`De mens gaat aan begeren kapot'

Nederlanders zijn gulle gevers als het gaat om goede doelen. De een doneert aan de kerk, de ander kiest voor de Derde Wereld. Het echtpaar Hagesteijn geeft vooral aan de zending.

Zending bedrijven is nodig zolang er nog mensen zijn die de bijbel niet kennen. In Mattheüs 28 staat: Ga dan heen en onderwijs alle volken in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.'' Toen de christelijk-gereformeerde predikant van Boskoop als zendeling werd uitgezonden naar Afrika, raakte Cor Hagesteijn (69) actief betrokken bij het zendingswerk. Hij nam zitting in het zendingsdeputaat van de Christelijke Gereformeerde Kerken om de belangen van `zijn' dominee in den vreemde te behartigen. ,,De buitenkerkelijke wereld wil ons doen geloven dat het niet goed is om het evangelie te verspreiden. Zij zeggen: die mensen zijn gelukkig, laat hen met rust. Maar dat is niet waar. Die mensen leven in duisternis en zijn verteerd door angst.''

De buitenkerkelijke kritiek dat armen meer behoefte hebben aan brood dan aan een bijbel is in zijn ogen eveneens onterecht. ,,Wij doen het allebei, brood voor het lichaam en brood voor het hart. We willen ook de honger bestrijden. [De apostel] Jacobus schrijft: Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over degene, die geen barmhartigheid gedaan heeft.''

Zodra de Boskoopse predikant terugkeerde naar Nederland hield Hagesteijns werk op, maar snel daarna werd hij door de Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken benoemd tot landelijk penningmeester van de zendingsdeputaten. Hagesteijn had daar tijd voor, want na een 31-jarig dienstverband bij de Nederlandse Kabelfabriek in Delft kon hij in 1991 met vervroegd pensioen. De afgelopen tien jaar beheerde hij als vrijwilliger een budget van ruim een half miljoen euro op jaarbasis. ,,Hij maakte werkweken van 50 uur'', zegt echtgenote Corrie (66). In 1999 werd hij voor dit werk benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau.

,,Je moet je handen niet alleen vouwen om God te danken, je moet ze ook laten wapperen'', zegt Hagesteijn. Tijdens de lezingen die hij in het hele land hield over het zendingswerk heeft hij in de loop der jaren heel wat jonge meisjes aangemoedigd om een opleiding tot verpleegkundige te volgen en te gaan werken in een van de gebieden waar de Christelijke Gereformeerde Kerken actief zijn, zoals Sulawesi, Zuid-Afrika, de Centraal Afrikaanse Republiek, Brazilië en Mozambique. Ook moedigde hij de gemeenteleden aan om veel geld te geven. ,,Bidden met de hand op de knip is hypocriet.''

Vaak vragen mensen hem hoeveel ze moeten geven. ,,Als je een richtlijn zoekt, is die fiscaal aftrekbare tien procent niet slecht. Het Oude Testament spreekt ook van tienden.'' Zelf schenken de Hagesteijns sinds jaar en dag tien procent van hun inkomen aan goede doelen. Als ze iets duurs kopen, zoals een nieuwe auto, geven ze ook tien procent van dat bedrag aan de kerk. Ze zijn zich ervan bewust dat niet iedereen er zo over denkt, ook niet binnen hun eigen kerk.

Hij: ,,Al dat begeren, al die ik-gerichtheid. Daar gaat de mensheid aan kapot.''

Zij: ,,Ik prik weleens een beetje. Dan zeg ik brutaal: Zo, alweer een nieuwe BMW? Hoeveel procent krijgt de kerk daarvan?''

Hij: ,,Jij bent een beetje scherp.''

Zij: ,,Later bel ik op en dan zeg ik: sorry. Dan zeggen ze: Het geeft niet, het was terecht. Daar moet ik dan om lachen.''

Ook in de tijd dat hun kinderen nog thuis woonden en de Hagesteijns het niet altijd even breed hadden, gaven ze tien procent. Zij: ,,Niet alleen omdat dat in de bijbel staat. Je voelt zelf ook wel dat het zo moet. En je wilt het de kinderen voorleven. Wij zijn zuinig. We gaan een week per jaar met vakantie.''

Hij: ,,Al 26 jaar naar hetzelfde hotel in Limburg.''

Zij: ,,Ik zit hier in de tuin ook heerlijk.''

Hij: ,,In de bijbel staat dat je vergenoegd moet zijn met hetgeen je hebt.''

Heel wat keren maakten zij geld over naar een goed doel, terwijl ze het eigenlijk niet konden missen. Maar altijd volgde er een onverwachte financiële meevaller. ,,Als God centraal staat in je leven, raak je je ik-gerichtheid kwijt. Dan zijn giften vanzelfsprekend. Het geeft rust als je weet dat God voor je zorgt.''

Op de vraag welke doelen zij nog meer steunen, zegt Corrie: ,,Je kunt beter vragen: welke niet?''

Hij: ,,Nooit zaken die haaks staan op het evangelie. Aan een maoïstische instelling geven we niets.''

Zij: ,,Maar het hoeft niet per se christelijk te zijn. Wij geven ook aan neutrale kindertehuizen.''

Hij: ,,Dan geven we iets minder. In zijn brief aan de Galaten schrijft Paulus: Laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs.''

Dit is de vierde deel in een serie over mensen die aan goede doelen geven.