Jullie

Voor het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag stond gistermiddag een groep van ongeveer honderd moslims, hoofdzakelijk oudere mannen, te demonstreren. Ze waren bij elkaar getrommeld door het Comité Moslimhaat Nee! De demonstratie was gericht tegen de recente uitlatingen van Ayaan Hirsi Ali over de islam. Op de spandoeken stonden teksten als `Ali vervuilt nu vervloekt zij de rest', `Volkspartij Vrijheid en Discriminatie' en `Islam is vrouwenemancipatie'.

Enkele Nederlandse vrouwen van middelbare leeftijd kwamen voorbij en riepen: ,,Waar zijn de vrouwen?'' Een goede vraag. Er wás een handjevol Marokkaanse vrouwen, maar die stonden nogal achteraf. De vraag deed een kleine man met een Surinaams-hindoestaans uiterlijk in toorn ontsteken.

,,De vrouwen werken!'' schreeuwde hij.

,,En jullie dan?'' zeiden de vrouwen.

Het mannetje kreeg bijna een koliek van woede. ,,Jullie altijd met je vooroordelen'', snauwde hij, en hij draaide zich om en riep naar achteren: ,,Vrouwen kom naar voren!''

Maar niemand kwam.

Toen de Surinamer enigszins bedaard leek, zocht ik hem op. Hij droeg een rechthoekig, roomkleurig kalotje op zijn kleine schedel en hij dempte de agressieve blik achter zijn brillenglazen pas toen ik vriendelijk tegen hem bleef praten, zoals hoerige journalisten dat zo goed kunnen.

Hij bleek al een jaar of dertig in Nederland te wonen. Onmiddellijk begon hij aan een tirade tegen Hirsi Ali waar geen einde aan leek te komen.

,,Als ik dat mens tegenkom, zou ik haar wat kunnen doen'', zei hij.

,,U zou haar aanvallen?''

,,Best mogelijk.''

,,Dat lijkt me niet verstandig.''

,,Dat is iets anders'', zei hij.

Ik liep door naar de stroming achter die zee van antieke wollen mutsjes. Daar bleken zich ook wat jongere Marokkanen op te houden. Ze waren veel moderner gekleed dan de ouderen, er waren meisjes bij in spijkerbroek en zonder hoofddoekje. Hun positie was ambivalent. Ze waren geïnteresseerd in de demonstratie, maar ze wilden er niet te veel bij betrokken worden. Een volkse man in een jack met een Feyenoord-logo benaderde een groepje van drie Marokkaanse jongens en twee meisjes.

,,Jullie moeten demonstreren tegen die Al-Qaeda'', zei hij. ,,Maar dan doen jullie je bakkes niet open.'' Zijn toon was niet agressief, eerder jolig.

,,Jullie-jullie'', zeiden de jongens, ,,waarom praat je zo tegen ons?''

,,Ik hoor jullie nooit over al die overvallen in Rotterdam door Marokkanen.''

,,Wat hebben wij daarmee te maken'', zeiden de jongens. ,,Je moet niet steeds iedereen over één kam scheren.''

,,Jullie...'' begon de man weer.

,,Jullie-jullie'', bouwden de jongens hem na.

De meisjes giechelden. Er ontstond een verbaal schijngevecht waarin de jongens rustig bleven en de man zijn luchtige toon handhaafde. De jongens spraken beter Nederlands dan hij. Ze dreven hem in de hoek met woorden en zinswendingen waar hij even over moest nadenken.

Hij was aan het verkeerde adres, hij had zijn onvrede beter kunnen richten tegen de oudere mannen vooraan. Ook al viel er met hen, in allerlei opzichten, veel minder goed te praten.