Tony Blair en de klok die almaar doortikt

Tony Blair wil in Camp David alles op alles zetten om te voorkomen dat de VS zonder nieuwe resolutie van de V-raad ten strijde trekt tegen Irak. Hij staat zelf óók voor een dilemma.

,,Weet u hoe laat het is, Mr President? '', vraagt Colin Powell aan George Bush in een tekenfilmpje dat op het internet circuleert. Waarop beiden in koor zingen: ,,It's time to bomb Saddam, it's time to bomb Saddam!'' Volgt een snel teruglopende klok, een staaf dynamiet in de broek van de Iraakse leider en een felgekleurde, stervormige ontploffing.

Als Tony Blair, de Britse premier, boven de internationale kakofonie over Irak één geluid hoort, is het wel die tikkende klok. Niet dat hij tegen militair ingrijpen is, maar als het moet dan op zijn voorwaarden. Zo mogelijk met een VN-mandaat waarin de VS en continentaal Europa zich kunnen vinden. En met behoud van zijn eigen rol als `spil' of `brug' in de transatlantische relaties die in vijftig jaar niet zo zwaar zijn beproefd.

,,We moeten geen arbitraire tijdschema's opleggen aan de VN-inspecties'', zei Blair in het vliegtuig dat hem vannacht via Madrid naar de Verenigde Staten bracht voor een bezoek aan Bush in Camp David. ,,We moeten ons aan de strategie houden. Dat de inspecteurs een grondig oordeel kunnen vellen is het belangrijkste.'' Daartoe is voor Blair waarschijnlijk meer tijd nodig dan de ,,weken, geen maanden'', die Bush tot nu toe in het vooruitzicht heeft gesteld.

Hun ontmoeting in Camp David, het presidentiële buitenverblijf even ten noorden van Washington, is een cruciaal moment in de campagne om Irak te ontwapenen. Als Saddam geen late bekering ondergaat, wordt de beslissende vraag: trekt Bush met een kleine groep bondgenoten ten strijde, of krijgt een invasie in Irak onder Amerikaanse leiding de zege van de VN, mogelijk zelfs in een tweede V-raadsresolutie?

Blair zet vandaag alles op alles om te zorgen dat het het laatste wordt. De haviken in de Amerikaanse regering moeten hun ongeduld verbijten, vindt Blair. Hij gelooft dat actie tegen Irak alleen brede steun krijgt, als er onweerlegbaar en rechtstreeks bewijs is dat Irak de bestaande VN-resoluties schendt door te bouwen aan biologische, chemische of nucleaire wapens. De VN-inspecteurs moeten daarom ruimer de tijd krijgen dat bewijs te vinden. Ze moeten eindelijk de getuigenverklaringen van betrokken geleerden krijgen die Irak nu dwarsboomt. En Irak moet verantwoording afleggen voor vermiste grondstoffen voor chemische en biologische wapens.

Bovendien wil hij dat Amerikanen en Britten de vertrouwelijke informatie over Iraakse schendingen ruimhartiger delen. Het dossier dat Colin Powell, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, volgende week aan de Veiligheidsraad toont, moet wat Londen betreft ,,de verre marge'' van openheid verkennen. Maar over de banden tussen Irak en Al-Qaeda is Blair minder stellig dan Washington. ,,Het is niet juist te zeggen dat er geen banden zijn tussen Al-Qaeda en Irak, maar mijn case tegen Irak is daar niet op gebaseerd'', zei de premier vannacht.

Wil de transatlantische makelaar succes hebben, dan zal hij ook het pacifistische Duitsland en het dwarse Frankrijk moeten helpen overtuigd te raken van de noodzaak Saddam met geweld te ontwapenen, als dat nodig blijkt. Veel succes lijkt hij daarmee nog niet te hebben en de toon tussen voorheen-de-beste-vrienden is verscherpt. Zie zijn aanmaning aan Frans adres, gisteren in Madrid, om geen ,,onredelijk veto'' uit te spreken in de V-raad. Dat Blair (en de Spaanse premier Aznar) Frankrijk en Duitsland niet eens gevraagd hebben de solidariteitsverklaring van acht Europese leiders met Amerika te tekenen, lijkt evenmin subtiel.

Toch zal de stem van `old Europe', de net zo weinig subtiele snier van havik Rumsfeld, wel gehoord worden in Camp David. Want Blair is het gloeiend met Jacques Chirac en Gerhard Schröder eens over het belang van een oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. De Europese `grote drie' voelen zich ,,verraden'' door gebrek aan eerder toegezegde Amerikaanse initiatieven en hun steun aan Israël, waar in Europese ogen ook kritiek op zijn plaats is. Ze vinden ook dat dat conflict een voedingsbodem is voor terrorisme, en dat het anti-Amerikanisme zonder nieuw vredesinitiatief voor een joodse en een Palestijnse staat verder zou toenemen bij een aanval op Irak. Een nieuw initiatief is dus ook in direct belang van de VS, gelooft Europa.

Het is de vraag hoe effectief Blair zijn zaak in Camp David wil en kan bepleiten. Bush heeft eerder naar hem geluisterd, zoals bij zijn vorige bezoek aan Camp David, in september vorig jaar, dat bijdroeg aan een Amerikaanse `gang naar de VN' over Irak. Zijn ultieme dreigement is weigeren een Amerikaanse solo-aanval op Irak te steunen. De Britse bijdrage van 30.000 militairen naar de Golf is militair van relatief gering gewicht, maar weegt symbolisch voor de VS zwaar. Hij kan gokken dat Bush zijn trouwste bondgenoot niet wil verspelen. Maar Blair wil evenmin de geschiedenis ingaan als de man die de special relationship verspeelde.

Om hun inzet af te blazen is het vermoedelijk te laat en één (aarzelende) Amerikaanse generaal ging zelfs zover te zeggen dat Blairs steun de komst van een onnodige oorlog heeft versneld en gelegitimeerd. Dan zit Blair vast aan een actie die het thuisfront – zijn partij, een deel van zijn kabinet en de wijdere publieke opinie – niet gewettigd acht zonder VN-mandaat. In Londen wordt algemeen aangenomen dat zijn premierschap dan op het spel zou staan.

Zo brengt die tikkende klok ook Blairs duivelse dilemma dichterbij: moet hij zich aansluiten bij een Amerikaanse Alleingang en zich van Europa vervreemden, of moet hij zich solidair verklaren met de continentale aarzelingen en zijn bondgenootschap met Bush opblazen. Voor hem is Camp David mogelijk al half geslaagd, als hij die keuze nog even kan uitstellen.