IND schond privacywet bij asielzoekers

Het ministerie van Justitie heeft vorig jaar structureel de Wet bescherming persoonsgegevens geschonden bij de opslag van privacygevoelige persoonsgegevens over asielzoekers.

Dit blijkt uit een interne notitie over de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie. De dienst voldeed niet aan de wettelijke criteria voor de opslag van vertrouwelijke gegevens. De dienst verwacht daardoor ,,grote politieke en juridische risico's'' te lopen, zo blijkt uit de notitie van vorig jaar september. De IND is het enige justitie-onderdeel dat bij implementatie van die wet ,,zo ver is achtergebleven''.

De rechten van asielzoekers bij de opslag van hun persoonsgegevens worden zo vaak geschonden dat in het rapport de vrees wordt uitgesproken dat de advocatuur ,,voor de IND kostbare en tijdrovende procedures zullen aanspannen.''

De IND is als gevolg van die lacune vaak ook niet in staat om beleid tot uitvoering te brengen, hetgeen ,,een lastig en publicitair pikant probleem kan opleveren.''

Bovendien loopt Justitie het risico van boetes en bestuurlijke interventies door het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). De wet bescherming persoonsgegevens trad in september 2001 in werking met een overgangstermijn van één jaar. Daarna moeten achterstanden bij de invoering van de wet worden gemeld.

Volgens een woordvoerder van het CBP is er sinds september geen melding ontvangen over achterstanden bij implementatie van die wet.

Een IND-woordvoerder noemt de notitie ,,een signaal voor extra aandacht bij de opslag van vertrouwelijke persoonsgegevens''. De dienst zou inmiddels wel conform de wet handelen.

Het niet naleven van de Wet bescherming Persoonsgegevens heeft ook gevolgen voor de rechtspositie van individuele ambtenaren van de IND, zo wordt in de notitie gewaarschuwd. ,,Aantasting van, dan wel onduidelijkheid over de rechtspositie van de eigen medewerkers met gevaar voor productievertraging'', wordt dat in de notitie genoemd.