Honderd jaar en onbemind

Er lijkt enige moed voor nodig om anno 2003 een bijna honderd jaar oude, vergeten novelle uit te brengen van de bijna vergeten schrijfster Ina Boudier-Bakker (1875-1966), wier literaire kwaliteiten zacht gezegd nogal omstreden zijn. Critici als Annie Romein-Verschoor en Menno ter Braak hadden geen goed woord over voor haar `huiskamerromans', al maakten zij een uitzondering voor De straat (1920), volgens Ter Braak een novelle met `kwaliteiten die buiten de damesroman liggen'. Misschien dat uitgeverij Aspekt om die reden in 2000 als eerste De straat herdrukte. Na het succes daarvan volgde een jaar later Finale (1957).

Een dorre plant, zoals de weinig aansprekende titel luidt van de nieuwste heruitgave, is vooral om literair-historische redenen interessant. De strekking ervan komt overeen met die van Boudier-Bakkers beroemdste boek, Armoede, over een familie met, op het immateriële vlak, de nodige tekorten. Hoofdpersoon van Een dorre plant is Jonas Velders, een schoenmakerszoon met Woutertje Pieterse-achtige aspiraties. Hij koestert een groot verlangen naar schoonheid, liefde en geluk, maar dat verlangen wordt door gebrek aan licht en lucht en de algehele bedomptheid van zijn milieu gefnuikt. Als volwassene vervreemdt hij van zijn platvloerse vrouw en weinig gevoelige kinderen. Kort na het protserige feest dat de familie hem bij zijn honderdste verjaardag bereidt, sterft hij in eenzaamheid, zonder ooit iets te hebben kunnen doen met zijn grote vermogen tot liefhebben.

In een nawoord vermeldt biograaf Gé Vaartjes dat de novelle in de negentiende-eeuwse naturalistische traditie staat, maar dat de sfeer ervan geleidelijk aan `in het groteske' verandert. Ik wil wel aannemen dat Boudier-Bakker inderdaad naar het groteske heeft gestreefd, maar daarmee is nog niet gezegd dat ze daar ook in is geslaagd. Het laatste deel van de novelle, waarin het feest voor de honderdjarige tot in details wordt beschreven, bevat vooral platte humor. De hardvochtige familieleden van Jonas Velders zijn uiterst schematisch geschetst en ook de hoofdpersoon zelf is niet meer dan een karikatuur. Alleen het begin van het verhaal, waar Boudier-Bakker het onvervulde verlangen van Jonas voelbaar maakt, ontroert. Opvallend is daarbij wel hoezeer de schrijfster – hoewel ze dat ontkende – beïnvloed was door de woordkunst van de Tachtigers: `En zij [Velders' vrouw] zag naast haar geruismakende bedrijvigheid niet het zachte licht in zijn ogen, die wijder open haar aanzagen met een groot verlangen; zij zag het niet, zoals zij niet hoorde de bevende klank in zijn stem [...].'

De hunkering naar liefde is een thema dat in al het werk van Boudier-Bakker terugkeert, zelfs in haar als plagiaat ontmaskerde historische roman Vrouwe Jacob over Jacoba van Beieren. Ook het uit veel van haar boeken sprekende dédain voor `lagere standen' dan de bourgeoisie waaruit zijzelf voortsproot, en vooral voor mensen die hun milieu proberen te ontstijgen, zoals de kinderen van Jonas Velders, wordt in Een dorre plant niet overwonnen. Daarmee is deze novelle ook nog eens een zwaar gedateerd boek: voer voor biografen en literatuurhistorici, niet voor literatuurliefhebbers.

Ina Boudier Bakker: Een dorre plant. Aspekt, 75 blz. €12,50

    • Elsbeth Etty