Wilde knuffelvogels

Het was niet gemakkelijk, deze keer. `Dichters schrijven een dierenfabel, lezers doen een quiz' luidde de slagzin waarmee Gedichtendag 2003 drie maanden geleden in dit supplement werd aangekondigd. Hoewel de dichters zich van hun taak kweten – de resultaten zijn op deze pagina's te zien en in Diergaarde Blijdorp te lezen – hadden ze duidelijk moeite om hun diergedichten de actuele lading te geven waar de politiek turbulente tijden om vroegen; een nieuwe Reinaert de Vos is niet geboren. En hoewel duizenden lezers de website met de Diergedichtenquiz bezochten, waren er maar 131 die per e-mail of per post de vijftien vragen beantwoordden. Slechts één iemand had alle vragen goed; zestien anderen hadden veertien juiste antwoorden.

De meeste fouten werden gemaakt in vraag 10, waar werd geïnformeeerd naar de identiteit van de `wilde dieren' uit een kennelijk obscuur vers van Jacob Cats; het ging om zwanen – een strikvraag, want wie beschouwt de KLM-knuffelvogels nog als wild? Nog moeilijker maakten de samenstellers van de quiz het door bij vraag 9 (`Uit welke plaatsen komen de volgende dieren van Kees Stip?') een verkeerde plaatsnaam in het verder goede antwoord te noemen. Het nat konijn `temidden van een school tonijn' zwom, zoals velen ons terecht inwreven, niet bij Scheveningen maar bij Noordwijk. Gelukkig waren de andere drie antwoorden helemaal fout, zodat verwarring niet kon ontstaan.

De winnaars van de Diergedichtenquiz zijn de echtelieden Van de Peppel-Verduijn; zij stuurden elk apart een antwoordformulier in, met verschillende antwoorden bij de Jacob Cats-vraag. Het betekent dat de hoofdprijs, een originele tekening van Dorine de Vos, officieel terechtkomt bij Nicoline van de Peppel-Verduijn in Rhenen. De overige prijzen, waaronder een uitgave van Van den vos Reynaerde en een jaarabonnement op de Poëzieclub, zijn verloot onder de inzenders die veertien vragen goed hadden. Gefeliciteerd W. Bax (Amersfoort), L. de Boer (Haarlem), L.P.J. van de Peppel (Rhenen), Nynke Spijksma (Amersfoort) en Hans Vis (Haarlem).

De juiste antwoorden op de quiz waren: 1b (`Bezint eer ge begint' is de moraal van Annie Schmidts `Spin Sebastiaan'); 2c (Esopus komt voor in het Schoolmeester-gedicht over honden en benen); 3b (Jacob Cats schreef `Al heeft de sim een gulden rok'); 4b (in Van den vos Reynaerde wordt Bruuns snuit geplet, Tibeert in een strik gelokt, Isengrijn ontveld en Cuwaert doodgebeten); 5b (Komrij schreef nooit over de basilisk); 6a (`pirix, pirix' is Hans Warrens benadering van lijstergezang); 7c (Mevrouw Despina is geen dier, zij het wel het alter ego van Marjoleine de Vos); 8a (de Esopet-fabel gaat over een wouw, duiven en een havik); 9c (Stips pterodactylus kwam uit Chaam, de rotgans uit Heerhugowaard, de zeemol uit Grol en het konijn dus uit Noordwijk); 10c (Cats schreef over de zwanen); 11d (`Toen onze mop een mopje was' van J.A.A. Gouverneur heeft een duidelijke moraal); 12d (in de Vroman-fabel is de arts een kikker en de patiënt een padje); 13b (Gerrit Achterberg schreef `De dichter is een koe'); 14a (Rudi Carrells `Muis in een molen' haalde nooit de Top 40); en 15b (de Schoolmeester liet zijn regel `Komt ooit een ware leeuw rechtstreeks op u aan' volgen door `dan is 't beste om maar regelrecht uit de weg te gaan').

Namens de samenstellers van de Diergedichtenquiz,

    • Pieter Steinz