Fiscale besognes van de hobbyist

Nederland telt vier miljoen mensen met een creatieve hobby. Een deel van hen verdient wat bij met de verkoop. Maar waar ligt de grens tussen hobbyist en ondernemer? En wanneer moeten zij over de inkomsten belasting betalen? De Belastingdienst kent hiervoor geen regels.

Ellen Moerdijk werkt al achttien jaar als assistente in de huisartsenpraktijk van haar man. Daarnaast besteedt ze tien uur per week aan haar grote hobby: het inrichten van poppenhuizen. ,,Meubeltjes en andere poppenhuisspullen zijn erg duur. Omdat ik heel handig ben en allerlei workshops heb gevolgd, ben ik op een bepaald moment zelf dingen gaan maken met klei, textiel en verf.''

Twaalf jaar geleden ging ze voor het eerst naar een beurs om haar spullen te verkopen. Dat leverde 500 gulden op. Tegenwoordig gaat ze tweemaal per jaar naar de beurs, de laatste keer verdiende ze er 1.775 euro. ,,Daarvan koop ik voor 500 euro spullen voor mijn eigen poppenhuis die ik niet zelf kan maken, zoals miniatuurzilver, en 600 euro investeer ik in materiaal om nieuwe dingen te maken.'' Haar winst bedraagt zo'n 4,70 euro per uur. De accountant van de familie Moerdijk waarschuwde dat Ellen wel erg veel ging verdienen.

Zij schreef zich in als ondernemer bij de Kamer van Koophandel en geeft haar inkomsten sindsdien aan de Belastingdienst op. ,,Het voordeel is dat ik nu bij de groothandel materiaal kan kopen, dat is veel goedkoper. Toch zie ik het als hobby, want ik zou veel meer kunnen verdienen als ik wilde. Maar ik wil mijn producten niet te duur maken, het moet voor iedereen betaalbaar blijven. Het gaat me om de kick, dat mensen helemaal uit hun dak gaan van wat ik maak.''

Ellen Moerdijk is een van de naar schatting 4 miljoen serieuze creatievelingen in Nederland. Het cijfer is afkomstig van Jaarbeurs Exhibitions & Media, die twee maal per jaar de Kreadoe, de grootste hobbybeurs van Europa, organiseert. Hoeveel van hen aan hun hobby verdienen is niet bekend. Zijn deze mensen voor de Belastingdienst nou hobbyist of ondernemer? ,,Daar is geen ondubbelzinig antwoord op te geven'', vat Ton van Oostveen, beleidsmedewerker van de Belastingdienst, de situatie kort samen. ,,Er bestaan geen regels die voorschrijven dat een hobbyist maximaal zoveel per jaar mag verdienen.'' Een hiaat in de belastingwetgeving? ,,Nee'', vindt Van Oostveen. ,,Het heeft geen zin om strikte criteria te formuleren. Het hangt af van het soort werkzaamheden, de tijd die je erin steekt, de investeringen die je doet, de risico's die je neemt, de mate van zelfstandigheid, de inkomsten en hoe je naar buiten treedt en dat alles ook nog eens in samenhang bekeken. Uiteindelijk zal de belastinginspecteur voor elk geval apart moeten beoordelen of sprake is van een onderneming of bijverdiensten.'' Houdt de Belastingdienst daarmee niet een grijs gebied in stand? ,,Nee'', vindt Van Oostveen. ,,Maar er zijn wel nuances. Het komt er vaak op neer dat iemand voor zichzelf een oordeel vormt en de Belastingdienst kijkt of hij het daarmee eens kan zijn. Mijn ervaring is dat mensen zelf vaak een heel goed beeld hebben van hun situatie.''

En dus is het aan de hobbyist zelf om uit te vinden of hij of zij wettelijk gezien ondernemer is en dus belasting moet betalen over zijn of haar inkomsten.

Daarbij zijn wel wat richtlijnen te geven, aldus Van Oostveen. ,,Eerst moet je vaststellen of je een bron van inkomsten hebt. Dat is het geval als de activiteit gericht is op het behalen van voordeel en/of je deelneemt aan het economische verkeer. Overigens moet het voordeel wel redelijkerwijs te verwachten zijn. Als je een hobby hebt die niet beschouwd kan worden als een bron van inkomsten en je hebt ook niet de bedoeling er een onderneming van te maken, dan hoef je je inkomsten niet aan de Belastingdienst op te geven. Maar doe je als hobbyist investeringen, bijvoorbeeld in een vitrinekast om beter voor de dag te komen op een beurs, en maak je reclame door middel van visitekaartjes of een website en heb je verschillende opdrachtgevers, dan kan dat wel een bron van inkomen opleveren. Dan maak je zogeheten `winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden' zoals beschreven in box 1. Maar als iemand vijf uur per week aan zijn hobby besteedt en hij verdient er 20 euro per maand mee, dan kun je dat toch bezwaarlijk een onderneming noemen, want een ondernemer zou nooit genoegen nemen met zulke lage inkomsten.''

Ook poppenmaakster Ellen Moerdijk, die drie dagen met een pop bezig is, er vijf euro voor vraagt en met allerlei bonnetjes kan aantonen dat ze niet of nauwelijks winst maakt, hoeft zich geen zorgen te maken dat de Belastingdienst in haar geïnteresseerd is. Van Oostveen: ,,Deze dame is een pure hobbyist, want geen enkele ondernemer is bereid om drie dagen te werken voor vijf euro.''

Het verschil tussen de hobbyist en de ondernemer is behoorlijk subtiel, erkent Van Oostveen. ,,Twee poppenmaaksters die naast elkaar op een beurs staan en voor het publiek vrijwel identiek zijn, kunnen voor de Belastingdienst twee heel verschillende gevallen zijn. Mevrouw A ziet haar poppen puur als hobby, gaat er af en toe mee naar een marktje en verdient er een beetje aan. Moeten we daar als Belastingdienst dan energie in steken? Zij heeft, volgens de criteria van de Belastingdienst, geen bron van inkomsten en hoeft dus niets op te geven. Maar mevrouw B kijkt heel anders tegen haar poppen aan. Het begon weliswaar als hobby, maar haar liefhebberij is inmiddels uitgegroeid tot een waar poppenimperium. Zij adverteert in bladen, heeft een bedrijfsnaam, een logo, staat op wel vijftien markten en beurzen en verdient tienduizenden euro's per jaar. Dan heeft zij, belastingtechnisch gezien, echt een onderneming.''

Of iemand hobbyist of ondernemer is hangt niet af van het aantal beurzen waar hij of zij staat, aldus Van Oostveen. Ook het aantal uren dat iemand per week aan zijn hobby besteedt telt niet. ,,Ik heb eens iemand ontmoet die babykleertjes maakte en daar wel 20 uur per week in stak. Maar haar verdiensten waren maar 0,30 euro per uur. Hoeveel uur je er dan ook aan besteedt, dan ben je geen ondernemer. Hoewel die mevrouw dat wel graag wilde, want als je minimaal 1.225 uur per jaar in een onderneming steekt, heb je recht op zelfstandigenaftrek. Maar dan had ze haar prijzen hoger moeten stellen en dus belasting moeten gaan betalen.''

Het is vooral de intentie die telt, onderstreept Van Oostveen. Zo hoeft de hobby-beeldhouwer die in het dagelijks leven loodgieter is en eenmalig voor 400 euro een beeld verkoopt aan zijn buurman, die inkomsten niet op te geven. Maar als hij vervolgens denkt: dat liep lekker, laat ik tien van die beelden maken en ze op de plaatselijke braderie gaan verkopen en behaalt hij dan 1.000 euro winst, dan ligt het anders, volgens Van Oostveen. ,,Dan heeft hij de beelden gemaakt met het doel ze te verkopen en moet hij wel belasting betalen, als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1.''

Wordt de hobbyist door het ontbreken van regels niet verleid tot allerlei trucjes? Bijvoorbeeld je voordoen als ondernemer, permanent verlies draaien door je prijzen te laag te houden en dat verlies vervolgens fiscaal aftrekken van je reguliere inkomen? Nee, zegt Van Oostveen. ,,Als je je prijzen zo laag houdt dat je langdurig verlies lijdt, is er dus redelijkerwijs geen uitzicht op inkomsten en word je nooit een ondernemer.''