De hoge-hoedtruc

In 2002 heb ik mij namens onze buurt met een verzoek om een voorlopige voorziening en een verzoek om uitspraak over een omstreden bestemmingsplan in onze straat tot de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State gewend. In het artikel `Wie een foutje maakt, is af' (Z, 4 januari) wordt veel aandacht geschonken aan het feit dat tijdens de zitting geen nieuwe gegevens mogen worden ingebracht. Bij de zitting voor onze voorlopige voorziening toverde de woordvoerster van de gemeente Zutphen een gemeentelijk beleid uit de hoge hoed dat geen beleid is, omdat het slechts eenmaal tevoren in een noodsituatie was toegepast en niet tevoren bij de Raad van State en dus ook niet bij ons was aangeleverd. Op grond van dit `beleid' werd ons verzoek tot een voorlopige voorziening afgewezen.

In Zutphen en Warnsveld werden in 2002 een aantal problematische beslissingen voor de Raad van State uitgevochten. In een aantal mij bekende gevallen werd deze hoge-hoedtruc met succes ten nadele van de burgers opgevoerd. Omdat dit bij ons meermalen is voorgekomen, is het wellicht interessant te weten hoeveel bezwaarmakers elders in den lande ook onder dit fenomeen hebben geleden.

Afgezien van het feit dat de Raad van State zich bij zijn vonnis, waarbij onze bezwaren uiteraard ongegrond werden verklaard, niet baseerde op een meting of zelfs maar een eis tot meting, maar op een ongefundeerde en – zoals wij bewezen – onhaalbare belofte van de gemeente, presteerde hij het ons per abuis de bijlagen van een vonnis uit de gemeente Ede toe te sturen.

Mijn vertrouwen in de werkwijze van de Raad van State staat op een wel héél laag pitje. Burgers bereiken hun doel slechts als zij procedurele fouten kunnen aantonen en staatsraden haken niet in op de intentie van een burger die de procedurele fouten met opzet terzijde schuift, zoals wij (dom-dom) deden, teneinde een fundamentele uitspraak te verkrijgen. Wij zijn overgeleverd aan rechtspraak die ver is verwijderd van wezenlijk en onafhankelijk recht.

Als de Raad van State in zijn ivoren toren een fout(je) maakt, is de burger ook af. Arme machteloze burger. Of kunnen wij ook spreken van een `arme' Raad van State, die meer opheeft met zijn ambtelijke broeders en zusters dan met de burgers, waar hij juist voor werd ingesteld?