Snel weer eruit gerold

Roem is voor mannen belangrijker dan voor vrouwen. Dat zou je kunnen afleiden uit de case-histories die journalist Frank Dam schreef over mannen en vrouwen uit het `beat'-tijdperk, de jaren zestig. In een eerdere bundel van Dam, Nederbeat, ging het over jongens die in de jaren zestig beatgroepjes hadden opgericht. Voor veel van de door Dam geïnterviewde jongeren van toen was de roem en het aanzien van levensbelang geweest. Ze misten het nog altijd. Eentje speelde nog wel eens in de schuur, begeleid door een applausmachine.

Dit soort verhalen kom je niet tegen in Frank Dams nieuwste bundel, Beatmeisjes. Alle zesendertig verhalen, die eerder op de achterpagina van NRC Handelsblad verschenen, behandelen een meer of minder bekend `beatmeisje': zoals Patricia Paay, Janneke Peper, Shirley Zwerus, Annet Hesterman, Jerney Kaagman. Voor bijna allemaal geldt dat ze toen `per ongeluk' in de muziekbusiness belandden: via een neef die een band had en nog een zangeres nodig had, als invaller omdat de zanger ziek was, of omdat ze een liedje hadden gezongen op een verjaardag waar toevallig een producer aanwezig was. Een enkeling nam zangles, of deed mee aan talentenjachten (Annet Hesterman, Trea Dobbs). Maar de meesten `rolden' erin.

Als er enige bekendheid volgde, dan hadden ze dat of niet in de gaten – omdat ze zo hard moesten werken dat er geen tijd was om aan het normale leven deel te nemen – of ze werden er naar van. Verschillende zangeressen memoreren de heisa als ze gewoon eens naar de Hema gingen. Iedereen moest iets van je en als je niets wist te zeggen werden ze gelijk voor `kapsonestrut' uitgemaakt.

Frank Dam laat alle verhalen door de zangeressen in de ik-persoon vertellen zonder beschrijvingen of commentaar van hemzelf. Zo krijgen we geen informatie over het huidige uiterlijk van de zangeres (de foto's zijn allemaal uit hun glorietijd) en meestal ook niet veel over haar tegenwoordige situatie. Bij veel vrouwen is tussen de regels allerlei leed te bespeuren.

Even makkelijk als ze in de business terecht kwamen, rolden de meesten er ook weer uit. Er volgden mislukte huwelijken, drankverslaving en, in sommige gevallen, psychiatrische klachten. Zo is er het curieuze verhaal van Trix Boelen (van Trix & The Paramounts) die ooit in het voorprogramma van de Rolling Stones in het Kurhaus speelde, en nu vertelt hoe ze, als de zon op de vloer schijnt, er met goudverf `ramen' overheen schildert. `Als de zon weg is zit er wel een goudkleurige verfvlek op de vloer en dan denk ik: Oh, wat nu.'

Uit de meeste geschiedenissen spreekt een onthutsende argeloosheid. Bijna alle vrouwen kregen te maken met onbetrouwbare managers en opdringerige producers. Sommigen verwaarloosden hun zangcarrière omdat hun mannen het niet zagen zitten, en doorgaans hebben ze er financieel te weinig aan overgehouden. Een paar gevallen lijken er zonder al te veel kleerscheuren uitgekomen. Linda van Dyck, nu actrice, en onder anderen de avondtuurlijke Karin Kent en Jerney Kaagman. De overlevers waren gehaaider, of juist zo naïef dat alle ellende langs ze heen ging. Dat laatste geldt voor Mariska Veres, die in Groningen van een jongen `stuff' aangeboden kreeg. `Stof? Wat voor stof heb je dan', vroeg ze hem argeloos.

Frank Dam: Beatmeisjes 1963-1969. Veen, 224 blz. €17,95 (inclusief cd)

    • Hester Carvalho