De versterving van een havenstad

Het leek zo mooi: Delfzijl moest in de jaren '70 en '80 een dynamische havenstad met 80.000 inwoners worden. Maar het werk kwam niet en de bewoners bleven weg. Toch ging de gemeente stug door met de bouw van goedkope huizen. Daarvan staan er honderden leeg in spookwijken. Wat nu? `De politiek in Delfzijl is een open inrichting, totaal verziekt.'

Een straffe, gure wind blaast over de Eemsdijk door de straten van Delfzijl-Noord. Hoewel het donker is, brandt er op deze late donderdagavond licht in maar een paar huizen in de Siriusstraat. De overige huizen in deze lugubere omgeving zijn verlaten en vaak van boven tot onder dichtgetimmerd. Even verderop de Capellastraat, de Mercuriusstraat, de Fransestraat – straat na straat hetzelfde patroon. Geen voetgangers op de trottoirs, geen auto's voor de deur, louter woningen met ingegooide ramen of gaten in de muur. In een verwilderd tuintje in één van de spookstraten staan twee roestende winkelkarretjes en een lege groenbak. Het huis bij de buren staat ook leeg, een paar lichtgevende sterretjes op het plafond van de voormalige kinderkamer uitgezonderd.

Verder geen teken van leven, laat staan van `Lekker leven aan zee', de slogan die de gemeente sinds een paar jaar voert. ,,Het is heel deprimerend'', zegt Silly Udema-Slijm, bewoonster van de Zweedsestraat en voorzitter van de bewonersvereniging van de Landenbuurt. Tegenover haar rijtjeshuis staat een heel blok leeg. ,,De sociale controle is weg. Uit de lege huizen worden zelfs nog de leidingen gestolen. De mensen die er nog wonen, voelen zich onveilig en durven 's avonds niet naar buiten.''

Gewone stadsproblemen tellen hier niet. Er is parkeerruimte zat en niemand heeft last van de muziek van zijn buren. De havenstad die ooit wilde uitgroeien tot de Europoort van het Noorden, met een bloeiende haven en een belangrijk centrum voor chemische industrie, heeft haar ambitie nooit kunnen waarmaken. Integendeel, Delfzijl gleed steeds verder af. Hoewel er al honderden woningen zijn gesloopt, staan er nog steeds honderden leeg. Een onaantrekkelijk woonklimaat en de vele goedkope huurwoningen zijn volgens planologen de belangrijkste oorzaken.

Sinds enkele jaren doet ook het gemeentebestuur er alles aan om het imago van Delfzijl nog verder te beschadigen, vinden veel inwoners. ,,Ze mogen allemaal de Eems inlopen – en nait weer komm'', zeggen voorbijgangers in het winkelcentrum. De ene affaire op het stadhuis is nog niet voorbij of de volgende dient zich al weer aan. Vorige week was er nog een spoedbijeenkomst van de raad naar aanleiding van de affaire rond wethouder Emmy Koning van Gemeentebelangen. Zij moest aftreden, nadat bekend werd dat zij uit liefdadigheid maandelijks een bedrag van 300 euro verstrekte aan Adriaan Bruininck, haar partijgenoot in de raad, omdat hij zou worden gekort op een invaliditeitsuitkering.

Vervolgens meldde zij het college dat hetzelfde raadslid haar had aangerand. De rijksrecherche onderzoekt de beschuldigingen. Beide hoofdrolspelers laten zich niet meer zien in het gemeentehuis en doen er het zwijgen toe.

De affaire was slechts een episode in het politieke drama dat zich al een aantal jaren aan het voltrekken is aan de boorden van de Eems, parallel aan de stedelijke verpaupering en de leegstand. ,,De politiek in Delfzijl is een open inrichting, totaal verziekt. Iedereen zou moeten opstappen: de raad, de wethouders en de burgemeester'', zegt Martin Zijlstra, voormalig Tweede-Kamerlid voor de PvdA.

Hij was jarenlang burgemeester in het naburige dorp Termunten, tegenwoordig gemeente Delfzijl, en trad vorig jaar na de verkiezingen op als informateur in Delfzijl. ,,List en bedrog zijn de norm van de politiek in Delfzijl, gekoppeld aan een geweldige lust naar baantjesjagerij'', zegt hij in zijn oude burgemeesterswoning in Woldendorp, tien kilometer ten zuidoosten van Delfzijl.

Zijlstra wil wel een voorbeeld geven. Er lag na de verkiezingen een raadsbesluit over de vorming van een college tussen PvdA, CDA en Gemeentebelangen. ,,Hoor ik op de eerste bijeenkomst in de formatie dat het CDA de VVD erbij wil hebben in het college. Uiteindelijk werd de PvdA, de grootste partij, helemaal buiten het college gelaten. Ik heb in ruim twaalf jaar Den Haag aardig wat meegemaakt, maar niet wat er in Delfzijl gebeurt. Afspraken tellen niet. Tijdens de formatie waren de partijen alleen maar geïnteresseerd in de verdeling van de wethoudersposten en de salarissen. Alle partijen doen eraan mee, ook de PvdA.''

Zijlstra is bang dat het huidige college en dezelfde raad nog ,,drie jaar moeten doormodderen'' tot de volgende verkiezingen. ,,Men is tot elkaar veroordeeld. Het is triest voor Delfzijl. Alles zit op slot, iedereen houdt aan zijn zetel vast, de raad wordt bevolkt door allerlei oud-wethouders en mensen die al meer dan dertig jaar in de raad zitten.'' Zijlstra zelf stapte na zijn mislukte formatiepoging vorig jaar op uit de raad na een conflict met zijn partijgenoot Jan Menninga.

Menninga, oud-voorzitter van betaald-voetbalclub Veendam, was in 1998 de eerste wethouder die het middelpunt van een affaire werd. Menninga's coalitiegenoten dwongen hem tot aftreden, omdat hij in 1996 als wethouder van economische zaken het bedrijf Blijdorp International Merchants Group in het buurdorp Farmsum een financiële toezegging had gedaan voor een grondsubsidie van een half miljoen gulden, zonder de raad hierover in te lichten. In een eigenhandig getypte `wethouderlijke brief' zette hij de beloofde investeringspremie op papier. ,,Deze crisis zal leiden tot verstoorde verhoudingen die nog jaren duren'', zei Menninga toen met vooruitziende blik. En toen al concludeerde een speciale commissie onder leiding van het oud-Kamerlid Doelman-Pel (CDA) dat in Delfzijl een ,,informele cultuur'' heerste waarin ,,veel onuitgesproken verwachtingspatronen'' tot irritaties leidden.

Menninga is inmiddels weer fractievoorzitter van de PvdA, en zei vorig week dat hij weer wethouder wil worden, nu Emmy Koning van Gemeentebelangen is opgestapt wegens haar betalingen aan partijgenoot Bruininck.

Opstappen betekent voor een wethouder in Delfzijl allerminst het einde van de politieke carrière, zo bleek ook twee jaar geleden. GroenLinks-wethouder Hink Ketting moest destijds opstappen, omdat hij door de politie was gesnapt met verkeerde nummerplaten op zijn auto, die hij in Duitsland had gekocht. Hij gaf toe dat hij de Nederlandse nummerplaten van zijn oude auto op de Duitse auto had geschroefd, omdat de komst van de juiste kentekenplaten hem te lang duurde. In Delfzijl wordt nog steeds beweerd dat hij door een rivaliserende politicus werd `verlinkt'. Voor zijn loopbaan maakte het allemaal niet veel uit: sinds een klein jaar is Ketting weer wethouder.

,,Delfzijl is de enige gemeente in Nederland waar weggestuurde wethouders telkens weer terugkeren in het college'', zegt Marc Calon, gedeputeerde voor volkshuisvesting van de provincie Groningen. Hij erkent dat de provincie al lange tijd worstelt met Delfzijl. ,,Alles is mogelijk in Delfzijl. Er zitten te veel mensen veel te lang in de raad, onder wie heel veel ex-wethouders die allemaal recht tegenover elkaar staan. Er zijn ruzies, veel mensen hebben een hekel aan elkaar en hebben nog rekeningen te vereffenen.''

Calon voelt wel wat voor de mogelijkheid die demissionair minister Johan Remkes van Binnenlandse Zaken, een Groninger met veel kennis van de situatie in Delfzijl, onlangs opperde. ,,Als je kijkt naar de recente gebeurtenissen, zijn er voldoende argumenten om de gemeenteraad te ontbinden en nieuwe verkiezingen te houden'', vindt Remkes. Maar de wet biedt die mogelijkheid niet. ,,Ik zou willen dat de mogelijkheid bestond dat het college of de burgemeester de raad kan ontbinden. De wetgever kan niet veel in dit soort situaties.''

Poolse provinciestad

Het 700 jaar oude garnizoensstadje heeft mogelijkheden genoeg om succes te hebben, zeggen planologen zonder uitzondering. De stad ligt aan zee, de grond is goedkoop en er is ruimte genoeg, allemaal zaken waar een gemiddelde Randstedeling naar hunkert. Toch komt de havenstad bijna alleen negatief in het nieuws. ,,Delfzijl ziet eruit als een Poolse provinciestad in de jaren '50'', zegt planoloog Jan Franke, die twee jaar geleden met een speciale commissie onderzoek deed naar de leegstand in Delfzijl. ,,Het stadje had wonderschone plekken, een beetje Anton Pieck. Maar al die kwaliteiten moesten jarenlang wijken voor woningbouw.''

Tijdens de wederopbouw na de oorlog was Delfzijl één van de plekken waar het spreidingsbeleid van de rijksoverheid zich op richtte. De stad kon dankzij zijn gunstige ligging aan zee en de vondst van aardgas en zout in de Groningse bodem uitgroeien tot een industrie- en havenstad van formaat, was de redenering. Omdat verwacht en gehoopt werd dat het inwonertal zou groeien tot 80.000, begon de stad aan jarenlange woningbouw, vooral goedkope huurwoningen, blok na blok, straat na straat. ,,In de jaren '50 waren dat misschien adequate woningen, nu zijn ze veel te klein, te dicht op elkaar, met te veel bouwtechnische problemen'', zegt Werner Brouwer, directeur van de Ontwikkelingsmaatschappij Delfzijl, die enkele jaren geleden werd opgericht om de grote metamorfose waarnaar de stad snakte, te realiseren.

Met de economische neergang in de jaren '70 en '80 hield de groei van Delfzijl op, maar de bouw ging door. Tot enkele jaren geleden wilde de gemeente nog steeds woningen bijbouwen, zegt gedeputeerde Calon op zijn werkkamer in het provinciehuis in Groningen. Maar nieuwkomers bleven weg, bewoners vertrokken, op zoek naar betere woningen die Delfzijl niet bood. Het inwonertal liep met enkele duizenden terug tot ongeveer 29.000 nu. Driekwart van de mensen die in Delfzijl wonen, werkt buiten Delfzijl. ,,Je verhuist niet naar Delfzijl voor het wilde nachtleven, of voor de universiteit'', zegt Jan Franke.

De onkunde om een oplossing te verzinnen voor de leegstand werd de provincie Groningen in 1999 te gortig. Tegen de zin van het gemeentebestuur werd de zelfstandige Ontwikkelingsmaatschappij Delfzijl (OMD) opgericht, een breekijzer dat tien jaar aan de slag gaat om Delfzijl een ander aanzicht te geven. De OMD opereert buiten de gemeenteraad om. Tweeduizend huizen gaan voor 2010 tegen de vlakte, terwijl er zevenhonderd nieuwe woningen zullen verrijzen. Aanvankelijk wilde de gemeente geen geld uittrekken voor het herstructureringsproces, maar onder dwang van de provincie gebeurde dat toch. ,,De macht over de volkshuisvesting is verschoven naar de OMD'', zegt Calon. ,,Er is nergens in Nederland zo snoeihard in de volkshuisvesting ingegrepen als in Delfzijl.''

Puin ruimen

Het breekijzer kreeg ook een naam: planoloog en stedelijk puinruimer Jan Franke werd projectleider van de OMD. ,,Ik begon al met twee avonden ruzie in de gemeenteraad over de analyse van het probleem'', zegt Franke. ,,Commissaris van de koningin Hans Alders heeft verschillende keren moeten ingrijpen en de gemeente moeten dwingen mee te werken. We hebben een keihard programma opgesteld; heel Delfzijl-Noord moest tegen de vlakte. De raad eiste dat het plan werd voorgelegd, ter goedkeuring. Toen heeft Alders in een besloten bijeenkomst in Appingedam tegen burgemeester Haaksman en de rest van het college gezegd: nu gaat Delfzijl meewerken, en anders is het over. Ons plan werd daarna unaniem aangenomen in de raad.''

Wat Franke vooral opviel was dat het gemeentebestuur zich nauwelijks iets aantrok van de problemen in de stad. Van de verloedering, de leegstand, de verpaupering. ,,Eerst werd het probleem jarenlang ontkend'', zegt Franke. ,,Vervolgens kregen anderen de schuld. De provincie omdat er geen snelweg van Groningen naar Delfzijl loopt. De gemeente wilde ook een brug over de Eems naar Emden in Duitsland, maar een brug aanleggen van niks naar nergens is zinloos.''

Het gebrek aan een daadkrachtige oplossing wijt Franke vooral aan de politieke cultuur. ,,Er is een enorme inteelt. In een normale gemeenschap is dynamiek, komen nieuwe mensen. Delfzijl zit in een afstervingsproces, de leuke mensen trekken weg. Mensen gaan alleen met elkaar om, kijken alleen naar zichzelf. Daarom debatteert de raad alleen maar over zichzelf. Ik weet dat er twee jaar geleden vanuit de landelijke politiek pogingen zijn ondernomen om een regeringscommissaris aan te stellen in Delfzijl, maar dat bleek politiek onhaalbaar in de ministerraad.''

Den Haag greep slechts één keer eerder naar dat ultieme machtsmiddel in geval van een falende gemeente. Dat was in 1951 in het Oost-Groningse Finsterwolde, waar de CPN-meerderheid stakende arbeiders financieel ondersteunde en steunfraude bevorderde.

Jan Franke hield twee jaar stand in Delfzijl. Toen hij merkte, zegt hij, dat zijn project werd gefrustreerd door ambtenaren, politici en zelfs door burgemeester Haaksman, gooide hij de knuppel in het hoenderhok. ,,Ik moest mensen vertellen dat hun huizen zouden worden gesloopt. Dan kwamen ze bij de burgemeester klagen, en dan zei Haaksman: `Ach mevrouw, dat zal zo'n vaart niet lopen'.''

Delfzijl wil niet veranderen, zegt Franke. ,,Het gaat om macht en posities in Delfzijl, niet om de inhoud. Ik heb geprobeerd om daar doorheen te breken door mensen te schofferen met keiharde uitspraken over Delfzijl, om een crisis te creëren, en vervolgens iets op te kunnen bouwen. Zo heb ik eerder met succes gewerkt in andere plaatsen. Niet in Delfzijl. Op het eind steunde op het stadhuis alleen de bode mij nog. En veel inwoners.'' Franke's uitspraken schoten velen in het verkeerde keelgat. Hij liet zich ontvallen dat zelfs een junkie nog niet in Delfzijl zou willen wonen en dat mensen met een IQ boven de tachtig maakten dat ze wegkwamen, een opmerking waarvoor hij zich later excuseerde. Nog steeds is hij van mening dat Delfzijl de ernst van de eigen situatie niet inziet. Een van de belangrijkste oorzaken van het falende gemeentebestuur is volgens Franke de burgemeester, VVD'er Ed Haaksman. ,,Hij is volkomen onbekwaam om de politieke en maatschappelijke problemen op te lossen – de provincie deelt die analyse, maar kan er niet veel aan doen.''

Haaksman (52), die in 1988 als burgemeester overvoer van Terschelling naar Delfzijl, is vaker het mikpunt van kritiek geweest. Hij kreeg bij de affaires in het verleden al het verwijt dat hij niet in staat was de leden van het gemeentebestuur tot elkaar te brengen in tijden van nood. Wethouders die moesten aftreden, klaagden erover dat Haaksman ,,geen vinger'' voor hen had uitgestoken in de raadsvergaderingen waarin posities op het spel stonden. Ondanks eerdere sollicitaties naar posten als Almere en Zwolle werd Haaksman vorig jaar herbenoemd voor zijn derde termijn in Delfzijl. Zelf wil Haaksman nergens op reageren, zo laat hij twee keer via zijn woordvoerster weten.

Vorig jaar, bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart, leek de politiek eindelijk het nieuwe bloed te krijgen dat zo hard nodig was. In het kielzog van de Leefbaar-beweging trad de nieuwe partij Gemeentebelangen Delfzijl naar voren, en werd met zes zetels de tweede partij. Inmiddels is de partij bijna verdwenen: vier raadsleden vormden een maand geleden de lijst-Bruininck, aangevoerd door het raadslid dat door zijn eigen wethouder wordt beschuldigd van aanranding. Zij vonden dat hun wethouder, Emmy Koning, zich ,,regentesk'' gedroeg. Uit frustratie over het verdwijnen van vier steunpilaren in de raad bracht Koning vervolgens de betalingen aan Bruininck naar buiten.

Het helpt allemaal niet om het imago van de lokale politiek te verbeteren, erkent iedereen in de raad. Een raadslid van GroenLinks, B. de Weerd-Van der Meij, legt de schuld bij Gemeentebelangen, dat zij vergelijkt met de landelijke aftakeling van de LPF. Syb Roelsma, fractievoorzitter van de Lijst-Bruininck, doet de affaires af als ,,incidenten die overal kunnen gebeuren.'' Wel staan politici in Delfzijl hard tegenover elkaar, geeft hij toe. ,,Noorderlingen zijn vrij stug, het is moeilijk om een beetje water bij de wijn te doen. Daardoor is het moeilijk om politiek te bedrijven.'' Dat geldt ook voor de omgang met de stedelijke ambtenarij. ,,Als je niet van de goede kleur bent, krijg je niets gedaan'', zegt Roelsma. Ook Jan Menninga, fractievoorzitter van de PvdA, ontkent dat er structurele politieke problemen bestaan in Delfzijl.

Delfzijl moet voorlopig verder met een college dat steunt op een handvol raadsleden. Voor de OMD, inmiddels onder directeur Werner Brouwer, maakt het weinig uit. Hij wijst op het feit dat in maart de eerste paal de grond ingaat voor de eerste nieuwe woning. ,,Voor het draagvlak van deze operatie onder de bevolking van Delfzijl zijn die bestuurlijke problemen niet goed. Maar dat draagvlak zal ontstaan zodra we stenen gaan stapelen'', is zijn overtuiging. Gedifferentieerde woningen, vrijstaand, twee-onder-één-kap, en ruimere rijtjeshuizen dan Delfzijl nu kent. ,,Binnenkort kunnen de bewoners zien dat er iets verandert.''

Planoloog Jan Franke mag weg zijn uit Delfzijl, hij voorspelt dat de leegstand nog jaren zal voortduren als er alleen maar kleinere woningen worden ingewisseld voor iets grotere. ,,Dat soort nieuwbouwwijkjes heb je overal in Groningen. Er lagen prachtige plannen, maar Delfzijl is straks helemaal terug bij af. Maak een aansluiting met de haven, leg een wandelpromenade aan, trek de stad naar de zee, haal die vreselijke betonnen waterkering midden in de stad weg. Een havenstad is overal in Europa leuk, behalve in Delfzijl. Alleen woninkjes bouwen helpt niet als je niet iets aparts doet, iets nieuws. Ik voorspel dat dit alleen maar geldverspilling is, zolang ze niks doen aan de hele stad.''

m.m.v. Karin Mik