Mannen worden ongewoon gewoon

Het kostuum is terug, zoals altijd in dreigende tijden. De mannenmode in Milaan en Parijs bracht weinig verrassends. Veel bleek geïnspireerd op de jaren zestig en zeventig, maar dan zonder heftigheid. Alleen Helmut Lang riep op juist nu extreem te gaan.

Karl Lagerfeld had al in de sieradendoos van Dior mogen grabbelen. Als een klein kind speelde hij met de rijen zilveren schakeltjes en bedeltjes aan zijn pols tijdens de show van collega/vriend Hedi Slimane, die zijn vierde collectie voor Dior Homme liet zien. Het was de afsluiting van de herenmodeshows in Milaan en Parijs voor najaar/winter 2003-04. Oog voor de nieuwe kleren had Lagerfeld ook. Gezeten op het puntje van zijn stoel volgde hij zo goed als hij kon het leger modellen dat in rap tempo de catwalk over beende.

En wat voor een leger. Slimane kleedt de jonge straatridders van deze tijd – sommige jongens had hij letterlijk van de straten in Berlijn gepikt – in een streng, architectonisch uniform van uitgeklede jasjes waarop slechts het hoognodige zit. Een zak, een lintje, een knoop, een epaulet. De combinatie met strakke bij de kuit opgestroopte leren broeken, de geribbelde elleboogbanden met wapperende linten, de talloze riempjes om de heup, de glimmertjes op de stoffen en de soldatenkistjes deed denken aan een mix van Mad Max en een buitenaardse ridder. Alleen die rijen om de pols gewikkelde, zilveren armbandjes zorgden voor net dat beetje kwetsbare.

Maar zo sensationeel als de Dior-show was – het begon met vier opstijgende, zware geluidboxen – zo gewoon is eigenlijk de kleding die de afgelopen weken werd gepresenteerd. Oké, de jongens van D-Squared deden een popster na die begeleid door hysterisch meidengegil uit het vliegtuig stapt. De kleding? Kijk naar elke moderne rockband, denk de kleding strakker en geiler, en je weet het. Roberto Cavalli had een iglo gebouwd waaruit een soort party-eskimo uit tevoorschijn kwam, gekleed in dikke parka's gevoerd met bont, kleurrijk geborduurde omslagdoeken en gevechtsbroeken in camouflageprints. En dan waren daar natuurlijk Viktor & Rolf met hun opzienbarende twomenshow en hun toch wel heel gewone collectie. En de Belg Bernard Wilhelm met breakdancers in vrolijke trainingspakken met harlekijnmotief. En de levende schoolfoto van Dries van Noten met een mix en match van kleuren, stoffen en decennia.

De nieuwe mannenmode voor de volgende winter is ongewoon gewoon. Met mannen die weggelopen lijken uit de Britse mod- en rocker-scene uit de jaren zestig (o.a. bij Louis Vuitton, Prada, Miu Miu). Dat ziet er enerzijds netjes en modern/dandy uit, met strakke broeken, smalle pijpen, simpele (col)truien in dure materialen, witte overhemden en smalle, zwarte stropdasjes, puntschoenen en de onafscheidelijke parka. En anderzijds is het ruig met strakke jeans, leren motorjacks en bomberjacks, laarzen en T-shirts. Zo gewoon was die kleding destijds overigens niet, het waren de uniformen van een jonge generatie die de verschillen in sociale en culturele afkomst uitvocht door middel van hun kleedgedrag. Maar zo controversieel als die kleding toen was, zo normaal is het nu geworden. Zelfs de Belg Raf Simons – die met zijn collecties altijd zo lekker kan trappen naar de gevestigde orde – liet een wel erg brave collectie zien. Met nog steeds dat slungelachtige silhouet van een lange puber in een pak, met de bolle jacks , de parka's met dit keer reproducties van oude platenhoezen op de rug en lammycoats met de lijnen van een Britse oorlogsvlag op de rug. Maar toen aan het eind de muziek van New Order klonk en de chique, beetje vervallen zaal langzaam leegliep zonder opgefokt gevoel, kwam ineens het besef dat Simons wel heel snel volwassen is geworden. Misschien wel te snel.

Met de dreiging van een oorlog en een onzekere financiële markt is er ineens ook weer een hoofdrol weggelegd voor het pak. Een man komt nu eenmaal serieuzer en betrouwbaarder over in een kostuum. En van Gaultier mag hij zelfs de binnenkant van zijn colbertje laten zien. De ontwerper – met een show was in de sfeer van Gangs of New York – liet tien minuten lang variaties zien op het kostuum. Met tuinbroek, met nylon parka en capuchon, met overhemd, met asymmetrisch sluitende trui, met kniebroek of met lange wijde broek. Ook Tom Ford ziet toekomst in het kostuum en zowel voor Gucci als voor Yves St. Laurent bedacht hij de meest sexy mannenpakken van dit moment: perfect passende, soepelvallende broeken met subtiel uitlopende pijpen, slanke, getailleerde colberts tot over de billen met iets bredere schouders, mooi gedessineerde zijden overhemden en huidstrakke coltruien. Ford zocht zijn inspiratie in de jaren zeventig, maar maakte de vertaling in subtiele krijtstrepen, cashmere en leer.

Een man kan meerdere kanten op bij de nieuwe collectie van Wolf, waarachter de Nederlandse ontwerper Francisco van Benthum schuil gaat. Een bescheiden collectie nog, maar van een goede kwaliteit. Er is niet bezuinigd op materialen en alle klassiekers zijn aanwezig, maar toch weer met een typisch Nederlandse twist: iets kortere colberts, een zakenshirt met extra diepe splitten in de mouwen, heel smalle revers aan jasjes, een motorjack van zwart geschoren geitenvacht. Maar met een pasvorm die ook bij het postuur van de gemiddelde Noord-Europeaan past. Naast al dat zwart, was het blauw en fuchsiaroze bij Wolf een verademing. En het is zoals de Amerikaanse ontwerper Helmut Lang onlangs zei: ,,In tijden van onzekerheid kun je beter niet op safe spelen, maar je helemaal laten gaan. Zoek het avontuur op, breek met de regels.'' Hij voegde daad bij woord, door zijn bekende scherpgesneden colberts uit te voeren in cashmere fleece en te combineren met de rijgveterbroeken van een anti-Gpak dat piloten dragen en truien met één mouw.