Lemmer - Balk

Joyce Roodnat loopt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op de rand van Gaasterland.

Niet de tientallen meters hoge, ranke schoorsteen vangt mijn eerste blik, en ook niet het brede machinehuis, noch de statige vormen van ramen en trappen die de romantische mogelijkheden van de geometrie vaststellen. Een wandelaar is iemand die langzaam nadert, vandaar misschien dat het eerste dat ik helder onderscheid op deze noeste dag van harde wind en potdicht wolkendek een imponerende regel gouden letters is: `Ir. F. Wouda-Gemaal'. Direct daarna word ik getroffen door een rij zachtbruin gelakte houten deuren, hoog en stoer. Pas daarna, terwijl ik begroet word door een noeste, in kleur en charme bij deze architectuur passende, Berner Sennerhond, dringt het besef door van de schoonheid van dit monumentale gebouwsel. Zoals alle gebouwen waarvan het mooie niet bevat kan worden, oogt het of de natuur het heeft laten groeien. Het dateert uit 1917 en is het grootste stoomgemaal van Europa, lees ik in de wandelgids. Het is in ruste, maar wordt het water Friesland te veel, dan doet het nog altijd dienst.

We keren onze koppen naar de wind en lopen door. Het aangegeven weggetje naar de Zeedijk langs het IJsselmeer zit achter een afgesloten hek. Om die dijk toch op te kunnen klimmen gaan we een verboden, maar wel open hek door en belanden op het achterterras van het gemaal; bij de sluisdeuren, zwarte gevaarten in geklots en gegier. Voor we verder lopen rekken we ons uit om illegaal de gewelfde ruimte in te gluren, de muren zijn bekleed met voorname, geel en blauw geglazuurde bakstenen. We zien zwarte ketels, peilglazen en raderen, gepoetste koperen kranen, kannen en spuiten.

De Zeedijk brengt ons bij de Prinses Margrietsluis, de naam staat erop, in goud op zeeblauw, de belettering in de druppelstijl van de art déco. De brug gaat open, een langgerekt vrachtschip passeert, de boeg hoog boven de golven geheven. Aan de andere zijde van het water lopen we terug naar het IJsselmeer, intussen vermoedend dat we ons baseren op een verouderde druk van de routebeschrijving, want de markeringen hier zijn niet te begrijpen. Geeft niet, we volgen de grasdijk langs het intieme Sloten naar het drukke Balk, dat blijft de bedoeling.

Het licht verschiet, de zon wringt zich te voorschijn. De golven glimmen als bobbelig blik, het platte grasland blijkt heuvelig en krijgt de valse schijn van een lap sleets fluweel. We beklimmen het ene hek na het andere, en dat is prettig, want passeer je een hek, dan kijk je vanzelf achterom en zie je wat je anders zou overslaan: gepenseeld door de schelle zon staat daar het Wouda-gemaal, een bak-edelsteen, gezet in de takkenwirwar van kale bomen.

In een kort moment met een roze wolkenstreep verdwijnt de zon en heerst de regen, eerst hard en scherp, dan met fijnmazig gesproei dat de rest van de dag aanhoudt. Het rietland vervalt van geel naar het beige van verschoten behangselpapier, hazen zigzaggen door vervaald groen. De schapen keren ons hun staarten toe. De wind is geen kleine jongen, maar gelukkig hebben we hem in de rug.

17 km. Kaarten 72, 73, 74 uit: D. & J. Mönch: Zuiderzeepad (1999). Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort. Openb. vervoer tussen begin- en eindpunt is beperkt. Inl. tel 0900 9292. Tel. taxi in Lemmer: 0514 569100.