In café Murk was Cor van Hout een gezien man

Wat had Cor van Hout te zoeken in café Murk in Utrecht? De vaste klanten plaatsten maandag een advertentie voor hem in De Telegraaf.

De rouwadvertenties voor Sam Klepper, de crimineel die in oktober 2000 werd doodgeschoten, waren mysterieuzer. ,,Niemand valt ons aan zonder te worden gestraft'', stond er toen in De Telegraaf, in het Italiaans, zonder afzender. Maar voor Cor van Hout, die vorige week vrijdag werd geliquideerd, was er een advertentie van café Murk in Utrecht. ,,Cor, het was altijd gezellig als jij er was.''

Cor van Hout was in café Murk op woensdagavond 20 december 2000, twee maanden na de moord op Sam Klepper, en een paar uur voor de tweede aanslag op zijn eigen leven. Om kwart voor twaalf werd hij voor de deur van het huis van zijn vrouw Sonja in Amstelveen beschoten. Cor van Hout en zijn lijfwacht lieten zich na de eerste knal meteen op de grond vallen, waardoor het leek alsof ze dood waren. Maar ze waren niet geraakt – toen niet. Een paar dagen later arresteerde de politie drie mannen uit het kamp van Sam Klepper.

Misdaadjournalist Peter R. de Vries citeerde later in zijn boek over de ontvoering van Alfred Heineken uit de verslagen die de politie die avond had gemaakt van de telefoongesprekken tussen die drie. Om één minuut over twaalf: `Alles is goed gegaan. Ik kan niet worden teruggebeld.' De officier van justitie kreeg het bewijs tegen de drie mannen niet rond. Maar voor hun vijanden was er wel genoeg bewijs. Twee van hen zijn nu zelf geliquideerd.

En nu dus, op zijn beurt, Cor van Hout – bekend als `het brein' achter de ontvoering van Alfred Heineken, in november 1983, en daarna als leider van een criminele organisatie die in drugs, wapens en vastgoed handelde. En als eigenaar van sekspaleizen in Amsterdam en Alkmaar.

Café Murk ligt aan de Anton Geesinkstraat in de wijk Ondiep. Mensen die er wonen noemen hun buurt de Rode Brug, naar de roodgemeniede ophaalbrug die daar vlakbij over de Vecht ligt. En naar de rode lampjes van de tientallen woonbootjes die er liggen, met achter ieder raam een prostituee. Vroeger lag café Murk aan het water, zegt Bobbie Murk, kleinzoon van de eerste eigenaar. Maar dat café brandde in 1962 af, en vanaf die tijd zit café Murk in een bruin lokaal tussen een bakkerij en een bloemenzaak.

Voor de ramen hangt dikke vitrage. De klanten van café Murk, alleen mannen, houden niet van `pottenkijkers'. En ze houden helemaal niet van journalisten die komen informeren naar de rouwadvertentie. ,,Weet ik niks van'', zegt de barkeeper op maandag 27 januari, de dag waarop de advertentie in De Telegraaf staat. Hij is die dag al gebeld door Nova, en de volgende dag belt Rondom Tien. Of de mannen van café Murk op de televisie willen komen vertellen wat ze ervan vinden dat Cor van Hout nu dood is. ,,Wij vinden niks'', zegt de barkeeper.

Na een paar uur worden de klanten van café Murk wat mededeelzamer. Ze zitten te roken en te klaverjassen en ondertussen wijzen ze elkaar aan. ,,Gerrit is de grootste'', zegt Willem, vroeger stuurman op de wilde vaart. ,,Hij zit in harddrugs.'' Gerrit – achternamen heeft bijna niemand hier – kijkt strak voor zich uit en gooit de volgende kaart op tafel. Later, maar dan is het al donderdag, laat hij de diamant in zijn ring zien. Een centimeter in doorsnee. Joop, `ome Joop', bloemenhandelaar, wijst naar Adri en zegt: ,,Die moet je hebben als je wilt gokken.''

Ome Joop heet voluit Joop Hogervorst en hij blijkt, op dinsdag, de eigenaar te zijn. Dat zegt hij niet zelf, dat zegt Bobbie Murk, de kleinzoon van de eerste eigenaar. Bobbie Murk was te lang ,,niet serieus'' en daardoor, zegt hij, moest het café worden verkocht. Hij is nu in loondienst.

Joop en zijn tweelingbroer Jan zijn die dinsdag jarig. Ze trakteren het hele café op slagroomtaart. Joop Hogervorst doet eerst alsof hij niks hoort als hem wordt gevraagd waarom Cor van Hout bij hem in de zaak kwam. Dan maakt hij met zijn arm een brede zwaai en zegt: ,,Allemaal hele en halve vrienden van hem.'' Hij trekt een verdrietig gezicht. ,,Hij at nasiballen. Soms nam hij er drie tegelijk.'' Cor van Hout kwam regelmatig klaverjassen of biljarten, zegt hij. ,,Een gezien man.'' Hij loopt naar buiten, naar de bloemenzaak naast café Murk die ook van hem blijkt te zijn. Even later is hij weer terug en dan zegt hij: ,,Peter R. de Vries heeft ook een advertentie gezet. Weet je hoeveel mensen naar dat programma van hem kijken? Een miljoen. Een miljoen mensen kijkt dus naar een programma van een man die verdrietig is om de dood van Cor van Hout. Kun je nagaan hoe gezien hij was.''

Er is nog iets waardoor Joop Hogervorst en Cor van Hout elkaar kenden. Paardenrennen. Dat vertelt Joop ook niet zelf. Dat vertelt Willem, die vroeger stuurman was en die met dobbelen een keer drie woonboten in de Vecht won.

Cor van Hout had paarden die hij op wedstrijden liet lopen en waarop gegokt kon worden. Joop Hogervorst heeft ook paarden. Veel klanten van café Murk zitten in de paarden, zegt Willem. Voor het gokken. Maar hij wijst niet aan wie precies. Gerrit, de man met de diamant, komt naast hem zitten. ,,We kenden Cor al heel lang. Hij was onze Corretje'', zegt hij. Hoe lang? ,,Twintig jaar''', zegt Gerrit. En dan loopt hij weer weg. Twintig jaar geleden reden Cor van Hout en zijn vrienden tijdens de voorbereidingen van de ontvoering van Heineken en zijn chauffeur maandenlang rond in de omgeving van Utrecht. Ze zochten een plaats om de 35 miljoen gulden losgeld die ze wilden eisen in ontvangst te kunnen nemen. In die tijd, zeg Willem, kwam hij voor het eerst in café Murk. Niet ver van het viaduct op de A12 dat gekozen werd. En onder vertrouwde mensen.

Op het prikbord van café Murk hangt de rouwbrief van de vrouw van Cor van Hout. `Uniek, onvervangbaar en onvergetelijk' staat er op. Een delegatie uit het café gaat naar de begrafenis, vrijdagmiddag. Niet naar de condoleance. Die is al om negen uur 's morgens. Te vroeg.

    • Jannetje Koelewijn