Weer eventjes normaal

Genormaliseerd of niet, dat is de kwestie. Ogenschijnlijk ligt Nederland er sinds de verkiezingen van vorige week weer heel gewoon bij. Het CDA met dik veertig zetels, de PvdA met ruim veertig zetels en de VVD met een kleine dertig zetels. De verhouding tussen de drie grote hoofdstromingen van de Nederlandse politiek is hierdoor nagenoeg identiek aan die van begin jaren tachtig. En net als toen zijn CDA en PvdA weer noodgedwongen met elkaar in gesprek over het vormen van een kabinet omdat andere combinaties praktisch niet mogelijk zijn. Wat overigens iets anders is dan onmogelijk.

Weinig lijkt er nog over van de `revolutie' van acht maanden geleden. Van de LPF, toen met 26 zetels in één klap de tweede partij van het land, resteert nog minder dan een derde. Nergens is nog iets van het elan van Pim te bespeuren. Het gaat in Den Haag weer gewoon over het structurele tekort versus het conjuncturele tekort in 2007 afgezet tegen de jongste voorspellingen van het Centraal Planbureau.

Viel het dus toch wel een beetje mee met de opstand der burgers? Was Pim Fortuyn inderdaad niet meer dan een hype? Het zijn riskante beweringen. Want hoewel de kiezers tot rust zijn gekomen, geldt het tegendeel voor de intellectuele nageboorte van het fenomeen Fortuyn. Die begint zich nu pas echt te roeren. Boodschap: de revolutie is nog niet voorbij.

Hans Maarten van den Brink schreef vlak voor kerst in deze krant een essay over het bewogen jaar 2002. Zijn conclusie luidde dat Nederland te maken had gehad met een uitgelopen carnavalsfeest. Per kerende post kwam hem dit te staan op een reprimande van de Rotterdamse hoogleraar Henri Beunders die Van den Brink in eveneens deze krant uitmaakte voor ,,intellectuele angsthaas'', ,,bekeerde rebel'' en ,,aartsconservatief''. Daarmee had het discours in Nederland weer zijn vertrouwde klankkleur aangenomen waarin de deelnemers en hun (vermeende) intenties aanzienlijk belangrijker zijn dan de zaak zelf.

Het fenomeen Fortuyn is teruggebracht tot de klassieke Nederlandse goed versus fout tegenstelling. Wie niet voor is, is tegen. Men zit in het goede of het foute kamp. De allesoverheersende vraag is daarbij: wie zit waar? Over de zaak zelf gaat het nauwelijks meer. Dezelfde Henri Beunders wist twee weken geleden in een doldriest stuk in de Volkskrant de verkiezingen die toen aanstaande waren te reduceren tot een strijd tussen de Rotterdamse werkers en de Amsterdamse grachtengordel. Een typisch geval van een persoonlijke afrekening in het intellectuele milieu.

Ondertussen valt er door deze verenging nauwelijks nog een zinnige en zindelijke discussie te voeren over het Pim Fortuyn-effect. Want er is, ondanks de verkiezingsuitslag van vorige week, nog genoeg om over na te denken. Hype of niet, de vraag blijft interessant waarom 1,6 miljoen mensen zich vorig jaar mei zo gemakkelijk van de traditionele politiek afwendden. Was spraakmakend Nederland, gedreven door ,,de linkse leer'' (HP/De Tijd hoofdredacteur Henk Steenhuis) inderdaad blind voor het alom sluimerend ongenoegen onder de `gewone' mensen?

Eerder leek het probleem van de voorbije, paarse, jaren nu juist dat er nauwelijks meer een linkse leer bestond. Evenmin als een rechtse trouwens en dat was net zo problematisch. De voormalige antipoden PvdA en VVD troffen elkaar in de anti CDA-coalitie, waar de haalbaarheid van het bestuurlijke compromis de heersende en ondoordringbare leer was. Fortuyn heeft met succes tegen dàt bestuurlijke bastion gefulmineerd. Niet voor niets waren PvdA en VVD dan ook beide de grote verliezers van de verkiezingen van vorig jaar.

Fortuyn heeft op een onnavolgbare wijze de inertie van de paarse politiek en de onaantastbaarheid van de vanzelfsprekendheden aan de orde gesteld. Getuige de verkiezingsuitslag van vorig jaar waren velen het met hem eens. Maar er blijft een verschil tussen aanklagen en oplossen. Ten aanzien van de oplossingen zijn de erfgenamen van Fortuyn op een dramatische manier door de mand gevallen. Dat heeft niet alleen te maken met de karakterstructuur van de door Fortuyn zelf uitgezochte volgelingen die in de Tweede Kamer plaatsnamen. Ook Fortuyn zelf zou in het landsbestuur zijn geconfronteerd met de beruchte weerbarstigheid van de materie. Het regeerakkoord dat CDA, LPF en VVD afgelopen zomer sloten was bijvoorbeeld een klassiek centrum-rechts regeerakkoord. De vraag is of de persoon Fortuyn daar veel verandering in had kunnen aanbrengen. In feite was de revolutie reeds bij het aantreden van het kabinet-Balkenende beëindigd. Niet omdat de missie was volbracht, maar omdat deze op Nederlandse wijze geïncorpereerd was in een coalitiekabinet waar de LPF als één van de drie partners deel van uitmaakte.

Dat dit zo gemakkelijk ging zegt veel over het gehalte van de `revolutie'. Achter de opstand der burgers ging niet veel meer schuil dan de wens om gehoord te worden. Daarvoor was een buitenstaander in de persoon van de extravagante Fortuyn nodig. Minister-president Kok gaf vorig jaar een juiste typering toen hij Fortuyn omschreef als een wake-up call voor de oude politiek. De paarse regeringspartijen waren in exact dezelfde bestuurskramp terechtgekomen als het CDA acht jaar daarvoor. Burgers die lieten weten het ergens niet mee eens te zijn, werden beschouwd als niet goed geïnformeerden. Vervolgens ging men nog eens een keer uitleggen in plaats van luisteren.

Aangespoord door Pim Fortuyn zijn de kiezers tegen die mentaliteit in opstand gekomen. Maar hun boosheid is beperkt gebleven tot een brave opstand via het stembiljet. Een eenmalige bovendien, zoals bij de verkiezingen van vorige week is gebleken. Wil dit zeggen dat Nederland weer is genormaliseerd? Voor eventjes wel, ofschoon het woord normaal steeds moelijker van toepassing is op de politiek. Want de ontzuilde en geïndividualiseerde kiezer staat steeds meer open voor invloeden van buitenaf. Kiezerstrouw is al veel langer dan vorig jaar een anachronimse.

De revolutie was in werkelijkheid een reorganisatie van de politiek. Er zijn daarbij de nodige gedwongen ontslagen gevallen. Degenen die mochten blijven zitten veelal op een andere plek, met de opdracht een andere werkhouding aan te nemen. Het is allemaal niet zo spannend als een revolutie, maar misschien daarom wel zo effectief.

    • Mark Kranenburg