Belegger VS heeft minste pijn

Effectenbeurzen hebben wereldwijd last van de vrees voor oorlog. In het land dat voorop gaat in de strijd zijn de koersdalingen vreemd genoeg het geringst.

Beleggers houden hun hart vast voor het oorlogsgeweld dat in het Midden-Oosten lijkt te gaan losbarsten. Wereldwijd dalen de aandelenkoersen. Maar afhankelijk van de geografische ligging vallen op de ene beurs veel hardere klappen dan op de andere.

In Amerika is de schade op de beurs te overzien. Juist het land dat, afgezien van Irak, een centrale rol zal spelen in het op handen zijnde conflict heeft het minst te lijden van de oorlogsdreiging. Nederland, dat nog geen beslissing heeft genomen over zijn mogelijke rol, behoort juist tot de grootste slachtoffers. De Amsterdamse beurs heeft ten opzichte van zijn hoogste stand in 2000 al meer dan de helft ingeleverd. De AEX-index staat nu op zo'n 287 punten en dat staat gelijk aan 42 procent van de top (701 punten). De Britse index FTSE 100 noteert nu op 53 procent van zijn recordstand, terwijl de Amerikaanse Dow-Jonesindex zich op tweederde van de top bevindt: ruim 8.000 punten versus een recordstand van 11.723 punten van januari 2000. Deels ligt de verklaring in de dalende dollar, waardoor Amerikaanse aandelen voor buitenlanders goedkoper worden. Maar gezien de grootte van de verschillen kan dat niet de enige verklaring zijn.

,,Het is inderdaad een beetje vreemd'', zegt financieel analist Bert Burger van Effectenbank Stroeve. ,,De meest logische verklaring is toch de hogere economische groei in de Verenigde Staten. In Europa is de trend echt zwakker en kan je zeggen dat we in economische ontwikkeling wel een half jaar achterlopen op Amerika.''

Op grond van deze argumentatie moet het ergste gevreesd worden, zo lijkt het. Deze week bleek de Amerikaanse economie slechts met 0,7 procent te zijn gegroeid, tegen een groei van 4 procent in het derde kwartaal.

,,Het groeicijfer was inderdaad fors lager, maar daar staat tegenover dat de onderliggende factoren veelal positief waren. De bedrijfsinvesteringen laten voor het eerst weer een stijging zien. Dat is lange tijd een zwak punt geweest, wat niet geldt voor de particuliere consumptie: die is altijd sterk gebleven in Amerika'', aldus Burger.

Analist Ronald Doeswijk van Iris (onderzoeksbureau van Rabobank en Robeco) ziet als bijkomende verklaring voor het verschil tussen Amerika en Europa de slechte gang van zaken in Duitsland, eens de locomotief van Europa. En dat zet Europa op fikse achterstand van Amerika. ,,Ondanks de daling van de dollar brengt een Amerikaanse belegging de afgelopen maanden meer op dan een Europese belegging in euro's.''

De economische groei is in Europa inderdaad lager en hetzelfde geldt voor de groei van de consumptieve bestedingen. Maar dat wil niet zeggen dat de Amerikanen geen problemen hebben. Zo is het grote tekort op de handelsbalans – het gevolg van de relatief grote import in vergelijking met de export – een directe bedreiging voor de waarde van de dollar. ,,Wat betreft de korte termijn kan je zeggen dat dat tekort op de betalingsbalans een teken is van de Amerikaanse kracht. Zij hebben het geld om te importeren, terwijl dat in Europa en Japan veel minder het geval is'', aldus Burger.

Maar het aanhoudende tekort op de handelsbalans is niet zonder risico's, zeker niet nu de dollar in euro's uitgedrukt aan het terugvallen is. ,,Er zijn zoveel factoren te noemen die nu bijdragen aan de goedkope dollar. Het vreemde is alleen dat die factoren een paar jaar geleden ook al aanwezig waren en toen blijkbaar geen effect hadden'', zegt Doeswijk.

Blijft nog de vraag waarom juist de Nederlandse beurs het binnen Europa zoveel minder doet. Alleen al deze maand daalde de AEX ruim 8 procent, terwijl de Duitse en Franse aandelen gemiddeld tussen de 5 en 6 procent daalden.

De relatief open economie van Nederland, de pijnlijke gevolgen van de sterkere euro (waardoor de export duurder wordt) en de grote aanwezigheid in Amerika van veel AEX-fondsen spelen hierbij een rol. Misschien wel de belangrijkste oorzaak is dat de AEX-index voor een derde uit financiële bedrijven bestaat. Bij de Duitse DAX ligt dit percentage op 19, bij de Dow Jones is het slechts 6 procent. Juist de levensverzekeraars zijn de grootste dalers van dit moment, omdat zij niet alleen last hebben van verslechterde economische omstandigheden, maar de malaise ook nog eens in hun beleggingsportefeuille voelen.