Bush en Blair kunnen elkaar nu niet helpen

De met spanning tegemoet geziene top tussen George W. Bush en Tony Blair is gisteren voor beiden op een teleurstelling uitgelopen.

Wereldleiders reizen en praten dag in dag uit. Ook een trimmende president of premier is wel eens aan het einde van zijn latijn. En toch leken de licht geteisterde gezichten van George W. Bush en Tony Blair gisteren een extra verhaal te vertellen.

Hun met spanning tegemoet geziene top was door winterweer van het bosrijke presidentiële buiten teruggedreven naar het Witte Huis, waar iedere dag regionale leiders op spreekuur komen bij de hoofdleider. De persoonlijker ogende achtergrond en sportkleding van eerdere Blair-Bush-ontmoetingen op Camp David en de boerderette in Texas ontbraken. Maar er was meer dat ontbrak.

De lichaamstaal leek afgemat, op de grens van korzelig, alsof de twee beste vrienden van de Westelijke wereld elkaar met enige volharding een tegengesteld verhaal hadden trachten te verkopen. President Bush had één boodschap: weken, geen maanden. En een soort concessie: vooruit dan maar met een tweede resolutie van de Veiligheidsraad op twee voorwaarden: dat militaire actie mag, en: binnen weken, geen maanden.

De Amerikaanse president haalde een kunstje uit met zijn ervaren bezoek: hij zei dat hij dacht dat premier Blair die formulering `weken, geen maanden' met hem deelde. Maar de Britse minister-president gaf geen sjoege. Hij bevestigde noch ontkende, wat beleefd was voor een gast. Intussen bleef Blairs laatst uitgesproken standpunt staan: geen arbitraire tijdslimieten opleggen aan het inspectieproces.

Dat zat Bush misschien het meeste dwars: ondanks alle routineuze uitingen van wederzijdse waardering zal hij gemerkt hebben dat zijn compagnon uit London deze week bezig was de ruimte tussen Groot-Brittannië en de rest van West-Europa iets kleiner te maken. Terwijl Blair met Spanje's Aznar en zes andere Europese voorlieden een verklaring van steun aan actie tegen Irak publiceerde, gebruikte hij het maandag uitgebrachte inspectierapport om diplomatiek afstand tot de haviken in de VS te scheppen.

Gezien de hardnekkige weerstand in zijn regering, partij en bevolking tegen oorlog tegen Irak zonder VN-mandaat, is het Blairs belang Blix zo veel mogelijk ruimte te geven om het dodelijke bewijs tegen Saddam Hussein te vinden. Blair blijft het eens met Bush dat Saddam een tot terreur geneigde dictator is, die slaag verdient, maar zijn politieke overleven én zijn taxatie van de meest kansrijke omstandigheden voor actie tegen Irak, drijven Blair in dit stadium in een andere richting dan Bush.

Bush heeft niet alleen op te roeien tegen scepsis in het buitenland. In eigen land groeit ook het koor van stemmen die pleiten tegen overhaasten. Ironisch genoeg komen veel adviezen neer op de formulering `niet zonder instemming van de VN' en dat in een land waar de VN slechts in kleine kring op waardering kan rekenen. Naarmate de roep om een tweede resolutie van de Veiligheidsraad toeneemt, spuien de neoconservatieve columnisten meer gal over de volkerenorganisatie.

Na maanden bijna-zwijgen vragen vooraanstaande Democraten nu iets nadrukkelijker om bewijs uit Irak of respect voor de wereldopinie. Peilingen tonen dat het Irak-deel uit Bush' State of the Union-toespraak van dinsdag goed is gevallen, maar de meeste Amerikanen willen nog steeds graag bewijzen en instemming van de VN zien. En zijn beleid om de door oorlogsonzekerheid extra gedrukte economie op te krikken wekte weinig vertrouwen bij het volk.

Terwijl Bush onder druk staat van het Pentagon om vrij snel het startsein te geven, zijn er ook gerespecteerde generaals zoals Norman Schwarzkopf (eerste Golfoorlog) en Wesley Clark (Kosovo) die de afgelopen week serieuze twijfel uitten over de vraag of de totale nadruk op het Iraakse gevaar, met bijna verwaarlozing van superrisico's als Al-Qaeda en Noord-Korea, verantwoord is.

Blair landde vanmorgen op Heathrow zonder nieuwe bewijzen van zijn roemruchte invloed op Bush. Maar de week eindigde ook voor Bush iets minder stralend dan hij hem was ingegaan. Maandag beloofden zijn spin-docters een victorieuze toespraak en de Amerikaanse pers geloofde er in. Vandaag beperkte de president zich in zijn wekelijkse radiopraatje tot zijn weinig serieus genomen State of the Union-pleidooi voor actie tegen de aidscrisis in Afrika. Met die andere crisis lukt het even niet.

    • Hans Steketee
    • Marc Chavannes