`Mijn geweten is schoon'

Een kwart eeuw aan de top van een beursgenoteerde onderneming: in de managerscultuur van tegenwoordig doen weinigen het Gert Beijer na. Onder zijn leiding is Macintosh van kledingatelier veranderd in een concern met 725 winkels met een omzet van 766,5 miljoen euro. Nu wordt Nederland te klein. `Macintosh wil een wereldspeler worden.'

Het hoofdkantoor van de Macintosh Retail Group in Maastricht – twee gehuurde etages waar 27 mensen werken – oogt eenvoudig. ,,Hier verdienen we het geld niet, dat gebeurt in onze winkelketens'', zegt bestuursvoorzitter G.J. (Gert) Beijer. Dat zijn onder meer Kwantum, Superconfex, Dolcis en Belcompany. ,,Ik wil niet het beeld creëren dat wat daar binnenkomt, we hier aan een duur en luxueus onderkomen uitgeven.''

Vanuit zijn werkkamer heeft Beijer (57) een mooi uitzicht op de Maas, het provinciehuis en het Bonnefantenmuseum. Hij geniet ervan – nog heel even. Vandaag is zijn laatste dag na bijna 25 jaar als topman van het concern, dat achtduizend werknemers heeft en 725 winkels. Een kwart eeuw leider van een beursgenoteerde onderneming: is dat een record? ,,Ik heb het nooit geïnventariseerd, maar in elk geval zit ik in de kopgroep.''

Vorige week vrijdag maakte Macintosh de bedrijfsresultaten over 2002 bekend. Het concern zette een verlies van 18,7 miljoen euro in 2001 om in een nettowinst van 26,4 miljoen vorig jaar. Daarvan is 14,2 miljoen afkomstig van eenmalige baten uit de verkoop van de vijftig Bentexwinkels (textiel), internetaanbieder MyWeb en het onroerend goed van de Piet Klerkx woonboulevard in Waalwijk. Beijer is optimistisch over de toekomst. ,,Onze vermogenspositie is uitstekend. Macintosh is kerngezond.''

Bij zijn aantreden in 1978 stond het concern er minder florissant voor. ,,De arbeidsintensieve confectie-industrie in Nederland liep in sneltreinvaart terug'', herinnert Beijer zich. ,,Die was gedoemd naar lageloonlanden te vertrekken. In de productie van kleding leden we dermate grote verliezen dat de continuïteit van de onderneming op het spel stond. Ik ben dat jaar met de ondernemingsraad en de vakbonden tot een akkoord gekomen over het ontslag van twaalfhonderd mensen uit de ateliers in de Benelux, later volgden er nog zevenduizend elders. Als jonge vent was dat een behoorlijk dramatische klus voor me.''

Beijer weet nog hoe hij ,,met heftig boe-geroep'' werd begroet, toen hij bij de confectiebedrijven uitleg ging geven. Hij is nooit bekogeld of bedreigd, zegt hij, maar de werknemers organiseerden wel manifestaties en demonstraties. ,,Niet alleen in Limburg, ook in Volendam, Utrecht en Twente. Bij Bendien Smits in Almelo, waar we hoogwaardige herenkostuums maakten, stond ik tegenover een heel boze groep medewerkers. Ze waren niet agressief. Zeker, het was een sociaal drama, maar ik probeerde die mensen met woorden te overtuigen. En ik kon beloven dat we hen naar vermogen aan het werk zouden helpen, nu we onze vleugels als retailer gingen uitslaan. Ik ben hier en daar ook onder applaus weggegaan.''

Mijn geweten is schoon, zegt Beijer. ,,Sloot je de ateliers niet, dan was de schade veel groter geweest. Dat beseften ook de sociale partners, met wie goede afspraken zijn gemaakt en met wie de verhoudingen goed bleven.'' Macintosh deed in 1985 ,,de strategische keuze'' verder te gaan als winkelketen. ,,Het bedrijf was begin jaren zeventig al begonnen met personeelswinkels bij de Belgische ateliers. Daar was veel belangstelling voor. We breidden die activiteit uit, kregen intussen steeds meer zicht op de werkwijze van de retailwereld.''

Met het sluiten van de ateliers maakte Beijer een einde aan de activiteiten die het begin hadden gevormd van Macintosh: in 1950 opende zijn vader, oud-inkoper van V&D, Beijers Confectie Ateliers in het Limburgse Stein. Hij weet nog dat hij daar als vijfjarige rondscharrelde. ,,In no time werkten daar vierhonderd mensen, veelal mijnwerkersvrouwen. Ik zag de vrachtwagens komen en gaan, met grondstoffen en kleding. Ik genoot van de dynamiek en het enthousiasme, mijn vader werkte dag en nacht. Er heerste een sportsfeer. `Hoeveel is er gefactureerd?', riep hij aan het einde van de week. Veel producten gingen naar C&A. Die betaalde binnen tien dagen; pa betaalde zijn leveranciers pas na een maand.''

In 1953 ging Beijers Confectie Ateliers Macintosh heten, toen het fuseerde met de confectietak van de Staatsmijnen (het huidige DSM) en het Engelse Dunlop. Staatsmijnen (het huidige DSM) begon in de jaren dertig met het vervaardigen van kleding, om in die crisistijd vrouwen en dochters van de tienduizenden mijnwerkers aan werk te helpen. Beijer: ,,Dunlop maakte in Schotland regenjassen van met rubber bestreken textiel'', verduidelijkt Beijer. ,,Het procedé was in 1824 door ene Macintosh uit Schotland bedacht. Als je in Engeland een regenjas gaat kopen vraag je niet om een raincoat, maar om een macintosh. Mijn vader heeft de rechten van het gebruik van de naam Macintosh van Dunlop overgenomen. Die speciale regenjassen zijn wij nooit gaan maken. Ze ademden niet en raakten uit de mode.''

Zijn vader wilde dat Beijer tandarts werd, of notaris. Beijer: ,,Werken in zo'n hectisch bedrijf, moet ik dat mijn zoon aandoen?, vroeg hij zich af. Maar ik wilde graag zo'n zelfde leven.'' Beijer ging in Tilburg economie studeren, kwam in 1969 bij Macintosh, waar hij in 1971 lid van de raad van bestuur werd. In 1973 ging hij naar Portugal om (bij Oporto) vier ateliers van het bedrijf te leiden. ,,Ik leerde de taal, waarmee ik respect oogstte bij die aardige mensen'', zegt hij. ,,Maar het was niet altijd gemakkelijk. Ten tijde van de Anjerrevolutie streed ik tegen een communistische vakbond, die wilde dat er in ons bedrijf arbeiderszelfbestuur kwam.''

Die communisten bezetten één van onze ateliers drie maanden lang, vertelt Beijer. ,,Ik ging er heen, om met hen te discussiëren. Ik stond er midden tussen. Portugezen zijn heftig, maar heel vreedzaam. Er vielen geen klappen. Uiteindelijk is de politie gekomen om het verzet te breken. Ze deed dat op verzoek van president Soares. Die wilde met Portugal Europa in, en het arbeiderszelfbestuur was niet het model om Europa mee tegemoet te treden.''

Beijer ging naar zijn zeggen in 1978 ,,met bloedend hart weg'' uit Portugal om als 33-jarige zijn vader op te volgen als voorzitter van de raad van bestuur van Macintosh. Boze tongen beweerden dat de oude Beijer zijn zoon `matste'. Onzin, zegt Beijer. ,,De benoeming was een totale verrassing, zowel voor mij als voor mijn vader. Voor de keuze waren drie leden van de raad van bestuur van DSM verantwoordelijk, onder wie de voorzitter.''

Macintosh was sinds 1962 genoteerd aan de Amsterdamse Effectenbeurs. De meerderheid van de aandelen was tot begin jaren negentig in handen van DSM, dat volgens Beijer ,,op afstand naar ons keek''. ,,Er heerste vanuit DSM geen commando-structuur. Dat kon ook niet, want wij vormden een hele andere bedrijfstak dan DSM dat geen kennis van retailen heeft.''

Onder Beijer werd Macintosh, na lange tijd de grootste kleermaker van Europa te zijn geweest, een bonte stoet van winkels met in 2002 een omzet van 766,5 miljoen euro. ,,Winkelier zijn is boeiend maar gecompliceerd'', meent de Maastrichtse zakenman. ,,Bij kopen komt veel emotie kijken, de klanten brengen zichzelf tot uitdrukking. Waarom gaat iemand de ene winkel wél in en de andere niet? Onze doelgroepen lopen zeer uiteen: de schoenenketen Invito mikt op jeugd; het personeel is gemiddeld 21 jaar oud. Bij Stoutenbeek (topmeubels) komen heel wat oudere klanten. Bij Superconfex koopt de gewone man zijn kleding.''

Hij komt regelmatig in de eigen winkels, maar niet om kleren aan te schaffen. Beijer – chic blauw kostuum – schiet in de lach. ,,Guus Brand van de Brand Bierbrouwerij zei altijd: `Het leuke van bierbrouwen is dat je er een leuk glas wijn van kunt kopen'. Macintosh is onder mijn leiding zo gegroeid dat ik een tandje kan bijzetten als ik voor kleren de deur uitga. Ik haal ze in Hasselt in België en in Maastricht.'' Hij heeft er wel oog voor, zegt hij. ,,Dat is een soort beroepsdeformatie. Heeft iemand op kantoor iets nieuws aan, een mooie das of een mooie jurk, dan zie ik dat meteen. Maar ik had geen ontwerper kunnen zijn, ik heb niet de vaardigheid om te tekenen.''

Heeft Beijer zich zakelijk wel eens lelijk vergist? ,,Ik heb lang gedacht dat het een misser was dat we de brillenketen Hans Anders niet hebben gekocht. De mensen hebben minder brillen nodig, vermoedde ik jaren geleden, omdat contactlenzen en het laseren in opmars waren. Daarom durfde ik de koop niet aan. Het was een taxatiefout, want de bril is een modeartikel. Die modische impuls zag ik niet. Maar achteraf heb ik geen spijt dat het niet is doorgegaan, want de groei van Hans Anders is toch minder spectaculair geweest dan ik dacht.''

Ronduit een teleurstelling, vertelt Beijer, is dat hij Macintosh moet achterlaten zonder ,,een zware internationale exposure''. Hij probeerde tevergeefs een Europese formule te realiseren. ,,De pogingen daartoe, bijvoorbeeld met Belcompany in Duitsland, strandden twee jaar geleden. Na een half jaar trokken we ons terug. We zijn nu bezig met GP Décors in Frankrijk'', legt hij uit. ,,Het valt niet mee je in het buitenland in te vechten.'' Maar het zal moeten gebeuren, meent hij, want Macintosh wil ,,een wereldspeler'' worden. En dan is Nederland te klein.

Een andere tegenslag was de fusie van de grootwinkelbedrijven KBB (onder meer Bijenkorf en Hema) en Vendex (onder meer V&D) in 1998. Beijer is van oordeel dat de `kartelpolitie' NMa (Nederlandse Mededingingsautoriteit) dat samengaan niet had moeten toestaan, ,,omdat die twee te veel konden afdwingen bij het verwerven van locaties''. Hij spreekt van een ,,enorme onroerendgoeddominantie'', die ongezond was. ,,Blokker was het geheel met ons eens, maar de NMa vond de fusie niet ontwrichtend.''

Hij ziet met lede ogen aan hoe de grote winkelketens `eenheidsworst' maken van de binnensteden. ,,Ze rukken te veel op, doordat de prijs per vierkante meter omhoog gaat. Ze bezetten in de centra te vaak de plaatsen van de economisch zwakkere partijen als de galerietjes, de boetiekjes en het café waar je nog kunt biljarten. Tegen die ontwikkeling ben ik tien jaar geleden al een kruistocht begonnen, maar ik stootte daarbij op verzet van marktpartijen met vastgeroeste ideeën. Ik vind dat grote discounters, schoenen- en elektronicaketens die veel vierkante meters nodig hebben buiten de stad horen.''

De nieuwe topman heet Frank de Moor (40), een Belg. ,,De raad van commissarissen heeft hem aangesteld, maar ik heb uiteraard meegedacht'', zegt Beijer. ,,De Moor is zeker geen kloon van mij. Hij is een stevige vent, geboren boven de kruidenierszaak van zijn ouders. Dus weet hij van jongsaf wat een klant is. Hij heeft een klassieke jezuïetenopleiding gevolgd en twee academische studies: econometrie en beleidsinformatica.'' De Moor, die acht jaar geleden bij Macintosh kwam, is een pragmaticus, zegt Beijer. ,,Hij heeft als jonge ondernemer de schoenenketen van Brantano uitgebouwd van zeventien naar zeventig winkels.''

Beijer wijst naar buiten, naar het Bonnefantenmuseum aan de Maas, waar hij straks geregeld te vinden zal zijn. Kunst speelt een belangrijke rol in zijn leven. ,,Dat komt van huis uit'', vertelt hij. ,,Vader was vaak met kunst bezig, die interesse is me met de paplepel ingegoten.'' Hij is al een decennium lang voorzitter van de stichting die het provinciale museum beheert. Hij blijft dat nog twee jaar, dan moet hij volgens de statuten aftreden. Beijer is trots op de verzameling van het `Bonnefanten': ,,Daar bevinden zich heel belangrijke vroeg Italiaanse renaissance, oude Zuid-Nederlandse en Duitse schilderijen en beelden. Plus hedendaagse kunst van hoog niveau.''

Beijer ontkent de vaak gehoorde kritiek op het Bonnenfanten, dat ver achter zou zijn gebleven bij de verwachte bezoekersaanstallen. ,,Het aantal bezoekers is sinds de opening van het nieuwe gebouw in 1995 steeds groter geweest dan begroot. In het openingsjaar was er sprake van een begrijpelijke bezoekershausse, later liep de belangstelling terug naar een normaal niveau.''

Volgens hem speelt er iets anders. ,,Toen het museum uit een klein gebouw in de binnenstad naar het grote nieuwe gebouw ging, zeiden wij als bestuur: `bij een groter gebouw hoort een grotere exploitatie'. De provincie had beloofd met meer subsidie over de brug te komen. Maar sinds 1995 is het provinciebestuur een aantal keer gewisseld en zijn de economische tijden verslechterd.''

In de woning van Beijer hangen fauvisten en expressionisten. Hij wil nu vaker buitenlandse musea en exposities gaan bezoeken. Hij is bovendien honorair consul van de Bondsrepubliek, sportbestuurder en commissaris bij tal van bedrijven. ,,Ik ga niet in een zwart gat vallen.''

    • Guido de Vries