`Ze vergeten hier in 't dorp dat ik de paus niet ben'

Hij is de beste veldrijder, maar werd nooit wereldkampioen bij de profs. De Belg Sven Nys (26) is zondag favoriet bij het WK in Monopoli. ,,Als het weer niet lukt, moet ik mijn familie en supporters troosten en niet andersom.''

Het oefenterrein van Sven Nys bevindt zich op de grens van de provincies Brabant en Antwerpen. Hier liggen Baal en Tremelo. De kerkdorpen vormen samen één gemeente. Tremelo was de woonplaats van pater Damiaan, die in de negentiende eeuw melaatsen op Hawaii heeft geholpen. Hij werd in 1995 heilig verklaard door Johannes Paulus II. De handeling geschiedde in het nabijgelegen Leuven, de kerkvorst kon door een valpartij niet met de pausmobiel naar Tremelo komen. Het hele dorp was in rouw gedompeld.

Op een steenworp afstand ligt Baal, geboorteplaats van Nys. De Vlaamse veldrijder is hier nog net niet heilig verklaard. Altijd en overal wordt hij aangesproken door voorbijgangers die in het weekeinde in hun stamkroeg naar de rechtstreekse uitzendingen van het veldrijden hebben gekeken. In Baal organiseren zijn bewonderaars elk jaar, op 1 januari, een officiële wielercross: de Grote Prijs Sven Nys.

,,Het is niet evident 's morgens een brood te halen, want ik ben niet direct terug thuis'', verwoordt de beste veldrijder ter wereld zijn populariteit in Baal en omstreken. ,,Toen ik vorige maand Belgisch kampioen werd, reden ze met vlaggen uit de auto. Als ik hier vertrek met mijn fiets, heb ik in vijf kilometer vijf keer mijn hand moeten omhoog steken. Ik heb een warm gevoel, dat ik hier welkom ben. In een ander dorp heerst een andere mentaliteit, hebben ze een andere spraak. Ik beleefde hier als kind al toffe dingen.''

Aan het tuinhek hangen spandoeken en ballonnen; souvenirs van zijn laatste overwinning in Hoogstraten. In de straat proberen twee bejaarde mannen – samen zijn ze 170 jaar oud – een glimp van de lokale grootheid op te vangen. Nys doet overdag de gordijnen dicht. ,,Zo voorkom ik accidenten. Anders kijken de mensen naar binnen en letten ze niet op het verkeer'', zegt hij in de woonkamer van zijn moderne villa.

,,De meeste mensen in Baal zijn fier op mijn huis'', vervolgt hij bijna verontschuldigend. ,,Zo lang ik mezelf blijf en met die mensen blijf praten zoals ik vroeger gewoon was, gunnen ze me het succes. Een enkeling voelt jaloezie. Die heeft misschien zijn hele leven in een fabriek gewerkt en kan alleen maar dromen van zo'n huis. Toch leef ik niet extreem. Dit is de enige luxe die ik mij kan permitteren. Wielrenners gaan niet vaak op vakantie. Wij moeten in topconditie blijven.''

Achter het huis heeft Nys een zwembad in de tuin. In de entreehal staat een prijzenkast. Veel bekers en kampioenstruien. De twee bejaarde mannen, allebei tandenloos, kijken hun ogen uit. In het kielzog van de interviewer zijn ze naar binnen geslopen. Nys staat hen keurig te woord. De drie dorpsgenoten praten in een onverstaanbaar dialect zonder ondertiteling. Ze keuvelen over gemeenschappelijke kennissen, zo veel is duidelijk. Na een kwartiertje stappen de bejaarden weer op hun originele tandem; twee rijwielen die zijdelings aan elkaar zijn gelast.

In Baal telt de supportersvereniging vijfhonderd leden op een inwonertal van tweeduizend. Bij elke veldrit zijn de wielerfans van Nys te herkennen aan de rood-blauwe clubkleuren. Ze blazen op toeters en wapperen met vlaggen. Ze concurreren op verbale wijze met de fanclubs van de rivalen Bart Wellens, Erwin Vervecken en Mario de Clercq. Vlaanderen leeft in de wintermaanden voor het veldrijden. In Baal heerst een ware crossenmanie. Met dank aan Nys `zonder puntjes'. Zijn echtgenote Isabelle is verre familie – beide overgrootvaders waren broers – haar meisjesnaam Nijs wordt met puntjes geschreven.

,,Mijn vrouw komt uit deze straat'', vertelt de heer des huizes. ,,Als we gezelligheid in beperkte kring willen, gaan we meestal in Leuven iets drinken. Ik heb ook behoefte aan intieme momenten. Hier moet ik iedereen goeiedag zeggen, hoewel ik bijna niemand persoonlijk ken. Als ik voorbij loop, zijn ze teleurgesteld. Ze vergeten hier in 't dorp dat ik de paus niet ben. Ik wil ook wel eens met rust gelaten worden. Verder heb ik niet te mekkeren. Ik heb nog een gerust leven vergeleken met de voetballers in Italië.

,,Ik krijg wel twintig brieven per week van mensen die een foto of een truitje willen. Ik probeer iedereen te antwoorden. Ik heb laatst een oude vrouw met kanker opgezocht. Ze wist dat ze moest gaan. Haar laatste wens was een ontmoeting met mij. Op haar verjaardag ben ik met mijn vrouw naar haar toe gegaan. Die dag was de mooiste in haar leven, vertelde ze ons. Ongelooflijk! Later zal ik me realiseren wat er allemaal in het dorp rond mijn persoon is gebeurd.''

De massale aandacht voor zijn prestaties hebben ook een keerzijde. Zo had hij in 2000 na het WK in Sint-Michielsgestel heel wat uit te leggen aan zijn supporters, die met duizenden de grens waren overgetrokken. Hij weigerde achter de gedemarreerde Nederlander Richard Groenendaal aan te rijden en fietste in het kielzog van zijn landgenoot De Clercq naar de derde plaats. Nys en Groenendaal zijn ploeggenoten bij Rabobank; het sponsorbelang woog kennelijk zwaarder dan het landsbelang. Naast de juichende Groenendaal stonden Nys en De Clercq aan weerszijde huilend op het erepodium.

,,Mijn supporters waren ontgoocheld, ze hadden hun vedette graag zien winnen'', blikt de vermeende boosdoener terug. ,,Ik stond recht in mijn schoenen en heb geen fouten gemaakt. Ik moest wenen, omdat ik geen wereldkampioen was geworden én omdat de mensen zo tekeer gingen. Sommige mensen wilden mijn huis afbreken of oranje schilderen. Ik kreeg ook dreigbrieven in de bus. Heel België stond op zijn kop. Ze praatten over niks anders. Maar het gekke is: sinds dat WK is mijn populariteit begonnen. Ze zijn de haatgevoelens kwijt, maar weten nog wel wie Sven Nys is.''

Op het WK in het Zuid-Italiaanse Monopoli, waar uit geldgebrek slechts een paar honderd Belgische fans worden verwacht, zijn de rollen zondag omgekeerd. Modderspecialist Groenendaal, die niet in grote vorm verkeert en zichzelf weinig kansen toedicht op het snelle parcours, rijdt waarschijnlijk in dienst van Nys, die zo vurig verlangt naar zijn eerste regenboogtrui bij de beroepsrenners. Al was het maar om zijn achterban gerust te stellen.

,,De wereldtitel is nog net geen obsessie'', erkent de Belgische favoriet. ,,Als het lukt, is heel mijn carrière geslaagd. Als het weer niet lukt, zullen mijn familie en mijn fanclub zeker en vast ontgoocheld zijn. Ik ben de eerste om mijn verlies te relativeren. Dan ben ik dus degene die hen moet steunen. Ik krijg mijn klop later, als ik effekes alleen lig op mijn kamer.''

    • Jaap Bloembergen