Palingcredo

Van waar hij uitkwam was geen terug.

Dat was ten slotte wat te weten viel.

Ieder volgend werk de kamer van een fuik,

gehangen in de stroming van de dijk.

Dit moest beseft zo hij het hebben wilde

over vrije wil. Of er een kamer volgt

op waar hij is? Wat dat betreft was hem

geen zekerheid vergund. Hoeveel kamers

moet je door voor je vermoeden gaat

dat dit de vrijheid is waarin je staat?

Er wordt per aal iets zeer on-aals gevraagd.

Stroomopwaarts zal hij gaan, gedreven

door de palingdroom van zoeken naar

de laatste ring. Geen millimeter wijder

zal die zijn dan om de draad het oog,

en die dan door, spekglad van angst.

Waar haalt hij ooit de moed vandaan

om door de nauwste ring te gaan,

als er geen slotsom was die hij al kende

maar zo lang hij ademde niet trekken kon?

De laatste kamer zal de wijdste zijn,

wijder dan het hele meer waar hij in hangt.

    • Willem Jan Otten