meter loodrecht boven water, vierhonderd daaronder. Er waren de catacomben van St. Agnes in Rabat (de voorstad van het voormalige eilandcentrum Mdina), een in de steen uitgehakt tombenlabyrint (deksels verwijderd, inhoud aanwezig). Bovengronds een onvergetelijk museum, stoffig, een rommelzolder vol schelpen, prelatenkunst, fossielen en geologisch ingedeelde steen. De aanstaande ondergang van deze schatkamer werd belichaamd in een vragenformulier: `Als ik iets aan dit museum zou mogen veranderen, dan zou ik...'. Ik overhandigde mijn formulier persoonlijk aan de balieman.

,,Hier'', zei ik. ,,Niets veranderen, in godsnaam!''

Onvergetelijk op Malta is de steentijd, vertegenwoordigd door een aantal tempelcomplexen van 3500 voor Christus. Schitterend zijn bij voorbeeld de door American Express geadopteerde Hgar Qim en de aanpalende Mnajdra-tempel, megalieten-bouwwerken van vóór alle bekende wereldmonumenten (inclusief de piramiden).

,,Je zou er stil van worden'', zei mijn vrouw. Ik wees op een rotsklomp, vijf kilometer uit de kust. ,,Filfla'', zei ik. ,,Je mag er eigenlijk niet komen, maar Boudewijn Büch heeft er toch weer voetstappen liggen.''

Misschien was het via Hgar Qim dat we op de eigenaardigheden van Malta kwamen. In de eerste plaats de nummerborden van de Maltese brikken en vehikels, automobilisme uit de steentijd voorzien van nummerborden met de sterrencirkel van de EG.

,,Ze hopen tot Europa toe te treden'', vertelde Jan Schaufeli. ,,Vandaar die borden. Maar er zijn beletselen, met name het fanatieke vogelen.''

Malta bleek een natie van vogelaars. Voor de zang, voor op tafel. Op de markt in de vlek Mqabba hadden we trotse kooihouders met hun kwinkelerende blinde vinken zien staan. Rond Hgar Qim wel vijftig slordig gestapelde schuilhutjes met vogelbanen, om ongezien smakelijke zangertjes in de netten te kunnen flappen.

,,Het is simpel'', zei Schaufeli. ,,Van Europa mag dat niet, de Maltese regering wil het wel verbieden, maar de vogelaarslobby is te machtig hier. Toen de regering het op een dag toch probeerde, lagen de volgende ochtend plotseling een aantal tempelmegalieten tegen de vlakte. En dus blijft Europa op de flappers hangen.''

De laatste dag hadden we een wandeling gepland, off the beaten track. We verdwaalden, en liepen vast op – alweer – een vinkenbaan. Vriendelijk begroet door een getaande vrijgezel, daar niet van. Of we in godsnaam niet te dicht bij de klippenrand wilden komen, levensgevaarlijk, en zijn baan was private property. Hij voegde er een aantal invectieven aan toe in het Maltees, de enige Semitische taal die buiten het Midden-Oosten en Afrika wordt gesproken, maar zijn glimlach bleef gastvrij. Ik vroeg naar zijn vangstquota, maar daar bleef hij gemakkelijk beneden. Een trieste blik ineens.

,,Waar de vogeltjes ook zijn, niet hier.''

Duidelijk een andere wereld, Malta. Je kijkt je ogen uit. Bij terugkeer belde ik mijn vader.

,,Op Malta geweest. Raar volk. Die jagen op kleine vogeltjes.''

,,Dat deed je grootvader ook, jongen, in Gaasterland, met zijn broer. Lijsters, voor de export naar Antwerpen.''

Waar je ook terechtkomt, overal vind je iets van je eigen geschiedenis. Zelfs op Malta. En de zon was heerlijk.