Mij moeten ze uitwissen

Zielenpijn met sarcastische humor doorgronden, naar hartelust in wonden woelen, waarschijnlijk die van haarzelf: dat is het sterke punt van Karen Duve. Het flikkerde hier en daar al op in haar Regenroman, uit 1999, maar in haar nieuwe roman Dies ist kein Liebeslied ontvouwt haar talent zich pas echt. Vanuit het perspectief van de jonge vrouw Anne beschrijft Duve zes kwetsende, deprimerende en op de klippen lopende relaties. Een kleuterschoolvriendje is nummer één, een kortzichtige Londense broker de laatste, en daartussenin zoekt Anne troost bij viriele discostampers, bij foute therapeuten en bij een club kermende sado-masochistische dames.

Je kunt dus niet beweren dat Duves heldin geen initiatieven neemt, het zijn tenslotte de jaren zeventig (en verder), de jaren van de vrije liefde, de jaren waarin alles kan en alles mag. Maar tot zelfbevrijding, want daar draait het om in die wilde jaren, is Anne niet in staat. Keer op keer trekken haar de beschamendste plekken aan: de bedden van pukkelige tieners, het gezelschap van haar weerzinwekkende vader, en dan alweer die tieners. Op haar achttiende weet ze waar alles op uitloopt: op `een vertwijfelde jongen die je als niks anders werkt af moet trekken'.

Anne doet braaf wat men wil; ze kan geen nee zeggen en dat heeft te maken met haar opvoeding tot meisje. Haar moeder in de keurige Hamburgse buitenwijk laat haar immers dagelijks zien dat vrouwen hun eigen behoeftes moeten onderdrukken. Door haar gesloof is moeder opgelost in een heel groot niets, en Anne volgt haar na. `Mijn belangrijkste taak in het leven', concludeert zij op haar achtste, `is om aan te voelen wat anderen van mij verwachten.'

Zo bondig formuleert Duve het drama van het aangepaste kind. Annes er al vroeg ingehamerde gedienstig- en welgevalligheid leidt tot een uitholling van haar karakter en die leegte vult zij op met een minderwaardigheidscomplex dat haar geheel beheerst. Alle anderen zijn slimmer, mooier en gelukkiger dan ik, denkt het tot schijngeluk gedwongen jonge meisje, en met de moed der wanhoop aapt zij hen na: een conformiste op het glibberige pad naar de volwassenheid.

Karen Duve (40) schreef een ontwikkelingsroman waarin zich niets ontwikkelt, behalve dan de vertwijfeling en de zelfkritiek. Want ook al houdt Anne zich met haar namaakleven voor de gek, toch wijst zij feilloos op haar falen – en op dat van degenen die zij imiteert. Hun hoerageroep is nep, haar hipheid is vals, maar haar verlangen om erbij te horen is echt.

Alleen brengt Annes gepieker haar niet dichter bij hen maar juist in een isolement, zoals haar inzicht haar niet uit de crisis helpt maar er juist dieper in. Duve parodieert de piëtistische bekentenisroman en is niettemin bloedserieus: daarin schuilt het venijn. En de galgenhumor. `Ik ging naar een reisbureau en kocht een ticket naar Londen, zoals andere mensen een strop kopen', zegt Anne, waarna zij zich aan haar broker uitlevert – en aan zijn leedvermaak om haar tot honderdzeventien kilogram uitgedijde lijf.

Dit boek is treurig en tegelijk kun je er hikkend om lachen; je veracht al die aan jezelf herinnerende domheid en tegelijk bewonder je de intelligentie van de vertelster; je haat Duves exploitatie van zoveel miezerigheid en tegelijk bemin je haar durf. `Ze moeten mij uitwissen', lezen we ergens – maar het uitwissen van Dies ist kein Liebeslied blijkt niet zomaar één, twee drie te lukken, daarvoor is de stof te heftig en de stijl te hard.

Karen Duve: Dies ist kein Liebeslied. Eichborn, 280 blz. €19,90

    • Anneriek de Jong