Het Orwelliaans van Bush

Een paar maanden geleden trokken de eerste VN-inspecteurs naar Irak om vast te stellen of dat land al dan niet over massavernietigingswapens beschikt. Bij die speurtocht zou, na ruim vier jaar stilstand in het onderzoek, de `smoking gun' moeten worden gevonden, het overtuigende bewijs. In de rapportage van afgelopen maandag aan de Veiligheidsraad is zo een bewijs niet geleverd. Integendeel, het A-team gaat ervan uit dat Irak niet over kernwapens beschikt en dat er geen programma of voornemen meer bestaat om dergelijke wapens te verwerven. Diffuser zijn de bevindingen op het gebied van chemische en bacteriologische wapens. Hoewel ook daar geen bewijzen zijn gevonden van aanwezigheid van die wapens, heeft het BC-team nog tal van vragen die het regime tot dusver onbeantwoord heeft gelaten. Alle reden dus om het onderzoek voort te zetten.

Dit is niet de conclusie van de regering-Bush, zoals deze week nog eens extra onder de aandacht gebracht in de State of the Union-boodschap. Van het begin af was de Amerikaanse regering ervan overtuigd dat Saddam massavernietigingswapens heeft, maar dat hij die verborgen weet te houden voor de speurende blikken van satellieten en spionagevliegtuigen, al dan niet bemand. Dat beide VN-teams niets hebben kunnen vinden, sterkt Washington in de overtuiging dat de Irakezen niet meewerken, dat zij opnieuw ernstig in gebreke blijven de desbetreffende VN-resoluties, met inbegrip van de dwingende laatste, loyaal uit te voeren. De afwezigheid van de smoking gun is in Amerikaanse ogen paradoxalerwijs juist het bewijs van Irakese sabotage. Niet de VN moeten bewijzen dat er geen verboden wapens zijn, het regime moet zijn bereidheid tonen te ontwapenen. Het regime zegt echter dat het daartoe niet in staat is omdat het niet over verboden wapens beschikt.

Minister Powell zal, zoals de president aankondigde, volgende week in de Veiligheidsraad alsnog met bewijzen komen dat Irak in gebreke blijft. Maar, zoals de bewindsman zelf al tijdens het internationale forum in Davos aangaf, blijft het, evenals bij eerdere Amerikaanse pogingen, twijfelachtig of hij de raad zal kunnen overtuigen. Tijdens de zogenoemde Oktober- of Cubacrisis in de herfst van 1962 toonde de toenmalige Amerikaanse VN-ambassadeur, Adlai Stevenson, de raad foto's van Sovjet-raketinstallaties op het eiland van Castro, het overtuigende bewijs dat de Russen daarover gelogen hadden. Powell werd gevraagd waarom hij niet met vergelijkbaar materiaal op de proppen komt. De bewindsman in Davos: ,,Ik zou dolgraag over dergelijk materiaal beschikken.'' Washington poogt de lacunes in zijn bewijsvoering af te dekken door de inzet te verhogen met voortdurende verwijzingen naar de slechtheid van het regime in Bagdad, en van Saddam Hussein in het bijzonder. President Bush deed dat opnieuw in zijn rede voor het Congres. Saddam is een afschuwelijke dictator die moordt en martelt en zich niet heeft ontzien zijn eigen landslui met gifgas te bestoken, evenals de Iraanse vijand toen deze in de eerste Golfoorlog de overhand kreeg. Van een dergelijke machtswellusteling, vervuld van haat jegens de vrije wereld, is alleen maar het allerergste te verwachten. Een overtuigende en korte militaire actie zal het Irakese volk van deze dwingeland bevrijden en vervolgens het hele Midden-Oosten openen voor een zonnige en democratische toekomst. Bush tot ,,het dappere en onderdrukte volk van Irak: Uw vijand houdt uw land niet omsingeld uw vijand regeert uw land.'' Niemand die bij zinnen is, voelt de behoefte de Amerikaanse regering op het punt van Saddams zonden tegen te spreken. Die zijn genoegzaam bekend. Maar is het niet pijnlijk dat juist toen Saddam tot massamoord overging Amerika hem een handje hielp in zijn agressieoorlog tegen Iran en dat uitgerekend de huidige minister en `havik' Rumsfeld als presidentieel afgezant de banden in Bagdad kwam aanhalen? Zoals Saddam na zijn invasie in Koeweit verrast moet zijn geweest over de Amerikaanse reactie. Had hij niet kort tevoren een Amerikaanse verzekering gekregen dat de VS zich buiten intern-Arabische conflicten wensten te houden?

Dat alles is geschiedenis, zou Bush kunnen tegenwerpen. De president zegt te menen dat de wereld in gevaar is, in het bijzonder Amerika, en dat hij de plicht heeft Amerika's overmacht te gebruiken om land- en bondgenoten te beschermen. In de zienswijze van het Witte Huis bestaat dan ook geen ruimte tussen de dreiging van het internationale terrorisme en het gevaar dat uitgaat van massavernietigingswapens in verkeerde handen. Op zijn Orwelliaans speelt de president met begrippen als oorlog en vrede. ,,Vanvond heb ik een boodschap voor de mannen en vrouwen die de vrede zullen bewaren. De leden van Amerika's strijdkrachten.'' Uit wat volgt, kan slechts worden begrepen dat de oorlog nabij is oorlog die volgens Bush vrede is. Maar sprak Bush een jaar geleden niet van een `axis of evil' en noemde hij toen niet drie landen die tot die as behoorden, Irak, Iran en Noord-Korea? Dat zou betekenen dat de mannen en vrouwen die de vrede zullen bewaren met de verovering/bevrijding van Bagdad nog lang niet uitgevochten zijn. En als het echt om het uitschakelen van regimes gaat die de mensenrechten ernstig schenden, wordt de as van het kwaad nog een stuk langer.

Intussen hebben de lidstaten van de Europese Unie een probleem. Zij weifelen over de eigen en eventueel gezamenlijke reactie op wat staat te gebeuren. Als de landen die zich het voorbije jaar zorgelijk hebben uitgelaten over de voornemens van de Amerikaanse regering ten aanzien van Irak zich werkelijk zorgen maken, zouden zij zich met alle macht waarover zij beschikken moeten verzetten tegen wat kanselier Schröder een avontuur heeft genoemd. Avontuur staat voor `iets met goed geluk ondernemen, wagen, op het spel zetten'. Getuigt het juist niet van waarachtige bondgenootschappelijkheid de partner met alle mogelijke middelen ervan te weerhouden een grote fout te begaan? Het zou niet de eerste keer zijn dat Europese landen Amerika niet ter wille zijn. De Oktoberoorlog van 1973 komt in herinnering. (En toen waren er geen goede redenen voor Europese reserves). Ten slotte, Amerika heeft recht op duidelijkheid, in het bijzonder van zijn `oude' bondgenoten.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon