Troost voor mijn leeuw

Het personage zelf is onuitstaanbaar neurotisch en de actrice die haar verbeeldt huiveringwekkend mager; niettemin ben ik in de herkansing opeens verslaafd geraakt aan Ally McBeal, de televisieserie over een in zaken van het hart gespecialiseerd advocatenkantoor in Boston – die in Amerika inmiddels is stopgezet, maar in Nederland nog steeds te zien is. Op zichzelf is dat niet vreemd. Ik ben al sinds jaar en dag een sucker voor sitcoms: Roseanne, Seinfeld, Grace under Fire, The Nanny, Frasier, Cheers, Spin City, noem maar op, maakt niet uit. Niet alleen omdat het – in de genoemde gevallen – briljant geschreven en gespeelde comedies zijn en ik één minuut dialoog daaruit meestal meer om te lachen vind dan honderd uur Nederlands cabaret, maar gewoon en vooral omdat ik de mensen ken en het er altijd gezellig is.

It's home.

Het is 's middags uit school komen en dat er iemand klaarzit met de thee. Het is 's avonds je straat inrijden en de verlichte ramen van je huis zien. Het is gebeld worden door iemand die echt wil weten hoe het met je gaat. Het is altijd welkom zijn, op je schouder geslagen worden, gekend zijn, geaccepteerd, opgenomen in een veilige, besloten kring – en dat allemaal zonder het benauwend-possessieve en onderdrukkend-regressieve van echte familie.

Het is sowieso niet echt, nee. Nou en? Dat is troost zelden en toch werkt het wanneer je om troost verlegen zit en dat zit ik altijd en nu helemaal want ik zit midden in een verhuizing. Wat zeg ik? Ik lig in scheiding, heb net mijn beste vriend begraven, ben op mijn werk ontslagen, én zit midden in een verhuizing. Godzijdank is alleen het laatste deel van deze viervoudige mededeling waar, maar toch: leuk is anders en overdrachtelijk gesproken scheelt het weinig. De Leidse hoogleraar in de geneeskunde Hieronymus Gaubius constateerde al in 1763 een verband tussen heimwee en onbeantwoorde liefde. ,,De kracht en de voortgang van de functies verslappen'', schreef hij, ,,alle vermogens van het gestel verzwakken.'' Elders maakte hij nog gewag van ,,herhaaldelijk zuchten en een afgestompte geest'', en de grote Britse dichter Coleridge noemde heimwee `a wasting pang'. De bekende steek in de maag, wanneer je aan de overkant van de straat je uitverkorene met een ander voorbij ziet komen.

Als je maar lang genoeg met veel plezier op een bepaalde plek hebt gewoond – en in mijn geval was dat ruim achttien jaar – dan is de relatie die je met die plek hebt opgebouwd alleszins vergelijkbaar geworden met de band die je hebt met een geliefde, je beste vriend en werk waar je van houdt. Het is misschien wel de enige plek waar je ziel zich beschut genoeg voelt om af en toe even zonder lichaam rond te durven lopen.

Winkeldief

Omdat het lichaam altijd veel te klein is voor de ziel waar hij bij hoort, knelt het altijd als de ziekte, en in de buitenwereld ben je voortdurend bezig om als een winkeldief van alles en nog wat waar je mee rondloopt onder je kleren weg te proppen. En het is ook veel te veel allemaal. Ik onderschrijf volledig de woorden van de Poolse alchemist Michael Sendivogius (1566-1636): ,,Maior autem animae pars extra corpus est.'' Vrij vertaald: ,,Het leeuwendeel van de ziel bevindt zich buiten het lichaam.'' Je kunt ook zeggen dat de ziel een grote leeuw is – en thuis mag die leeuw tenminste een beetje vrij rondlopen. Is ook nog eens leuk voor de poezen.

Hoe meer die leeuw zich thuis voelt, hoe moeilijker het is om hem mee te krijgen wanneer je gaat verhuizen. Als het bijgeleverde lichaam zélf onbewoonbaar is geworden – oorzaak `dood' – is hij nog wel genegen zich te laten overplaatsen naar een ander, maar bij leven en welzijn zal de leeuw zich tot het uiterste tegen een zielsverhuizing verzetten. Hij doet nog net of hij braaf in de verhuiswagen stapt, maar zodra je met al je spullen op het nieuwe adres bent aangekomen is hij in geen velden of wegen meer te bekennen. Of hij komt wel even kijken en neemt dán de benen: terug naar het oude huis, al is het honderden kilometers lopen. Meestal laat hij zich daar insluiten om 's nachts hartverscheurend te gaan brullen tegen de kale muren. Dat gebrul is tot op honderden kilometers verderop nog te horen – maar alleen door jou. Want het is jouw leeuw. Of in dit geval, de mijne.

Wie gaat hem troosten?

Ally McBeal.

Nou, oké, zij niet in haar eentje, nee, want dus te mager en te neurotisch – vooral als de liefde in het spel is en dat is zij voortdurend. Maar wel als een van de sterk uiteenlopende medewerkers van Cage & Fish, het over een unisex-wc beschikkende advocatenkantoor dat geleid wordt door de arrogante rokkenjager Richard en de briljant pleitende maar overgevoelige John. Tot de harde kern van het sterk wisselende personeelsbestand behoren verder: de bitchy Ling, de statueske Nell, de bronstige Elaine en, niet te vergeten, de geest van Billy, de jong overleden ex van Ally. De kamers van het kantoor zijn schemerig verlicht, de sfeer is intiem, en de zaken die er behandeld worden liggen allemaal op het relationele en heel erg persoonlijke vlak. En iedereen is diep in zijn hart eenzaam en op zoek en barst van de hunkering.

So far so good.

Maar wat Ally McBeal als televisieserie zo bijzonder maakt – en ook zo leeuwvriendelijk – is de vitale rol van de muziek. Hoe vitaal die rol is moge niet alleen blijken uit het feit dat bijna elke aflevering eindigt met zang en dans in de kelderbar van het kantoorgebouw, maar vooral hieruit, dat de uitstekende huiszangeres in die bar (tevens vertolkster van de titelsong) al direct bij de openingcredits een even prominente plaats heeft toegewezen gekregen als alle andere protagonisten – en dat terwijl zij in de verhaallijn geen enkele rol speelt.

Popmuziek

Dat popmuziek steeds meer is gaan fungeren als de soundtrack en interactieve memory-bank van ons gevoelsleven is oud nieuws. Goed nieuws, dat wel, maar niet nieuw. Waar het om gaat is de fantasierijke manier waarop daar in Ally McBeal dramaturgisch de consequentie uit is getrokken. Waarmee ik bedoel te zeggen dat de muziek en wat wij daaraan ontlenen niet alleen wordt ingezet voor de `sfeer', maar direct op de voorgrond treedt. Vaak live en in person.

Zo verscheen soulzanger Barry White regelmatig aan John op momenten dat deze bezig was moed te verzamelen voor een afspraakje en kon Ally lange tijd emotioneel geen stap zetten zonder dat Al Green zich aandiende. Als zij al niet zelf kunnen zingen, dan krijgt de gevoelswereld van de personages wel op een andere manier gestalte in muziek. Ik herinner mij een aflevering waarbij een zangeres uit een kerkkoor eiste dat een andere zangeres uit datzelfde koor haar solo's niet langer zou gebruiken om uiting te geven aan haar woede en liefdesverdriet. Wanneer iemands gedachtestroom wordt onderbroken, hoor je vaak het geluid van een naald die krassend in een plaat blijft steken.

Het verleden heb ik nooit beschouwd als een andere tijd, maar als een andere plek. Dit puur uit strategische overwegingen. Reizen in de tijd is namelijk een stuk moeilijker dan in de ruimte, en je wilt blijven geloven dat er een weg terug is. Het verschrikkelijke aan heimwee na een verhuizing is dat je op een gegeven moment ontdekt dat je oude huis zich nog wel op dezelfde plaats bevindt, maar ondertussen net zo ontoegankelijk is geworden als stond het in een andere tijd.

Nog geen kwartier nadat ik zelf ook tot die ontdekking was gekomen, zette ik de televisie aan. Ik zag een helikoptershot van een Amerikaanse stad bij nacht en hoorde een vrouwenstem, de huiszangeres van Ally McBeal, begeleid door een schroomvallige piano: `You don't remember me,' pauze, `but I remember you.'

Tears on my pillow, dacht ik direct, origineel van Little Anthony & The Imperials, prachtig, maar ook: wat als die `I' en die `you' twee kanten van dezelfde persoon zijn – en de `I' zit hier, maar de `you' is nog daar, in mijn vroegere huis, bij de leeuw?

Troost is zelden echt en toch werkt het

    • Roel Bentz van den Berg