Het inchecken voor Bagdad is al begonnen

Leiders reizen af en naar de VS overleg. De volgende ijkpunten voor besluitvorming.

Het inchecken voor Bagdad is begonnen. De Amerikaanse plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken, Richard Armitage, zei gisteren in een hoorzitting van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen dat inmiddels negen landen de Verenigde Staten op enigerlei wijze troepen hebben toegezegd voor een oorlog tegen Irak. Meer dan twintig landen hebben de VS volledige toegang tot militaire bases, vliegvelden en havens beloofd, zei hij, zonder namen te noemen.

Deze aantallen overschrijden de publieke schattingen tot nu toe. De boodschap van Armitage moest het beeld corrigeren als zouden de VS alleen staan bij een oorlog tegen Irak. Dat die oorlog er komt, wordt per dag waarschijnlijker door het uitblijven van een vreedzaam alternatief, al is het nog steeds niet zeker. President Bush heeft nog steeds niet tot een oorlog besloten, en zei gisteren voor het eerst een vrijwillige ballingschap van Saddam Hussein toe te juichen.

In de hoop op zo'n knieval op het laatste moment als ook om redenen van praktische militaire voorbereiding voor het waarschijnlijkere geval dat zo'n knieval uitblijft, voert de Amerikaanse regering de druk steeds verder op. Bush zei gisteren dat Saddam nog slechts ,,weken, geen maanden'' heeft om vreedzaam te ontwapenen en oorlog te ontlopen. Buitenlandse leiders reizen nu in Washington af en aan voor diplomatiek overleg. Gisteren de Italiaanse premier en de Saoedische en Pakistaanse ministers van Buitenlandse Zaken, vandaag Bush' belangrijkste bondgenoot, de Britse premier Blair, die voldoende tijd wil voor de wapeninspecteurs in Irak.

Een andere medestander, de Poolse premier, komt volgende week. Maar een stormloop is het niet. Elf van de vijftien leden van de VN-Veiligheidsraad vroegen woensdag om meer wapeninspecties. Alleen Groot-Brittannië, Spanje en Bulgarije zeiden militaire actie te steunen als Irak niet snel volledige opening van zaken geeft.

De wapeninspecteurs zelf hebben zich deze week verschillend uitgelaten over de noodzaak van meer tijd voor hun werk. De chef van de nucleaire waakhond IAEA, ElBaradei, zei nog vier tot vijf maanden nodig te hebben, een optie die voor de VS uitgesloten is. Maar het hoofd van het VN-team UNMOVIC, Blix, zei dat het geen zin heeft om meer tijd te vragen als de gebrekkige medewerking van Irak niet verandert.

De diplomatieke besluitvorming over Irak verkeert voorlopig nog steeds in een vacuüm, zonder exact tijdschema en met een aanhoudende zenuwenoorlog tussen Europa en de VS. Amerikaanse regeringsfunctionarissen hebben laten doorschemeren dat een definitieve beslissing over oorlog in elk geval tot na 14 februari wordt uitgesteld.

Voor de komende twee weken liggen immers nog twee belangrijke ijkpunten vast, die als het aan de VS ligt beslissend kunnen zijn, maar waarvan niemand het effect kan voorspellen. Woensdag presenteert de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Powell, aan collega-ministers in de Veiligheidsraad vermeende bewijzen over Iraks massavernietigingswapens en banden met het terreurnetwerk van Al-Qaeda. ,,Een Mount Everest aan informatie'', zei de woordvoerder van Bush gisteren. Maar geen `smoking gun', onderstreepten Amerikaanse VN-diplomaten.

Powell moet niet alleen de internationale gemeenschap maar ook een kritisch Amerikaans thuispubliek overtuigen. De harde manier waarop zijn `tweede man' Armitage gisteren door senatoren werd ondervraagd over het bewijs tegen Irak getuigt van groeiende onvrede bij de Democraten in het Congres. Het Congres heeft in oktober Bush weliswaar formeel al de ruimte gegeven voor militaire actie, maar toenemende binnenlandse kritiek kan de buitenlandse kritiek versterken.

De tweede belangrijke datum is 14 februari. Dan zullen de chef-wapeninspecteurs, die gisteren een uitnodiging van Irak kregen om op 10 februari weer naar Bagdad te komen, hun volgende rapportage aan de Veiligheidsraad geven. Wat de Amerikaanse regering betreft, op dit moment althans, is dat de laatste rapportage van de wapeninspecteurs. De VS zouden daarna eventueel bereid zijn onderhandelingen te beginnen over een tweede VN-resolutie, die militair ingrijpen mogelijk maakt, op voorwaarde natuurlijk dat de wereldgemeenschap overtuigd is door de bewijzen van de VS. Zo'n tweede resolutie is, zei Armitage gisteren, ,,wenselijk'', ,,maar niet absoluut noodzakelijk''.

Frankrijk en Rusland hebben ondanks hun afkeuring van militaire actie tot nu toe en pleidooien voor meer inspecties voldoende ruimte opengehouden om zich alsnog bij de VS aan te sluiten. Is de wereldgemeenschap niet overtuigd, dan ligt een unilaterale Amerikaanse aanval, met de huidige bezoekers aan Washington `aan boord' van een kleinere coalitie, voor de hand. De Amerikaanse regering zal nog weken proberen het aantal medestanders uit te breiden.

    • Robert van de Roer