GEVAAR IN VERKEER

Wat is gevaarlijk op de weg? De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) houdt het bij.

Alcohol Alcoholgebruik heeft een sterke en direct aanwijsbare relatie met het gebeuren van ongelukken. De laatste jaren verkeert in weekendnachten circa 4,5 procent van de automobilisten in Nederland onder invloed van alcohol. Als gevolg daarvan vallen er jaarlijks 200 à 250 doden en 3.000 à 3.500 ernstig gewonden.

Loslaten veiligheidsgordels Goedgedragen gordels en goedgebruikte kinderzitjes zorgen ervoor dat bij een botsing de inzittenden van een auto er niet uit worden geslingerd en niet (hard) in aanraking komen met het interieur. De passieve veiligheid van de auto (bijvoorbeeld kreukelzone) kan dan optimaal zijn werk doen.

Als alle inzittenden van personenauto's de gordel hadden gedragen waren er in 2000 ongeveer 65 doden en 350 ziekenhuisgewonden minder gevallen dan met het huidige draagpercentage van 80. Het draagpercentage op de achterbank was in 2000 slechts 32 procent. Dat komt niet door gebrek aan kennis: slechts 2 procent van de achterpassagiers meende dat het niet verplicht is.

Jonge bestuurders Jonge rijbewijsbezitters hebben een erg hoog ongevalsrisico. Vooral bij jonge mannen ligt dit erg hoog: viermaal zo hoog als bij de oudere groepen. Belangrijke factoren zijn gebrek aan ervaring, slecht kunnen inschatten (en daardoor onderschatten) van risico's, hoge risico-acceptatie, en in veel gevallen ook alcoholgebruik.

Snelheid Eén kilometer per uur sneller rijden betekent ruwweg 3 procent meer kans op een ongeluk. Toch rijden veel mensen te hard en worden snelheidslimieten massaal overschreden. Structurele verbetering is daarin alleen te brengen door de infrastructuur zo vorm te geven dat te hard rijden domweg niet meer mogelijk is of in elk geval onaantrekkelijk wordt. Daarnaast zijn voorlichting en handhaving veelgebruikte instrumenten, die echter slechts voor bepaalde duur effectief zijn. Op iets langere termijn kan ook apparatuur in het voertuig de snelheid in toom houden.

Hoge snelheden en vooral grote snelheidsverschillen dwingen tot moeilijk voorspelbare/beheersbare situaties en dus tot gevaarlijke manoeuvres, zoals inhalen. Hoe hoger de snelheid, des te korter de beschikbare tijd om botsingen te voorkomen en des te ernstiger de gevolgen wanneer een botsing plaatsvindt.

Autotelefoneren Mobiel telefoneren vergt veel aandacht. Weliswaar zijn door het (verplichte) handsfree gebruik en eventueel `voice-dialing' enkele handelingen vervallen, maar dan nog vraagt het telefoneren meer van de automobilist dan verantwoord is.

De meeste bestuurders proberen het bellen te compenseren door in complexe omstandigheden langzamer te rijden en een grotere volgafstand aan te houden, maar dat is niet voldoende. Ook wordt hun blikveld nauwer en kijken bestuurders gedurende het telefoneren minder vaak in de achteruitkijkspiegel en opzij.

Extra gevaarlijk zijn zoeken en intoetsen van een nummer, handheld telefoneren, slecht weer, druk verkeer, complexe verkeerssituaties en inspannende gesprekken. De telefoon kan bovendien afgaan op een ongelukkig moment, zoals in een complexe verkeerssituatie.

Soms wordt tegengeworpen dat als telefoneren in de auto zou worden verboden, dat ook zou moeten gelden voor het praten met een passagier. Daarbij wordt eraan voorbijgegaan dat een gesprekspartner buiten de auto niet kan zien wanneer de bestuurder even al zijn aandacht bij het verkeer nodig heeft. De bestuurder voelt zich daardoor ook minder `geëxcuseerd' om even niet de aandacht bij het gesprek te hebben.

Op zich heeft aanwezigheid van een mobiele telefoon ook voordelen. Zo kan snel hulp ingeroepen worden bij een ongeval en iemand die te laat op een afspraak dreigt te komen kan stress en te hard rijden voorkomen door even te bellen dat hij wat later komt. Dat hoeft echter niet onder het rijden te gebeuren.

Bron: www.swov.nl