De Fiat-ogen van kroonprins Yaki

Wat gebeurt er met Fiat na de dood van Giovanni Agnelli? Het in moeilijkheden verkerende bedrijf heeft een probleem al opgelost: de opvolging. De pas 26-jarige kleinzoon John Elkann werd er al jaren op voorbereid.

De koning is dood, de problemen zijn gebleven, leve de kroonprins. Alle `Fiat-ogen' zijn dezer dagen gericht op John Elkann, kleinzoon en gedoodverfd opvolger van de vorige week vrijdag overleden absoluut leider van Fiat, Giovanni Agnelli. Pas 26 jaar is Yaki, zoals Elkann door vrienden wordt genoemd. Maar hij maakt al vijf jaar deel uit van de raad van bestuur van Italiës grootste industrie en van de schatkist van de familie Agnelli, de stille vennootschap Giovanni Agnelli & co, die namens de tachtig familieleden de aandelen beheert.

Met het overlijden van zijn grootvader is hij beheerder geworden van 30,1 procent van de familieaandelen. Drie keer zoveel als de andere grote spelers, onder wie oudoom Umberto die vanaf juni president wordt van Fiat en sinds het overlijden van Gianni Agnelli diezelfde functie vervult in de stille vennootschap Giovanni Agnelli & co.

Gelukkig voor John Elkann wil Umberto (68), die altijd in de schaduw stond van zijn flamboyante broer, de kar voorlopig gaan trekken. Hij mag dat nog zeven jaar doen, omdat volgens de statuten een Fiat-president niet ouder dan 75 jaar mag zijn. Yaki heeft dus nog tijd, maar minder dan zijn grootvader, die tot zijn 45ste in de schaduw van anderen van het leven kon genieten.

Yaki lijkt niet zo'n bon-vivant als zijn opa. Zijn uitstraling is veel terughoudender, al heeft hij fysiek veel weg van zijn grootvader. Hij heeft een weemoedige blik, is wat bleekjes en is in tegenstelling tot zijn grootvader nog nooit door fotografen betrapt op een wild feest.

Gezien de staat waarin Gianni Agnelli Fiat achterlaat, lijkt deze serieuze levenshouding maar beter ook. John Elkanns uitgangspositie is veel kwetsbaarder dan die van zijn grootvader toen die begon en het bedrijf nog grote winst maakte. Bovendien is John Elkann niet de enige jongeman in de familie. In tegenstelling tot zijn opa heeft hij te maken met een broer en neefjes die wellicht ook wel wat meer zeggenschap zouden willen hebben. Aan Yaki de moeilijke opdracht zich de komende jaren te bewijzen. Niemand durfde zijn opa tegen te spreken, maar hij moet dat gezag nog verwerven. Hij zal spoedig tot vice-president van Fiat worden benoemd en heeft samen met oudoom Umberto de taak de autodivisie, die vorig jaar 1,4 miljard euro verlies leed, te herlanceren.

De familie heeft hiertoe na lang twijfelen besloten. De dood van Gianni heeft haar voorlopig op één lijn gebracht. Op de al langer geplande familievergadering die plaatsvond op de ochtend van het overlijden van Agnelli hebben de neven en nichten, broers en zussen zich zelfs verplicht samen 250 miljoen euro uit hun privékapitaal terug te storten in de schatkist van Giovanni Agnelli & co. Het is voor het eerst in vijftien jaar dat de Agnelli's geld uit hun eigen portemonnee moeten teruggeven aan het bedrijf. Normaal konden ze met zijn tachtigen jaarlijks rekenen op lucratieve dividenden, de laatste drie jaar in totaal 45 miljoen euro. Die inkomsten waren afkomstig uit de nog wel goed renderende activiteiten van het industrieel conglomeraat, zoals verzekeringen, financiering, hotels, energieproductie en uitgeverijen.

Vooralsnog hoopt de familie met deze eigen bijdrage, een extra lening van de banken en mogelijk de verkoop van Fiat Avio, de vliegtuigenproducent, voldoende kapitaal te verzamelen voor de ontwikkeling van nieuwe automodellen waar de markt wel om staat te trappelen. Voorstellen van grote Italiaanse zakenlieden van buiten om in ruil voor een forse kapitaalinjectie invloed te krijgen in het Fiat-concern, zijn grotendeels van de hand gewezen.

De Agnelli's willen tot 2005 drie tot vijf miljard investeren. Op die manier zou het bedrijf gezond genoeg moeten worden om het voort te zetten. Of om het op een lucratieve manier te verkopen aan General Motors, dat zich in 2000 heeft verplicht om – als de Agnelli's dat willen – Fiat Auto na 2004 over te nemen. Een deal die nu wordt beschouwd als de parachute waarmee de familie de autoindustrie kan verlaten.

Gianni Agnelli is altijd tegen een dergelijke uitverkoop geweest en mogelijk heeft hij de door hem uitverkoren kleinzoon John Elkann ook op die gedachte gebracht. Yaki was overigens niet de eerste keus van Giovanni Agnelli. Zijn oogappel was altijd Giovanni Alberto, zoon van zijn broer Umberto. Aan het leven van deze Giovanni Alberto kwam vroegtijdig een eind door een zeldzame vorm van kanker die hem op 33-jarige leeftijd fataal werd. Vijf dagen na dit voor Gianni Agnelli wellicht zwaarste moment in zijn leven, wees hij John Elkann aan als zijn toekomstige troonopvolger en nam deze zitting in de raad van bestuur.

Yaki had toen Atheneum B in Parijs afgerond en werd al enige tijd van nabij gevolgd door zijn grootvader. Toen Yaki zich in 1994 wilde inschrijven aan de Universiteit van Oxford, vroeg zijn opa hem daarvan af te zien en naar Turijn te komen om daar aan de technische universiteit te gaan studeren. Zijn docent van die tijd uit zich nog altijd lovend over de gemakkelijke wijze waarop Yaki zich aanpaste. ,,Een belangrijke regel was dat eerstejaars geen auto mogen hebben. Deze zoon van een autofabrikant accepteerde dat zondermeer en kwam altijd op een oude scooter naar school.''

Nog voor zijn afstuderen in 2000 zat Yaki al in de raad van bestuur van Fiat. Met zijn diploma op zak werd hij de wereld rondgestuurd om stages te lopen tussen de Fiatarbeiders in Birmingham en in Polen, waar hij de Fiat 500 monteerde. Vervolgens verkocht hij Fiats in Lille en in het Verre Oosten. Ook liep hij stage bij General Electric, voor hem geregeld door zijn huidige coach Paolo Fresco, vertrekkend Fiatpresident.

Of zijn stages, zijn kosmopolitische opvoeding met verblijven in de VS, Brazilië, Frankrijk, zijn chique opleiding aan de beste scholen voldoende is om de last die op zijn schouders is geladen te dragen, moet blijken. Gianni Agnelli had er in ieder geval vertrouwen in.