KNAAGDIEREN ZIJN VIJANDEN ÈN VRIENDEN VAN DE NOTENBOOM

Nootdragende bomen in het tropisch regenbos van Frans Guyana zijn voor hun voortplanting volledig afhankelijk van knaagdieren. Dat blijkt uit het onderzoek van ir. Patrick Jansen, die op 7 februari aan de Wageningen Universiteit promoveert. In de bossen bij het Nouragues Biologisch Station onderzocht Jansen het hamstergedrag van knaagdieren. Sommige diersoorten leggen één of enkele grote, overzichtelijke voedselvoorraden aan, die ze dan actief moeten verdedigen tegen belagers (larderhoarding). Andere beesten waaronder veel knaagdieren verstoppen hun wintervoorraad her en der verspreid door het bos (scatterhoarding) en daarmee spreiden ze het risico van voedseldiefstal door concurrenten. Ze slepen zaden of noten bij de moederplant vandaan en begraven die ondiep, elk op een andere plek.

Bij wijze van experiment legde Jansen in het bos duizenden noten op de grond. Elke noot was gemerkt met een genummerd, fluorescerend draadje. Met infra-rood videocameraatjes legde hij vast welke dieren de noten weghaalden. Vervolgens zocht hij ze terug en probeerde hun lot te volgen tot ze waren opgegeten of tot zaailing opgegroeid. Veruit de meeste noten werden meegenomen door acouchy's, grote cavia-achtige knaagdieren die overdag actief zijn. Zij begroeven de noten één voor één in de bosbodem, waarbij de genummerde draadjes uit de grond bleven steken. De meeste noten aten ze na verloop van tijd op, maar sommige konden op een gunstig plekje kiemen en opgroeien. Niet gehamsterde noten daarentegen waren kansloos: die werden onder de ouderboom opgegeten door insecten en zwijnen, of kwijnden daar als zaailing weg.

De knaagdieren bleken kieskeurig. Grote zaden werden vaker verstopt, soms zelfs meer dan 100 meter verderop en hadden een grotere kans om een zaailing te vestigen. Overigens bleken de zaden in drie rijke notenjaren een veel grotere kans te hebben om zaailing te worden dan in twee armere jaren. In magere jaren werden zaden weliswaar sneller en verder weg verstopt, maar vervolgens werden ze vrijwel allemaal opgespoord en opgepeuzeld. In rijke jaren ontsnapten verstopte zaden veel vaker.

Volgens de onderzoeker is het verschijnsel van mast het afwisselen van jaren met enorme zaadproductie door alle bomen van een soort met jaren waarin nauwelijks zaden worden geproduceerd bij nootdragende bomen in de loop van de evolutie ontstaan door de reacties van hamsterende dieren op zaadovervloed én zaadgrootte. Hij wijst er ook op dat het voor de verjonging van bomen in beheerde bossen belangrijk is de fauna te beschermen. Tot nu toe gebeurt dat zelden. De wegen die worden aangelegd voor de afvoer van hout worden vervolgens gebruikt door broodjagers, die in staat zijn bossen volledig van alle grote zaadverspreiders te ontdoen. Verjonging van belangrijke houtsoorten loopt daardoor gevaar.