Je wassen met je eigen plas

Je klimt in bomen. Meestal langzaam. Hand voor hand, voet voor voet. Wat zou het mooi zijn, als je handen en voeten meer greep op takken zouden hebben.

Daar als het ware aan vast zouden plakken. En ook wil je wel graag met een geurtje laten weten dat je er bent. En waar je was.

De oplossing is makkelijk. Je moet er alleen maar opkomen. Je plast in je handen. En met zo'n natgemaakte hand maak je met een paar tikjes ook je voet vochtig. Links, splesj, splesj, splesj. En rechts, splesj, splesj, splesj. Een tijd lang zijn je handen en voeten nu lekker kleverig. En bij iedere stap en klim laat je een geurige boodschap achter.

Er zijn dieren die dat hebben verzonnen. Slanke lori's, plompe lori's, spookdiertjes en muislemuren: ze doen het allemaal. Plaswassen. Ze wassen hun handen en voeten in hun eigen urine. Bij elkaar heten ze halfapen. De lori's leven in Azië, de galago's in Afrika, en de muislemuren op het Afrikaanse eiland Madagaskar. Ver uit elkaar. En zo groot als een kleine kat of juist zo klein als een grote muis. Maar ze zijn allemaal even enthousiast over hun aanpak. Plaswassen werkt!

Die kleine aapjes leven allemaal in het donker en hebben grote nachtdierogen. Ze klimmen meestal liever alleen rond, met alle malse insecten en knapperige duizendpoten die ze graag eten voor zichzelf. Ze komen elkaar dus weinig tegen. Maar door het wasplassen praten ze toch met elkaar. Met handen en voeten.

Meestal is de boodschap op zo'n boomtak: ik woon hier al, blijf jij hier maar weg. Maar mannetjes willen soms wel een leuk vrouwtje ontmoeten, in dat reusachtige donkere woud. En andersom. Dan weten ze elkaar natuurlijk juist te vinden. Door goed hun handen en voeten te wassen.

Dat doen ze ook als je ze een beetje zenuwachtig maakt. Gewoon, door ze lang aan te kijken. Dan houden ze zich stil, terwijl ze jou weer aanstaren met ogen als schitterende schoteltjes. Als het ze te lang duurt, beginnen ze te twijfelen. Stil blijven, verder gaan met eten - of toch vluchten? Van de weeromstuit plassen ze in hun hand. Netjes wat druppels tussen de achterpoten opvangen, en even met een handpalm in de voetzool klappen.

Zoals wij ons op het hoofd krabben, als we het even niet meer weten. Maar aan op je hoofd krabben heb je niets. Aarzelende halfaapjes zijn verstandiger. Met hun handen en voeten weer extra nat en kleverig, kunnen ze beter vluchten. Extra snel langs takken klimmen, of misschien wel een reuzensprong maken, de donkere nacht in.

Extra grip en een mooi geurspoor – en dat allemaal bijna gratis. Bijna. Onderzoekers denken dat slanke lori's wat extra stofjes in hun urine stoppen, om die extra plakkerig te maken. Dat kost ze dus wel een beetje energie. Maar ja – uit een boom donderen en dan weer geschrokken naar boven klauteren kost veel meer energie.

Dan kun je maar beter in je handen plassen. Bij mensen zou het ook kunnen werken. Maar bij die echte apen is plaswassen verboden, daar vinden ze zich te netjes voor. Als ze in een boom of een touw willen klimmen, doen mensen iets anders. Ze spugen in hun handen. Wassen hun handen met een fluim.

Dat mag dan weer wel. Slanke lori's en hun collega's vinden dat maar amateuristisch. En ook een beetje vies. Zoiets dóe je niet.