EU-VOORZITTER WIL MINIMAAL 5% BBP VOOR ONDERWIJS

Over de bijeenkomsten van Europese ministers van Onderwijs wordt zelden iets vernomen. Dat is niet verwonderlijk. In de Europese Unie bestaat geen gemeenschappelijk onderwijsbeleid - in tegenstelling tot bijvoorbeeld het landbouwbeleid. De lidstaten willen dat graag zo houden, want onderwijs heeft te maken met nationale traditie en cultuur. Het subsidiariteitsprincipe blijft voor onderwijs dus zeker overeind. Maar als het aan de Griekse minister Petros Efthymiou ligt, gaat er toch wat veranderen. Griekenland maakt als EU-voorzitter onderwijs tot een speerpunt van beleid.

Efthymiou wil dat de EU-lidstaten elkaar voortdurend de maat gaan nemen aan de hand van prestatiecriteria voor het onderwijs. In Brussels jargon heet dat peer pressure en benchmarking. Zo wil Efthymiou dat elke lidstaat minimaal 5 procent van z'n bruto binnenlands product aan onderwijs besteedt. Nederland hangt met ruim 4 procent samen met enkele zuidelijke lidstaten aan de staart van het EU-peloton. De onderwijsuitgaven gelden in Nederland als een belangrijk politiek probleem. De Griekse minister erkent dat ook zijn eigen land (met 3,5 procent van het bbp voor onderwijs) nog een achterstand heeft goed te maken. Zijn plan moet bijdragen aan de kennismaatschappij en een brain drain van talent vanuit de EU naar de VS tegengaan. ``In Griekenland werken 12.000 docenten in het hoger onderwijs, maar er doceren óók 2700 Grieken aan Amerikaanse universiteiten.''

Vorige week gaf Efthymiou aan enkele Europarlementariërs en journalisten een toelichting op zijn ambitieuze plannen. ``Investeren in het onderwijs en de manier waarop we dat doen is de sleutel'', zegt Efthymiou. ``We moeten investeringen in de basis van het onderwijs bevorderen en de verbinding maken naar de onderwijzers.'' De 52-jarige Griekse minister weet waarover hij praat, want hij was zelf jarenlang leraar op een middelbare school. Ook was Efthymiou enige tijd universiteitsdocent.

Efthymiou wil dat onderwijsministers een voorbeeld nemen aan de EU-top van Lissabon in maart 2000, toen de regeringschefs beloofen de Europese Unie in 2010 tot de meest concurrerende economie ter wereld te maken. Volgens Efthymiou moet er voor onderwijs een `Lissabon-2' komen. Hij wil in elk geval harde afspraken over versterking van beta-vakken in het middelbaar onderwijs, voorkomen van voortijdig schoolverlaten, vergroting van vaardigheden op het gebied van nieuwe technologie, levenslang leren en gegarandeerde toegang tot onderwijs voor iedereen. Op de top van Lissabon in 2000 werden al enkele afspraken gemaakt over onderwijs, zoals over het gebruik van informatie-technologie in de klas. Maar volgens minister Efthymiou zijn de onderwijsministers nu `onderaannemers' en ontwikkelen ze niet samen beleid. Hij wil onderwijs- en studentenorganisatie actief bij de voorbereidingen betrekken. Efthymiou denkt dat er voorjaar 2004 onder het Ierse EU-voorzitterschap besluiten vallen. ``Ik merk dat er een vruchtbare basis is voor onze ideeën'', zegt hij hoopvol.