Bij sloop gaat maar weinig verloren

In Nederland bestaat een zeer ingenieus en milieuvriendelijk systeem om autowrakken te slopen. Vrijwel alle materialen worden hergebruikt.

Hoe groot het personenautopark in Nederland ook is, er worden nog steeds personenauto's bijgekocht. Per jaar zo'n 500.000 stuks, ongeveer acht procent van wat er al rondrijdt. Gelukkig is er ook `uitval', zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek dat noemt. Er gaan auto's tweedehands naar het buitenland, naar de tweede en de derde wereld, en er gaan auto's naar de sloop. De jaarlijkse uitval is ongeveer 400.000 personenauto's. Daarvan komen er circa 320.000 als wrak terecht bij een sloopbedrijf.

Die laatste cijfers komen van de ARN, wat staat voor Auto Recycling Nederland, een stichting die in 1993 op instigatie van de RAI, de Bovag en andere brancheorganisaties werd opgericht. De ARN (www.arn.nl) staat aan het hoofd van de geoliede machine die in Nederland de verwerking van autowrakken in goede banen houdt, inclusief certificatie en inspectie door een buitendienst. In harmonie met de overheid heeft zij een systeem van wrakkenverwerking opgezet dat uiteindelijk model heeft gestaan voor de Europese richtlijn die Nederland nu in eigen wetgeving heeft moeten opnemen. Sinds een half jaar is de milieuvriendelijke verwerking van autowrakken geregeld in het `Besluit beheer autowrakken'.

Wie zich realiseert dat 320.000 autowrakken, twee hoog opgestapeld (hoger mag niet), samen een oppervlak van meer dan een vierkante kilometer bedekken, ziet in dat er iets aan de wrakkenstroom gebeuren moest. Wie nog herinneringen bewaart aan de bouvier-achtige omgeving waarin vroeger het slopen plaats vond, had dat sowieso begrepen. Niet het ruimtebeslag trouwens, of de grimmige hier-waak-ik sfeer, maar de vervuiling van grond- en oppervlaktewater en de verspilling van grondstoffen waren de voornaamste argumenten om het slopen van auto's te saneren.

Wie nu een nieuwe auto koopt, bijvoorbeeld omdat de oude oudmodisch is geworden of geen airconditioning bezit, betaalt een flinke verwijderingsbijdrage als premie voor het recht om de auto later als wrak gratis bij een demontagebedrijf af te leveren. De ARN incasseert de gelden en distribueert ze over de demontage- en recyclings-keten om de minst lonende schakels daarin toch aantrekkelijk te maken.

De ongeveer 265 demontagebedrijven die bij de ARN zijn aangesloten (ongeveer 95 procent van het totaal) verwerken autowrakken zonder dat de bodem gevaar loopt en zonder dat onnodige verspilling optreedt. Het klinkt als een reclametekst maar schijnt echt waar te zijn. En als het nog niet helemaal waar is, komt dat voor rekening van een schortende handhaving. De handhaving van de wet kan in een half jaar natuurlijk nog niet helemaal op orde zijn.

Het eerste, en belangrijkste, dat een personenautodemontagebedrijf doet als een auto als wrak het terrein op is gereden, is de auto vloeistofvrij maken. Zag men vroeger wel sloperijen waar motoroliën en koelvloeistoffen gul de sloot in stroomden, tegenwoordig is dat uitgesloten. Op een overkapt gedeelte van het bedrijf, boven een dichte vloer, worden de wrakken ontdaan van brandstof, motorolie, remolie, koelvloeistof en ruitensproeivloeistof. Benzine, diesel en motorolie zijn na reiniging geschikt voor het oorspronkelijke doel. Ook remolie blijft remolie.

Helemaal vloeistofvrij wordt de auto niet, zegt een woordvoerder van ARN, het is misschien beter de auto vloeistofarm te noemen, maar in ieder geval mag hij na het aftappen gewoon verderop op het terrein in de openlucht neergezet worden. De branche hoopt te komen tot een uniform systeem van vloeistofverwijdering waarvoor tezijnertijd een KIWA-keur kan worden uitgereikt. Nu gelden per provincie andere eisen.

Wat er verder met het wrak gebeurt hangt af van de auto en het bedrijf. Is de auto niet al te oud (het gemiddelde aangeboden wrak is veertien jaar oud, maar een paar procent is niet ouder dan acht jaar) dan kan het opzij worden gezet voor de verkoop van onderdelen. Dit soort recycling noemt het milieuministerie product-hergebuik, het is het mooiste hergebruik dat er is. Sommige verwerkingsbedrijven laten het doe-het-zelvers zelf doen.

De bulk van de wrakken wordt door het demontagebedrijf gestript voor de materiaalrecycling. ARN heeft een recycling-structuur opgezet voor een twintigtal materiaalstromen. Afgezien van de genoemde vloeistoffen bestaan die uit banden, rubber strips, glas, accu's, bumpers, grilles, wieldoppen, veiligheidsgordels, knipper- en achterlichten, kokoshaar en PUR-schuim. De zogenoemde `ARN-materialen' worden verzameld in speciale containers die namens ARN op het terrein worden gezet. De volle containers gaan naar speciale verwerkingsbedrijven.

De accu's worden in hun geheel afgevoerd en pas later gedemonteerd. Het lood wordt omgesmolten, van het plastic worden nieuwe accubakken gemaakt en het geneutraliseerde zuur schijnt interessant te zijn voor elektrolyse-bedrijven. Bumpers, grilles, wieldoppen en knipperlichten, stuk voor stuk van plastic, worden op plasticsoort (polypropeen, polycarbonaat en dergelijke) gesorteerd en herverwerkt. Hetzelfde geldt voor het PUR-schuim uit de stoelen. Plastic van niet te duiden herkomst gaat naar de thermische recycling, dat is newspeak van de overheid voor het soort vuilverbranding waarbij ook elektriciteit wordt opgewekt.

Als de ARN-materialen zijn verwijderd kunnen de autokarkassen door naar de shreddder. Er is een tiental gecertificeerde shredderbedrijven, aangesloten bij de Metaal Recycling Federatie (www.mrf.nl), dat in staat is de auto milieuvriendelijk te verkleinen. Zware magneten trekken de ferro-metalen (voornamelijk staal) uit de pulp, met behulp van `eddy currents' (zwerfstromen) worden ook metalen als aluminium, koper, tin en magnesium herkend en uit de afvalstroom gehaald. Het zijn natuurlijk de shredderbedrijven en hun afnemers (zoals het staalbedrijf Corus) waaraan het indrukwekkende recyclingpercentage te danken is dat inmiddels is bereikt: 86 procent. Geen land in Europa kan daar aan tippen.

    • Karel Knip