Onafhankelijk is fictie

Een prima artikel over de Raad van State. Duidelijk wordt dat de Raad van State de functie als hoogste rechtsprekend orgaan in bestuursrecht combineert met zijn adviserende functie in de wetgeving en dat ook ex-ministers deel uitmaken van de Raad van State. Onafhankelijkheid is dan natuurlijk een fictie. Een ex-bewindsman zal altijd de neiging hebben het beleid waar hij voor stond te blijven verdedigen en ex-bewindslieden hebben in het algemeen de neiging veel begrip op te brengen voor overheden die last ondervinden van insprekers, actiegroepen, bezwaarden en van de democratie in het algemeen.

Wat minder in het artikel naar voren komt, is dat de `bestuursvriendelijkheid' van de Raad van State in hoge mate doorwerkt in het oordeel van álle rechtsprekende organen waartegen beroep openstaat bij de Raad van State. Bestuursrechters anticiperen namelijk op het oordeel van de Raad van State en hetzelfde geldt voor de provincie (die overigens toch al meer affiniteit heeft met het gemeentebestuur dan met de burger). Bestuursvriendelijkheid begint al bij de eerste de beste rechtbank, waartoe de burger zich moet wenden wanneer hij een geschil heeft met bijvoorbeeld de gemeente.

De bestuursvriendelijkheid uit zich op twee manieren. In de eerste plaats aan het grote belang dat wordt toegekend aan de spelregels in het bestuursrecht. Dat zijn er heel erg veel en vaak zijn ze heel futiel. De ambtenaar van de gemeente is doorkneed in al die spelregels, want het is zijn dagelijks werk. De burger kent ze nauwelijks en heeft alleen al daarom bij voorbaat verloren, Je zou denken dat de introductie van al die spelregels duivelse opzet is.

In de tweede plaats uit zich de bestuursvriendelijkheid in het feit dat de rechter het geschil slechts `marginaal' toetst. Dat wil zeggen dat de rechter niet de redelijkheid zelf van het besluit beoordeelt (het beleid dat er in tot uitdrukking komt), maar alleen de vraag of het bestuur zich aan de wet gehouden heeft. Dat heeft een enorme invloed. Wetten en verordeningen neigen er steeds meer toe nadere invulling over te laten aan het bestuur. Die invulling is dan een kwestie van beleid en de rechter houdt zich daar buiten.

Eigenlijk gaat het in de bezwaarprocedure al helemaal mis. Vóórdat de burger zich tot de rechter mag wenden, moet hij eerst de bezwaarprocedure doorlopen. Het bezwaar moet gemaakt worden bij het bestuursorgaan dat het `primaire' besluit zelf heeft genomen. Het bestuur mag dat besluit `heroverwegen'. Van een onafhankelijke en kritische beoordeling is daarbij geen sprake. De jurist aan wie de heroverweging wordt overgelaten, stelt zich doorgaans op als advocaat van het bestuur en het primaire besluit. Na de afwijzing van het bezwaar zien de meeste burgers het al niet meer zitten.

De bestuursrechtspraak fungeert van begin tot eind als een afpoeiermechanisme. De burger wordt in de waan gebracht dat er serieus naar zijn bezwaar gekeken wordt. Dat moet hem tot de aanvaarding van het overheidsbesluit brengen. Wie de burger echt wil helpen tegen een onrechtvaardige overheid kan zich beter toeleggen op hulp bij het actievoeren dan op hulp bij een vruchteloze, tijdrovende en kostbare juridische strijd.