Klonen

Klonen staat de laatste tijd volop in de belangstelling. Wie minder geïnteresseerd is in de wetenschappelijke of ethische kant van de zaak en meer in de praktische consequenties, zou eens het verhaal `Alleen' moeten lezen dat Hans Vervoort heeft opgenomen in zijn nieuwe bundel Geluk is voor de dommen.

Dat verhaal gaat over een man die zijn vrouw en zijn zesjarige zoon verliest door een auto-ongeluk. Na een langdurige rouwperiode besluit de man iets aan zijn verdriet te doen: hij laat zijn zoon klonen en voedt hem op in de geest van zijn overleden vrouw. Maar op de zesde verjaardag van de jongen realiseert de man zich plotseling dat hij het nu verder moet doen zonder de kennis uit het verleden. Pas nu begint zijn gekloonde zoon aan een werkelijk uniek leven. Het is een mooi verhaal van Vervoort, maar in een recensie vroeg ik mij af waarom de man alleen zijn zoon had gekloond. Waarom had hij zijn vrouw, van wie hij zoveel hield, ook niet terug laten keren?

In een antwoord schreef Vervoort. ,,Het klonen van een overleden echtgenote leek me niet zinvol. Dan krijg je je vrouw als baby terug.''

Dat zou kunnen, maar hoe langer ik erover nadacht hoe minder zeker ik ervan werd dat Vervoort gelijk had. Ik moest denken aan de schaker Averbach, die zijn vriend en collega Taimanov meenam naar het ziekenhuis, waar mevrouw Averbach zojuist was bevallen van een mooie dochter. Zo'n twintig jaar later trouwde Taimanov met diezelfde dochter. Ik geef toe dat de situatie hier wat anders ligt, maar ik denk toch niet dat het leeftijdsverschil het werkelijke probleem is. Anders dan je misschien zou hopen, brengt het klonen juist niet het verleden terug, maar creëert het een geheel nieuwe situatie. Die situatie kan onbedoeld zijn, of misschien zelfs ongewenst, maar in termen van zinvol of zinloos valt zij nauwelijk te beschrijven.

Stel nu eens dat de man uit het verhaal van Vervoort toch had besloten zowel zijn vrouw als zijn zoon te klonen, voor welke vragen was hij dan komen te staan? Allereerst had hij moeten beslissen over het tijdstip van de kloning. Wanneer hij zijn vrouw en zijn zoon gelijktijdig als baby ter wereld had laten komen, zou er een situatie zijn ontstaan waarin moeder en zoon onder het wakend oog van de vader opgroeien als broer en zus.

Een boeiend experiment, maar na een jaar of achttien zou zich wel eens een probleem kunnen aandienen. De man, inmiddels dik in de veertig, wordt natuurlijk weer verliefd op zijn eigen vrouw, die vanuit zijn perspectief slechts jonger en mooier is geworden. Het ligt alleen niet voor de hand dat zijn gevoelens worden beantwoord. Uit het eerste huwelijk met elkaar is op te maken dat zijn echtgenote niet valt op oudere mannen, zodat het onwaarschijnlijk is dat zij dat nu wel zal doen. En dan heb ik nog niet eens over de zoon, die zijn moeder uitgehuwelijkt ziet worden aan zijn vader. Wat zal die jongen van streek raken! Voor je weet ligt het hele Oedipus-complex in gruzelementen, slaapt Oedipus met zijn vader en zal hij zijn zuster vermoorden. Everyting goes.

Daarom lijkt het onverstandig wanneer de man zijn echtgenote en zoon gelijktijdig laat klonen. Hij zou wel eerst zijn vrouw kunnen laten klonen om vijfentwintig jaar later zijn zoon opnieuw uit haar geboren te laten worden, maar in dat geval moet de man lang wachten. Om het optimale uit zijn tweede kans te halen, zou hij zijn hele gezin kunnen laten klonen, inclusief zichzelf, en dat alles in dezelfde chronologie als de eerste keer, om vervolgens zijn oorspronkelijke ik zelfmoord te laten plegen.

Kortom, zinvol of niet, er liggen hier ongekende mogelijkheden. Maar een ding lijkt zeker: van de hoeksteen van de samenleving is binnenkort niets meer over.

    • Max Pam