Wanhoop Afrikaanse katoenboeren

Amerikaanse subsidies drukken de wereldprijs van katoen. Afrikaanse landen produceren kwalitatief hoge katoen, maar de boeren kunnen er niet meer van rondkomen. Oxfam pleit voor het afschaffen van de staatssteun.

De vakbondsleider van de katoenboeren in Burkina Faso is een imponerend man. François Traoré heeft een korte grijze baard en een stem die kan bulderen. Als een koning zit hij in zijn sobere kantoor. François Traoré is ook een belangrijk man. Katoen is alles in Burkina Faso. De arbeid van tweehonderdduizend boeren en hun familie is goed voor driekwart van 's lands inkomsten uit export. Dankzij katoen kunnen mannen aan het werk, kinderen naar school, vrouwen naar de dokter. Maar de prijs voor katoen heeft een dieptepunt bereikt. Na jaren van moeizame privatisering onder druk van de Wereldbank heeft Burkina Faso, een van de armste landen ter wereld,zijn inkomsten zien dalen. Dat, terwijl de productie sinds 1994 verdubbeld is. ,,De prijs is zo laag dat iedereen eronder lijdt'', zegt Traoré. ,,Onze boeren zijn de wanhoop nabij.''

West-Afrikaanse katoen is van hoge kwaliteit. Het wordt handmatig geplant en geplukt. Bovendien kost het weinig om te verbouwen. De meeste boeren hebben genoeg aan regenwater, een ploeg en een of twee ossen. Hoe concurrerend hun product ook is, tegen westerse landbouwsubsidies is de sector niet opgewassen, zegt François Traoré. Vorig jaar ontvingen Amerikaanse katoenboeren bijna vier miljard dollar aan subsidies, een bedrag dat dit jaar zelfs verhoogd wordt. Die steun zet de marktprijs nog verder onder druk. Traoré vindt het onbegrijpelijk. ,,Westerse landen zetten allerlei programma's op om de armoede te bestrijden. Maar het is niet met liefdadigheid dat onze kinderen naar school kunnen, het is door ons zweet. De beste manier om armoede te bestrijden is te garanderen dat Afrikanen hun beroep kunnen uitoefenen en daar eerlijk voor betaald worden.''

Het is niet uniek dat de Verenigde Staten met subsidies de eigen katoenindustrie beschermen tegen dalende wereldmarktprijzen. De Europese Unie doet dat ook, met bedragen die per ton nog hoger liggen. Daarentegen zijn de Verenigde Staten de grootste katoenexporteur ter wereld. De Amerikaanse productie heeft een enorme invloed op de prijs. En die wordt steeds verder gedrukt omdat een klein aantal boeren – ongeveer 25.000 – aangemoedigd wordt steeds meer katoen te produceren. Omgerekend komt bijna de helft van het inkomen van de Amerikaanse katoenboeren, een machtige lobbygroep in Washington, uit de staatskas. Daarvan kopen ze hightech tractors met boordcomputers om relatief dure katoen te produceren. Tegelijkertijd verdient de West-Afrikaanse katoenindustrie, met zo'n elf miljoen boeren de derde exporteur ter wereld, dit jaar liefst tien procent minder dan vorig jaar.

De Britse non-gouvernementele organisatie Oxfam beschuldigt Amerika ervan de markt te verpesten. ,,De Amerikaanse subsidies brengen gigantisch veel schade toe'', zegt Kevin Watkins, die over de kwestie een rapport schreef voor Oxfam. ,,Ze hebben niets met vraag en aanbod te maken. Amerikaanse boeren krijgen een vaste prijs die boven de wereldmarktprijs ligt. De nieuwe Farm Bill verergert het probleem: die komt er kort gezegd op neer dat de subsidies toenemen naarmate de wereldprijs daalt.''

Oxfam staat niet alleen. Volgens het International Cotton Advisory Council zou het opheffen van de subsidies leiden tot een prijsstijging van 26 procent op de wereldmarkt. Brazilië, ook een belangrijke katoenproducent, heeft onlangs een klacht ingediend bij de Wereldhandelsorganisatie WTO. Brazilië eist compensatie omdat het door de Amerikaanse subidies miljoenen dollars aan buitenlandse valuta zou hebben misgelopen. Landen als Burkina Faso, Mali, Kameroen en Benin willen zich graag bij Brazilië aansluiten, maar zijn bang dat de Verenigde Staten zullen dreigen de ontwikkelingshulp terug te schroeven. ,,Juridisch gezien hebben de VS geen been om op te staan,'' zegt Watkins. ,,maar Amerika oefent een gigantische druk uit op Afrikaanse regeringen. Zij ontvangen niet alleen hulp, ze proberen op dit moment ook meer toegang te krijgen tot de Amerikaanse markt. Dat maakt het des te moeilijker om in actie te komen.''

Vanuit Burkina Faso is François Traoré al twee jaar bezig om zijn Afrikaanse collega's te mobiliseren. Of hij daarin zal slagen? Hij weet het niet. Hij slaat met zijn vuist op tafel. ,,Wat ik wel weet is het volgende: als de wereldmarkt volgens de regels functioneerde, zou onze katoen de concurrentie in de schaduw stellen. Maar als we zelfs met ons werk de armoede hier niet kunnen bestrijden, vraag ik mij af op welk godgegeven wonder we dan moeten wachten.''

De Afrikaanse katoenindustrie zit gevangen tussen Frankrijk, de Wereldbank en de Verenigde Staten, zegt katoenhandelaar Armand Ezerzer in Parijs. Terwijl de Amerikanen hun katoen in het wilde weg subsidiëren, ziet Frankrijk, dat de hele West-Afrikaanse katoenindustrie in de jaren vijftig naar een en hetzelfde model heeft opgezet, met lede ogen aan hoe de Wereldbank op privatisering hamert. Er is nog een probleem: het internationale beurssysteem is ,,hartstikke bedorven''. Ezerzer: ,,De koersen van New York zijn gebaseerd op de binnenlandse markt. De markt is volledig in Amerikaanse handen.'' In tegenstelling tot Oxfam gelooft Ezerzer niet dat het schrappen van Amerikaanse landbouwsubsidies de beste oplossing is. ,,Of we het willen of niet, we leven in een kapitalistische wereld. Je moet pragmatisch blijven. Ik zou denken aan de oprichting van een internationale termijnmarkt voor katoen. Het bestaan van zo'n markt kan automatisch de koersdalingen temperen.''

    • Pauline Bax