In Ramallah is uitzichtloosheid overal zichtbaar

De grote verkiezingsoverwinning van de Israëlische premier Sharon heeft bij de Palestijnen het gevoel versterkt dat de situatie uitzichtloos is.

Laatst had het Palestijnse sapmannetje Abu Wahib een klant wiens gedrag precies illustreerde waarom in Israël de havik Ariel Sharon deze week opnieuw de verkiezingen won, en waarom in Abu Wahibs woonplaats Ramallah zoveel posters en leuzen van de extremistische Hamas hangen.

De klant kwam binnen in Abu Wahibs sapbarretje en bestelde luidkeels vier stukken gember voor in zijn sap. ,,Gember maakt je beter in seks'', verklaart Abu Wahib. ,,Alleen is vier stukken veel te veel, dan knalt je hoofd uit elkaar''. Maar de klant volhardde en Abu Wahib deed wat hij vroeg. Nog nauwelijks had de klant zijn eerste teug doorgeslikt of de tranen schoten hem in de ogen. ,,Zijn keel stond in brand maar hij dronk gewoon door'', zegt Abu Wahib hoofdschuddend, ,,uit alle macht probeerde hij de indruk te wekken alsof hij echt wel wist waar-ie mee bezig was.''

Zoals die klant, zegt Abu Wahib, zo zijn ook de Israëlische en Palestijnse leiders bezig: ze maken een fout en volharden dan in hun ramkoers, terwijl ze doen alsof ze alles in de hand hebben. Oh, zeiden de Palestijnen toen Ehud Barak hun in de zomer van 2000 in Camp David niet bood waarop ze volgens de VN-resoluties recht hebben, dan gaan we met stenen gooien en schieten op soldaten en kolonisten. Oh, reageerden de Israëliërs, dan meppen we erop. Oh, reageerden weer de Palestijnen, dan gaan wij bommen leggen. Jullie leggen bommen? zeiden de Israëliërs. Dan gaan wij jullie herbezetten en draaien we het beetje autonomie terug dat jullie hadden. Nou, reageerden Hamas en opstandige facties rond Arafat, wij houden pas op met aanslagen als jullie de bezetting beëindigen. Nou, zei Ariel Sharon, totdat jullie ophouden met die aanslagen, gaan wij niet eens praten.

,,Het is uitzichtloos'', zegt Abu Wahib. Deze week werd hij geïnterviewd door de Israëlische televisie die wat zogeheten vox pops over de Israëlische verkiezingen kwam halen. Abu Wahib had gezegd dat hij hoopte dat de leider van de Arbeidspartij, Amram Mitzna, zou winnen. ,,Iedereen hier heeft dat gezien en nu kwamen ze klagen'', zucht hij. ,,Dat Mitzna verschrikkelijke dingen heeft gedaan in Libanon, dat hij net zo'n generaal is als Barak... Tja, hij is geen engel en waarschijnlijk net zo slecht als Barak. Maar Sharon is nog erger.''

Denk je dat de Israëliërs ons ooit een eigen staat geven als wij ons nu overgeven? vraagt Abu Wahib cynisch. Hij verwijst naar de tijd tussen de Israëlische verovering van de Palestijnse gebieden in 1967, en het uitbreken van de eerste intifadah 20 jaar later. Israël piekerde er in die 20 jaar niet over om zich terug te trekken en de Palestijnen van de bezetting te verlossen. Pas toen het Palestijnse verzet ervoor zorgde dat voor Israël de kosten van de bezetting groter werden dan de baten, ging de joodse staat onderhandelen.

Dat is het dilemma, zegt ook Marwan, een werkloze van midden veertig uit Ramallah. Hij werkte twaalf jaar in Israël, onder andere bij de overheid, waar hij tien mensen onder zich had. ,,Ik ken de joden goed'', zegt Marwan. ,,De meeste gewone Israëliërs willen vrede. Ze willen gewoon geld verdienen, op het strand liggen, feesten. Maar ze zijn bang. Daarom stemmen ze op Sharon. Daarop zit het vast: als wij Palestijnen ons niet verzetten tegen de bezetting, komen we er nooit vanaf. En als we ons na al het Israëlische geweld nu overgeven, dan belonen we Sharons beleid. Maar met iedere bom wordt de angst in Israël groter, en daarmee de steun voor Sharon.''

Is er dan geen enkele oplossing? Als je rondkijkt in Ramallah, is die indruk bijna onvermijdelijk. Hamas heeft verse hakenkruizen op de muur gekwast en van overal staren de foto's je aan van Palestijnen die door Israël zijn gedood: kinderen en oude vrouwen, maar ook trotse jongemannen, poserend met hun wapen. Op het centrale plein hangt een groot spandoek: ,,Tegen corruptie, voor hervormingen van de Palestijnse Autoriteiten en voor voortzetting van het verzet tegen de bezetting totdat deze is opgeheven''. Het spandoek is ondertekend door de Fatah-beweging van Arafat, die zelf verantwoordelijk is voor alle corruptie en bestuurlijke incompetentie. Ernaast waarschuwt UNICEF voor rondslingerende Israëlische granaten: Israël valt tegenwoordig regelmatig met groot machtsvertoon en geweld de Palestijnse steden binnen en dan blijft er wel eens wat liggen. Nieuwsgierige kinderen zijn het slachtoffer. Van interesse in de uitslag van de Israëlische verkiezingen is weinig te merken. De Palestijnse kranten reserveerden dinsdag op verkiezingsdag allemaal de voorpagina voor de kwestie-Irak, vrijwel niemand luistert naar de radio.

Shadi is vijfentwintig en werkte jaren in de bouw, vooral in de joodse nederzettingen in Palestijns gebied waarvan de groei sinds het vredesproces explosief is toegenomen. Shadi verdiende toen zo'n 50 dollar per dag, nu krijgt hij als sjouwer op de markt een tiende – als hij al een klusje vindt. ,,De oplossing van dit conflict is dat Saddam Hussein een kernbom bovenop Israël gooit'', zegt hij terwijl hij de laatste sigaret uit zijn pakje oprookt. Geld voor nieuwe heeft-ie niet, laat staan voor een bruidsschat. Dat betekent dat Shadi niet zal trouwen en tot het einde der dagen bij zijn ouders moet wonen. Maar een kernbom op Israël zal ook de Palestijnen doden, toch? Shadi knikt: ,,Dat is het hele idee''.