Muzikaal monument voor slachtoffers watersnood

In Middelburg vond gisteravond de eerste van zeven uitvoeringen van `Requiem 1953' plaats, ter herdenking van de Watersnoodramp. Morgen is het vijftig jaar geleden dat de zee Zuidwest-Nederland overstroomde.

Het bleef gisteravond lang stil na de wereldpremière van Requiem 1953, waarmee in de Middelburgse Concertzaal een muzikaal monument werd opgericht voor de 1836 slachtoffers van de Watersnoodramp. Het Requiem, deels op de Latijnse misteksten, eindigde met het stil wegstervende `Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen. Rust in vrede.' Daarna klonk alleen nog stilte.

Pas na een verlegen teken van dirigent Joan Berkhemer, barstte in de ontroerde zaal een zeer langdurig applaus los voor het Zeeuws Orkest, het Zeeuws Philharmonisch Koor en de alt Simone Vedder, die met grote inzet hadden gespeeld en gezongen. Groot was de bijval ook voor componist Douwe Eisenga, die vijf kwartier sterke en zeer aansprekende muziek schreef voor Requiem 1953.

In een aantal overweldigende luide en sterk ritmische delen kon men de echo's horen van het razen van de storm en het beuken van de golven, die vijftig jaar geleden de dijken lieten breken en de zee grote delen van Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland deden overstromen. Het felle, hardvochtige Dies Irae beschrijft die `Dag van toorn' op 1 februari 1953. Elders klinken teksten en muziek klaaglijk, berustend.

Ook op het podium stond Christopher Levenson, de Engelse dichter van het lange gedicht The Flood, waaruit een aantal teksten voor het Requiem 1953 zijn gebruikt. Levenson hielp in 1953 als vrijwilliger zeven maanden lang bij het opruimen van de modder in ondergelopen huizen. Zijn eerste goede zin in het Nederlands was `Geef die dweil eens'. Hij spreekt sindsdien uitstekend Nederlands en vertaalde poëzie van Achterberg, Marsman en Vasalis in het Engels.

Met een van Levensons teksten uit The Flood schetst Requiem 1953 een beeld van de desolaatheid na de ramp. In de Nederlandse vertaling: `Het dorp ligt als een kadaver te rotten in de zon, dakspanten schoongeplukt, de kelders opgezwollen. Troep van dakpannen ligt op de kerkring, hooi zit tegen de deuren van het kerkje.'

Maar Requiem 1953 toont met Christopher Levensons dichtregels ook dat de ramp niet alle leven voorgoed vernietigde: `Maar het lam, het veulen, het nieuwe leven dat groeit, ademt bedaard in het stro.' [Vervolg RAMP: pagina 8]

RAMP

Betoverend requiem

[Vervolg van pagina 1] Ook teksten uit de Zee-elegie van de Russische dichter Vasili Zjoekovski hebben in Requiem 1953 een aangrijpende functie, zoals de etherisch-dreigende opening van het werk: ,,Betoverd sta ik oog in oog met jouw afgrond, zwijgzame, golvende zee van azuur. Je leeft, je ademt van geheime onrust vervuld. Onthul je.''

Douwe Eisenga combineert in zijn onmiddellijk overtuigende Requiem 1953 de latijnse traditie met zelfgekozen teksten en herkenbare, soms middeleeuwse muzikale vormen. De rijkdom aan effectvolle contrasten en reliëf in de muziek herinnert soms aan Verdi, de frenetieke ritmische koorpassages verwijzen naar de Carmina Burana. Prachtig en verstild geïnstrumenteerd is het deel All Summer Long. De wrange tekst van Levenson beschrijft vakantiegangers in 1953: ,,De hele zomer lang spatte op het warme strand onderaan de duinen gelach alle kanten op. [...] Slap van het lachen proberen ze de watersnood te vergeten.''

Bij voldoende belangstelling zal Requiem 1953 op cd uitkomen.

Herhalingen Requiem 1953: 31/1 Nieuwe Kerk Zierikzee; 1/2 Bartolomeuskerk, Zevenbergen; 2/2 Scheldetheater Terneuzen; 6/2 Laurenskerk Rotterdam; 7/2 St. Jacobskerk Vlissingen; 8/2 Grote Kerk Goes. Inl. (0118) 681100 of www.nazomerfestival.nl

    • Kasper Jansen