`We weten niet wat we aan Duitsland hebben'

Nu Duitsland economisch zwak staat, heeft Nederland in Europa geen rugdekking meer. Nederland moet beter opereren. ,,We kunnen ons geen rare uitschieters meer permitteren.''

,,Een voortrekkersrol in Europa zit er voor Duitsland niet in. Economisch is het vastgelopen. Op buitenlands terrein en op defensiegebied nemen Frankrijk en Engeland nu het voortouw. Nederland zal minder dan ooit rugdekking krijgen van Berlijn. Wil Den Haag in het grotere Europa zijn partij blijven meeblazen, dan moet het doordachter optreden. We moeten zichtbaarder worden. Anders ziet niemand ons staan.''

Dit zegt de historicus Maarten Brands (69). Hij is oud-hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en voormalig wetenschappelijk directeur van het Duitsland-Instituut aan de Herengracht. Momenteel is Brands fellow bij het Wissenschaftskolleg in Berlijn.

Vanavond is hij even terug in Amsterdam om deel te nemen aan een Europa-avond, georganiseerd door het Duitsland-instituut en Felix Meritis. Is Duitsland nog de motor van het democratische Europa? Brands plaatst daar vraagtekens bij.

,,Na de val van de Muur had Den Haag hoge verwachtingen van Duitsland als initiator van de Europese integratie'', zegt Brands, ,,Dat is voorbij.'' We zitten op zijn werkkamer in een statige Berlijnse villa. Ook Brands was optimistisch. Onder zijn leiding publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1995 een rapport over het buitenlands beleid. Als gevolg van de eenwording zou Duitsland in Europa een dominantere rol spelen. Om de vaderlandse daadkracht te vergroten diende Den Haag samen met Parijs en Berlijn in de EU een kopgroep te vormen.

,,De Duitsers hebben geen olie, maar zand in de Europese motor gegooid'', meent Brands nu. Berlijn manifesteert zich vooral met slechte economische resultaten. Wat groei betreft bungelt Duitsland in de EU achteraan. Deze maand begonnen de EU-ministers van Financiën zelfs een strafexpeditie tegen Berlijn, omdat het toegestane begrotingstekort royaal wordt overschreden.

,,Een land dat een schrobbering van Brussel krijgt, beschikt in Europa niet meer over vrijheid van handelen'', zegt Brands. Hem frappeert hoe introvert de discussies in Duitsland zijn. Dat is ,,zorgelijk'', omdat het land zo'n belangrijke rol in de wereld zou kunnen spelen. Sinds de rood-groene regering van bondskanselier Gerhard Schröder aan de macht kwam, is Duitsland nauwelijks bereid Europa vlot te trekken. Brands: ,,Schröders voorganger, de christen-democraat Helmut Kohl, nam regelmatig de rekening van tafel als er weer eens een probleem was in de EU en zei: die betalen wij wel.''

Door de stagnerende economie heeft Duitsland geen financiële ruimte om op het Europese vlak iets voor elkaar te krijgen. Festgefahren is het woord dat Brands in Duitsland dagelijks hoort. Er wordt eindeloos gedebatteerd over de noodzaak van structurele sociale en economische hervormingen. Maar het blijft bij praten.

Het oordeel van Brands over de Duitse rol als democratische motor van het toekomstige Europa is nauwelijks milder. Nederland en Duitsland, zegt hij, wilden één ding niet: een president van de Europese Unie, een vaste voorzitter van de Raad van regeringsleiders. Daarmee wordt de macht van de nationale staten versterkt, terwijl Den Haag en Berlijn juist zetten op versterking van de Europese instellingen zoals de Commissie. Den Haag viste achter het net. Deze maand sloot Berlijn met Parijs een compromis om zelfs twee presidenten te benoemen. Een van de Unie en een van de Europese Commissie.

,,Een wangedrocht'', zegt Brands. ,,Die twee komen als kemphanen tegenover elkaar te staan.'' De bevoegdheden van de Europese president zijn volkomen onduidelijk. En met twee presidenten wordt de besluitvorming nog ondoorzichtiger. ,,Het ontbreken van democratie blijft de grootste kwaal van de EU.''

Brands noemt het een novum dat Duitsland zich nadrukkelijk van de VS heeft gedistantieerd. Schröder heeft zijn afwijzing van een interventie in Irak zo stellig verwoord, dat hij inmiddels geen kant op kan. Parijs is niet zo star. Natuurlijk zijn Berlijn en Parijs het niet met elkaar eens over een interventie. Maar anders dan de ondiplomatiek opererende Schröder laat de tacticus Chirac zich zijn manoeuvreerruimte niet uit handen slaan. Bij de Frans-Duitse liaison die vorige week groots werd gevierd, heeft de Nederlandse historicus dan ook zijn bedenkingen. ,,Allemaal schijn'', zegt hij stellig. Zodra de Amerikanen op het laatste moment de druk opvoeren, zullen de Fransen meedoen, terwijl Duitsland dan alleen staat.

Berlijn heeft zich vastgezet, het is niet meer betrouwbaar. ,,We weten niet meer wat we aan Duitsland hebben op het moment dat het spannend wordt in de wereld'', meent Brands. Het verzwakte Duitsland maakt ook Den Haag zwakker. Nederland is nog meer op zichzelf teruggeworpen. Naarmate de EU groeit, slinkt de status van Nederland. Op een `coalitie van de kleintjes' (Benelux) hoeft Den Haag niet in te zetten. Dat is ,,collectieve hulpeloosheid'', zegt Brands. Volgens Brands moet Nederland vooral bij de grote landen harder voor zijn belangen vechten. ,,We moeten ons goed coifferen om een aantrekkelijke partner te zijn voor Frankrijk, Duitsland, Engeland. Maar ook voor de Oost-Europese landen'', zegt Brands. Daarom is zijn boodschap aan de nieuwe minister-president: schaf als eerste de staatssecretaris voor Europese Zaken af. Europa is te belangrijk en moet op ministersniveau worden behandeld. ,,Reken maar dat met de nieuwkomers uit Oost-Europa het Europese spel zal verharden.''

Verder moet Nederland ruimhartiger zijn, vindt Brands. Het optreden van oud-minister Zalm (Financiën), die bij alles als eerste vroeg `Wat kost het?' heeft regelmatig bijgedragen tot klimaatbederf in de EU. Het heeft geleid tot onnodig wantrouwen van de Oost-Europese landen tegenover ons, terwijl we elkaar in de toekomst nodig hebben, meent de historicus. Nederland zal consequent zijn beste mensen naar Europa moeten sturen.

En rare uitschieters kan Den Haag zich niet meer permitteren. Brands doelt op het geval-Irak, toen een overijverige Jaap de Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) zich als eerste meldde om de Amerikanen te helpen. ,,Geen praatjesmakerij, maar handig diplomatiek trapezewerk, is vereist. We moeten vooral zichtbaar zijn op het Brusselse toneel.''

    • Michèle de Waard