Sinéad O'Connor schittert op een klein podium

Ze lijkt onaangeslagen door de controverse die haar achtervolgde: de toorn van Amerika die op haar neerdaalde toen ze op tv een foto van de paus verscheurde, de huilbui bij Bob Dylans verjaardagsconcert en de geruchten dat ze non zou zijn geworden. Sterker nog, Sinéad O'Connor is opgebloeid nu ze niet meer op podia van het formaat Pinkpop en Ahoy' staat. Haar laatstverschenen album Sean-Nós Nua (`oude stijl vernieuwd') is kleiner van opzet dan de bombastische muziek waarmee ze rond 1990 beroemd werd en bevat uitsluitend Ierse traditionals.

Dat O'Connor een intense band heeft met dit materiaal, mocht gisteren in Vredenburg blijken toen ze meteen met heel haar ziel losbarstte in de ballad Peggy Gordon. De gedragen sfeer van Paddy's lament dreigde verloren te gaan in een hoestbui, maar ze herstelde zich en zong het smartelijke lied over heimwee naar Dublin met haar prachtig heldere en flexibele stem, mooier dan ze ooit geklonken heeft in haar eerdere pophits. Ook Nothing compares 2U klonk beter dan ooit, fluisterzacht begonnen en wonderschoon aangepast aan het folk- en rockinstrumentarium van haar muzikanten. Pennywhistle naast reggaebas; accordeon naast drumstel en cello naast elektrische gitaar: het paste in elkaar alsof Ierse folk nooit anders bedoeld is geweest.

In haar kleurige bagwantenue was Sinéad niet alleen gekomen op mooi te zingen en jolige dansjes te maken, maar ook om geesten uit te drijven. De ovatie die volgde op een zeldzaam indringend Am I stretched on your grave bracht haar tot de opmerking dat er waarschijnlijk ,,veel dode zielen'' aanwezig waren.

Na de enige harde rocksong Emperor's new clothes hield ze het intiem met een handvol zachte liedjes, summier begeleid om alle aandacht te vestigen op haar stem als een klok.

Concert: Sinéad O'Connor. Gehoord: 30/1 Vredenburg, Utrecht.

    • Jan Vollaard